<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" version="2.0">
    <channel>
        <title>Fist &amp; Fern</title>
        <description>Fist &amp; Fern is een kleine webshop die ambachtelijke zeep en andere unieke producten verkoopt, en tegelijkertijd als doel heeft om activisme voor sociale en klimaatrechtvaardigheid te steunen. 20% van de verkoopprijs zal aan geselecteerde mutual aid projecten gedoneerd worden.</description>
        <link>https://www.fistandfern.nl/</link>
        <generator>MijnWebwinkel RSS 2.0 Feed v1.0</generator>
        <atom:link href="https://www.fistandfern.nl/" rel="self" type="application/rss+xml" />
                    <item>
                <title>Shop</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/</link>
                <description>Fist &amp; Fern is een kleine webshop die ambachtelijke zeep en andere unieke producten verkoopt, en tegelijkertijd als doel heeft om activisme voor sociale en milieurechtvaardigheid te steunen. 20% van de verkoopprijs zal aan geselecteerde mutual aid projecten gedoneerd worden, zoals beschreven op de pagina Steun het Verzet. Deze shop is nog in ontwikkeling en nieuwe producten zullen de komende tijd worden toegevoegd. Kom later nog eens een kijkje nemen of volg ons op Instagram of Facebook voor updates.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Ambachtelijke Zeep</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7536303/ambachtelijke-zeep/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7536303/ambachtelijke-zeep/</link>
                <description>Fist &amp; Fern ambachtelijke zepen zijn gemaakt met natuurlijke ingrediënten en heel veel liefde. De zepen zijn zacht en verzorgend. De heerlijke, unieke geuren van etherische oliën zijn bedoeld om je blij te maken, energie te geven, en te inspireren.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Shampoo Bar</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7543620/shampoo-bar/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7543620/shampoo-bar/</link>
                <description>De Fist &amp; Fern shampoo bar met conditioner is een favoriet. Deze bar heeft een lange ontwikkelings- en testperiode doorgaan om de beste balans te vinden tussen duurzame ingrediënten en een eindproduct wat verzorgend is voor je haar.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Zeephouders</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7543623/zeephouders/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7543623/zeephouders/</link>
                <description>Deze zeephouders zijn niet alleen onwijs mooi, maar ook functioneel. Ze zorgen ervoor dat je stuk zeep goed kan drogen zodat hij extra lang meegaat.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Lavendel Oogkussens</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7536306/lavendel-oogkussens/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7536306/lavendel-oogkussens/</link>
                <description>Deze oogkussens zijn heerlijk om even te relaxen gedurende een drukke dag, na een yoga sessie, of voor het slapen gaan. De zachte druk van de lijnzaad vulling, de verrukkelijke geur van lavendel, en de natuurlijke koelte van de stof zullen je zeker helpen je geest tot rust te brengen. Door de vulling af en toe door de stof heen tegen elkaar te wrijven komt er weer meer geur vrij uit de lavendelbloemen.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Kaarten</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7647979/kaarten/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7647979/kaarten/</link>
                <description>Deze kaarten zijn reproducties van originele cyanotypes die ik maakte op basis van planten en bomen uit mijn eigen tuin en uit de wijk. Cyanotype is een zonneprint techniek, ontdekt in 1842. Papier (of een ander materiaal) wordt behandeld met een mengsel van ijzerzouten en vervolgens samen met een af te drukken object blootgesteld aan de zon, waarna een negatieve afdruk in blauw ontstaat.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Accessoires</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7723050/accessoires/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7723050/accessoires/</link>
                <description>Handgemaakte accessoires en patronen met een activistisch tintje ;)</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Stickers</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7604913/stickers/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7604913/stickers/</link>
                <description>Gratis stickers van de XR Justice Now! Feitencampagne over de wandaden van Israël in Palestina en de medeplichtigheid van Nederland. Help ook het gat in basiskennis onder de Nederlandse bevolking te dichten door deze stickers te verspreiden.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Over Fist &amp; Fern</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7546092/over-fist-fern/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7546092/over-fist-fern/</link>
                <description>Fist &amp; Fern is ontstaan uit mijn vorige bedrijfje Kusala wat ik sinds 2014 heb opgebouwd en bijna 10 jaar fulltime heb gerund. Oude klanten zullen de ambachtelijke zepen, shampoo en lavendel oogkussens herkennen, ook al hebben ze nu een ander jasje. Waarom opnieuw beginnen met vergelijkbare producten onder een nieuw merk?

Fist &amp; Fern is een experiment om klein ondernemerschap en ambachtelijke productie te combineren met radicaal activisme voor sociale en milieurechtvaardigheid. Zoals sommige klanten misschien nog weten had Kusala een klimaatzeep in het assortiment en voor iedere verkochte zeep doneerde ik €1,50 aan Extinction Rebellion. Met Fist &amp; Fern wil ik op een vergelijkbare maar structurelere manier ondersteuning geven aan grassroots bewegingen die vechten voor een duurzame en rechtvaardige wereld. Ik leg dit verder uit op de pagina&#039;s Waarom Verzet, Hoe Verzetten, en Over Mutual Aid. En je kunt de doelen die je steunt als je iets in deze shop bestelt vinden op de pagina Steun het Verzet.

Het betekent tegelijk ook dat ik geen grootschalige productie voor groothandel meer ga doen en dat de producten alleen hier in de webshop als directe verkoop beschikbaar zullen zijn.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Over Karin</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7615947/over-karin/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7615947/over-karin/</link>
                <description>Heb je ooit dat knagende gevoel gehad dat dingen gewoon niet kloppen? Dit gevoel is een drijvende kracht in mijn leven geweest. Ik heb me verzet tegen de aanhoudende druk om bepaalde ongemakkelijke verhalen over de maatschappij als waarheid te accepteren en heb een meer fundamenteel kritisch perspectief nagestreefd tijdens de verschillende verschuivingen in mijn carrière. Nu ik in de loop der tijd zo&#039;n perspectief heb ontwikkeld en me besef hoe diep de maatschappij in de problemen zit, is het ook moeilijker geworden om te participeren alsof het allemaal normaal en acceptabel is... Ik heb nu mijn identiteit als activist en anarchist omarmd en als prioriteit gesteld om mijn inzet in het ontwikkelen en uitvoeren van deze rollen te maximaliseren.

Hier is een kort overzicht van wat ik heb gedaan sinds de middelbare school:

Ik behaalde een master in de biologie aan de Universiteit Utrecht in Nederland (1999) en een doctoraat in de antropologie aan de Universiteit van Illinois in Urbana-Champaign in de VS (2012). Mijn promotieonderzoek richtte zich op morele onderhandelingen in natuurbehoud en ontwikkelingsamenwerking rond een nationaal park in Oeganda, een gebied met een rijke geschiedenis van gewelddadig en manipulatief neokoloniaal bestuur. Mijn onderzoek deed me niet alleen beseffen dat kapitalisme en kolonialisme elk aspect van het menselijk leven op deze planeet doordringen en corrumperen, maar ook dat universiteiten zelf verweven en medeplichtig zijn. Afgezien van enkele zeldzame uitzonderingen van relatief vrije wetenschap, zijn universiteiten over het algemeen ondergeschikt aan het kapitaal.

Toen bleek dat de prestigieuze hoogleraarspositie buiten mijn bereik zou blijven, deels doordat universiteiten promovendi inzetten voor goedkope arbeidskrachten en uiteindelijk een overproductie veroorzaken van promovendi die met elkaar concurreren om steeds schaarser wordende academische vacatures, keerde ik in 2013 terug naar Nederland, waar ik helemaal opnieuw moest beginnen. Geïnspireerd door ideeën over zelfredzaamheid maakte ik de overstap naar het ondernemerschap en startte ik in 2014 een bedrijf genaamd Kusala om duurzame ambachtelijke zepen te produceren met natuurlijke en circulaire ingrediënten. Tussen 2019 en 2023 was Kusala gevestigd in de circulaire economiehub BlueCity Rotterdam, waar verschillende mooie samenwerkingen ontstonden. Ik kwam echter tot de conclusie dat kleinschalig sociaal ondernemerschap vrijwel onmogelijk is in ons harde kapitalistische landschap. Ik besloot in het najaar van 2023 te stoppen met de zeepproductie, begon Kusala te ontmantelen, en wijdde me aan onderzoek en activisme voor systeemverandering.

Hoewel ik naar een aantal banen bij diverse onderzoeksinstituten solliciteerde, werd ik steeds sceptischer over de mogelijkheid om een professionele carrière te combineren met een puur streven naar radicale maatschappelijke verandering, zonder me te laten misleiden door persoonlijke ambities en/of de kapitalistische verwachtingen van werkgevers en financiers. Dit motiveerde me om te solliciteren naar een parttime baan in de financiële administratie, die ik eind voorjaar 2024 accepteerde. Door mezelf te onderhouden door drie dagen per week te werken voor een baan die fascinerend is, maar niet al mijn tijd en energie opslokt, heb ik de vrijheid om de rest van de week te studeren, schrijven, en organiseren op welke manier ik maar wil. Ik ben lid van de Extinction Rebellion Nederland: Justice Now! community en neem regelmatig deel aan acties van verschillende activistische groepen voor klimaat en/of sociale rechtvaardigheid, en voor een vrij Palestina.

De oprichting van Fist &amp; Fern is een experiment om de verschillende aspecten van mijn achtergrond en interesses samen te voegen, niet alleen onderzoek en activisme, maar ook kleinschalig sociaal ondernemerschap. Als anarchist geloof ik in het belang van zelfbestuur, en de geest en vaardigheden van ondernemerschap zijn hiervoor van onschatbare waarde. Onze afhankelijkheid van grote internationale bedrijven die gedreven worden door winstoogmerk voor aandeelhouders, maakt ons enorm kwetsbaar. Kleine producenten zijn weggeconcurreerd en het is waarschijnlijk niet mogelijk om ze in het huidige kapitalistische landschap op een serieuze en gezonde manier nieuw leven in te blazen. Toch denk ik dat we creativiteit, zelfredzaamheid, en vakmanschap moeten blijven beoefenen waar we kunnen, en dat te doen op manieren die het streven naar sociale en ecologische rechtvaardigheid in een postkapitalistische wereld dienen.

Meer over mijn professionele traject en mijn reflecties op de verschillende obstakels die ik ben tegengekomen, lees je in de blogpost Gefrustreerd Idealisme. Je vindt me ook hier op Linkedin.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Steun het Verzet</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7543614/steun-het-verzet/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7543614/steun-het-verzet/</link>
                <description>Als je meer wilt weten over de motivaties om dit soort mutual aid (wederzijdse hulp) te steunen, lees dan de pagina&#039;s Waarom Verzet, Hoe Verzetten, en Over Mutual Aid.

Hieronder staan verschillende geselecteerde mutual aid projecten voor ondersteuning door Fist &amp; Fern met 20% van de verkoopprijs van alle bestellingen in deze winkel. Telkens wanneer er €100 is verzameld, zal er aan één of meer van deze projecten gedoneerd worden. Hetzelfde doel kan meerdere donaties ontvangen. Ken je doelen die in aanmerking zouden kunnen komen? Laat het me dan weten door een bericht te sturen naar info@fistandfern.nl.

SOS Congo: Goma Actif InzamelingsactieDeze inzamelingsactie steunt Congolese vrijwilligers van Goma Actif die voedsel, water, onderdak en medische zorg bieden aan mensen in Noord-Kivu die ontheemd zijn geraakt door rebellen. Ze brengen ook creativiteit, momenten van vreugde, samen delen en solidariteit. Goma Actif werd in 2020 opgericht tijdens de pandemie en is sindsdien actief in de regio Goma. Goma Actif is geen NGO of vereniging. Het is een collectief dat zich spontaan organiseert om de uitdagingen aan te gaan waarmee de stad en de gemeenschappen worden geconfronteerd. Ze hebben geen kantoor of formeel bestuur, maar pakken de problemen en behoeften direct aan.

Ga naar fundraiser - Website - Instagram
Artikel over Goma Actif

The Solidarity CollectiveDeze stichting is voortgekomen uit de pro-Palestina beweging in Nederland, opgericht door en voor activisten die zich hebben ingezet tegen de Nederlandse medeplichtigheid aan de genocide in Israël, en tegen onrechtvaardigheden elders. Toen de oprichters zagen hoe activisten persoonlijke risico&#039;s namen en werden blootgesteld aan politiegeweld, arrestaties, intimidatie, en mogelijke boetes, besloten zij dat er behoefte was aan meer structurele financiële steun en zorg voor de gemeenschap.

Ga naar fundraiser - Website - Instagram

INTERNATIONAL SOLIDARITY MOVEMENTDeze beweging is in 2001 opgericht en heeft als doel het Palestijnse verzet te versterken, met name door de aanwezigheid van internationale vrijwilligers naast Palestijnen in dorpen op de Westelijke Jordaanoever die worden aangevallen door Israëlische kolonisten en soldaten. Deze aanwezigheid van buitenlanders biedt enige bescherming tegen het geweld, helpt bij het documenteren van de misdaden van de bezetting, en draagt bij aan het delen van wat er gebeurt via wereldwijde (sociale) media. Het geld zal worden gebruikt voor reis- en verblijfkosten van vrijwilligers tijdens hun verblijf in Palestina.

Ga naar fundraiser - Website - Instagram</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Waarom Verzet</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7600494/waarom-verzet/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7600494/waarom-verzet/</link>
                <description>Als activist hoor ik regelmatig van mensen dat ze activisme zo negatief vinden. &quot;Kun je niet iets positiefs doen, iets constructievers?&quot; Dit perspectief komt voort uit een bevoorrechte positie, waarbij mensen het gevoel hebben dat ze bijdragen aan een betere wereld door te tuinieren, te recyclen, en af en toe aan een goed doel te doneren. Natuurlijk zijn er fantastische mensen die op deze manier fantastische positieve dingen doen, maar ze negeren vaak het systematische geweld van de rijkste en machtigste mensen die de mensheid gijzelen en de planeet vernietigen om hun onverzadigbare hebzucht te bevredigen. Dit geweld kan helaas niet worden gestopt door een mooie tuin aan te leggen, of zelfs door mensen die zich terugtrekken uit het kapitalisme en proberen van het land te leven, ook al zouden zulke dingen deel van de oplossing kunnen zijn.

Wat we uiteindelijk het hardst nodig hebben, is de ontmanteling van de machtssystemen en het einde van het kapitalisme als de belangrijkste kracht die de mensheid van de afgrond drijft en de planeet verandert in een vervuilde woestenij. Mensen die gekoloniseerd zijn weten dit al honderden jaren en hebben zich uit pure noodzaak en overlevinsstrijd verzet. Er is geen jacht mogelijk wanneer de kolonisator alle bizons doodt simpelweg om jou door uithongering te onderwerpen. Er is geen zelfvoorzienende landbouw mogelijk wanneer je onteigend en ontheemd raakt omdat de kolonisator je land wil gebruiken voor grondstoffen. Er is geen levenskwaliteit wanneer internationale bedrijven bossen komen vernietigen, het water vervuilen, mijnen bouwen, en mensen vermoorden die het aandurven zich te verzetten tegen de vernietiging, diefstal, en intimidatie.

De genocide die Israël pleegt op het Palestijnse volk, met financiële, militaire, en politieke steun van de VS, het Verenigd Koninkrijk, en de meeste Europese landen, heeft duidelijker dan ooit aangetoond dat internationale mensenrechteninstellingen machteloos staan tegenover de kapitalistische en geopolitieke belangen van de elites. En hoewel de publieke opinie van Israël wereldwijd is gekelderd en miljoenen mensen in demonstraties hebben gelopen om hun regeringen op te roepen actie te ondernemen en Israël onder druk te zetten om een einde te maken aan de genocide, is er geen enkele vooruitgang geboekt in het stoppen van de slachting van Palestijnen en van de gruwelijke video&#039;s van verscheurde, getraumatiseerde en uitgehongerde Palestijnse kinderen die onze telefoons dagelijks vullen.

Hoewel de genocide in Palestina natuurlijk gruwelijk genoeg is om ons te organiseren en te verzetten, is het ook een lakmoesproef voor de toekomst van de mensheid. Terwijl klimaatverandering en de ecologische ineenstorting versnellen, en rampen en voedselonzekerheid zullen leiden tot wereldwijde chaos en opstanden, beschikken de elites over instrumenten en technieken, getest in Palestina, om hele bevolkingsgroepen te controleren, te terroriseren, en uit te moorden. Wie gelooft er nu werkelijk dat de krankzinnige militarisering die wordt gepromoot, bedoeld is voor onze collectieve veiligheid?

Het klinkt natuurlijk behoorlijk eng en helemaal niet leuk om te proberen de mensen die dit soort moorddadige macht nastreven een halt toe te roepen. Geen wonder dat mensen zich liever richten op het opruimen van sigarettenpeuken op straat en het dan maar een productieve dag noemen. Maar als je klaar bent om een echte activist te worden, waar moet je dan beginnen? En maken we überhaupt een kans?

Bekijk het op de volgende pagina: Hoe verzetten</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Hoe Verzetten</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7600509/hoe-verzetten/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7600509/hoe-verzetten/</link>
                <description>Er zijn honderden manieren om weerstand te bieden, en ik ben een groot voorstander van diversiteit van tactieken, waarbij verschillende benaderingen elkaar kunnen versterken en iedereen iets kan bijdragen dat past bij zijn of haar mogelijkheden. Dat gezegd hebbende, mensen hebben vaak een voorkeur voor lage-risico, performatieve acties die vaak ook het minst effectief zijn. Ik heb zelf meegedaan aan marsen en grote blokkades in stadscentra om verandering te eisen, en ik denk dat dit belangrijke vormen van activisme zijn om mensen te betrekken, te organiseren, kennis te delen, en vaardigheden te oefenen. Maar het zou naïef zijn om te denken dat het genoeg is.

Ik ben ervan overtuigd dat de krachtigste, meest effectieve, en meest veelbelovende vorm van actie &quot;directe actie&quot; is. Antropoloog en anarchist David Graeber definieerde directe actie als &quot;de provocerende aandrang om te handelen alsof je al vrij bent&quot;. Dit betekent dat je, in plaats van een beroep te doen op autoriteiten om iets te veranderen, zelf iets organiseert om het te veranderen. Directe actie betekent wapentransporten blokkeren om genocide te voorkomen, bomen bezetten om te voorkomen dat ze worden gekapt, een boot vullen met humanitaire hulp en naar Gaza varen om de blokkade te doorbreken. Uiteraard zijn deze vormen van actie veeleisender en kunnen ze riskanter zijn, maar hoe meer mensen zich hiermee bezighouden, hoe makkelijker het wordt. Er zijn al veel actiegroepen die directe actie ondernemen. En degenen die zelf niet in staat zijn om deel te nemen aan directe actie, kunnen nog steeds essentiële logistieke, financiële, en morele steun bieden aan anderen die dat wel doen.

Ik wil benadrukken dat voor veel inheemse volkeren wereldwijd hun bestaan op zichzelf al directe actie is, aangezien ze letterlijk standvastig hun land vasthouden (&quot;hold their ground&quot;), wat vaak in direct conflict staat met de belangen van het kapitalistische systeem. Inheemse volkeren hebben diepe banden met ecologisch cruciale gebieden wereldwijd en worden gedwongen die gebieden te verdedigen tegen agressieve kapitalistische pogingen om grondstoffen te stelen. Inheemse landverdedigers die aan de frontlinie tegen de winningsindustrieën leven, riskeren dagelijks hun leven. En niet alleen vormen ze een fysiek en juridisch obstakel voor de vooruitgang van het kapitalisme en de onverzadigbare hebzucht, ze houden ook zeer uiteenlopende culturele opvattingen en gebruiken in stand, over de plaats van de mens in de natuur en over het sociale leven en verantwoordelijkheden jegens de medemens. Deze opvattingen en gebruiken zouden wel eens een reddingslijn kunnen zijn voor de toekomst van de mensheid.

Hetzelfde geldt voor veel andere gemarginaliseerde mensen wier bestaan een bedreiging vormt voor het kapitalistische systeem en die daardoor een doelwit zijn. Transgenders vormen bijvoorbeeld een bedreiging voor de hypermasculiniteit die geassocieerd wordt met witte suprematie en de escalatie van kapitalisme naar fascisme. Wanneer ik het woord &quot;activist&quot; gebruik, doel ik daarmee ook op alle mensen die zich verzetten door te bestaan. Dit onthult echter meteen een pijnlijke spanning, namelijk die van privilege, waarbij sommigen activisme beoefenen uit vrije wil en anderen het beoefenen uit pure noodzaak, als middel om te overleven. Het is belangrijk dat degenen onder ons die tot de eerste groep behoren, hun privilege erkennen en nadenken over de meest respectvolle en effectieve manieren om solidariteit te tonen met de tweede groep.

Hieruit blijkt al duidelijk dat directe actie niet automatisch burgerlijke ongehoorzaamheid inhoudt, d.w.z. het overtreden van de wet als onderdeel van protest. Simpelweg bestaan overtreedt meestal geen wetten (maar laten we niet vergeten dat sommige mensen als &quot;illegaal&quot; worden beschouwd en behandeld). Omdat directe actie echter de gebruikelijke gang van zaken, en de aanname dat kapitalistische belangen voorrang hebben, in twijfel trekt, kan de reactie hierop extreem gewelddadig zijn. Inheemse mensen die leven op een plek met hulpbronnen die door buitenstaanders gewild zijn, doen niets illegaals, maar worden vaak geconfronteerd met ernstige intimidatie, geweld, en juridische aanklachten tegen hun rechten, gesteund door het grootkapitaal. Evenzo heeft de Freedom Flotilla, die met humanitaire hulp naar Gaza vaart om de blokkade te doorbreken, het recht om door internationale wateren te bewegen. Israël valt de boten echter illegaal aan, ontvoert de activisten, en heeft in 2010 zelfs tien activisten op een Freedom Flotilla-boot vermoord.

Burgerlijke ongehoorzaamheid kan zeker onderdeel zijn van directe actie, vooral als het betekent dat bepaalde wetten worden overtreden die ofwel immoreel zijn (bijvoorbeeld het aanvechten van segregatie die wettelijk is vastgelegd) of als het gaat om het overtreden van wetten om grotere misdaden te voorkomen (bijvoorbeeld het vernietigen van wapenfabrieken die medeplichtig zijn aan oorlogsmisdaden).

Burgerlijke ongehoorzaamheid wordt ook vaak gebruikt als een krachtig instrument om autoriteiten aan te sporen hun gedrag te veranderen, wat per definitie geen directe actie is. Dit is een veelvoorkomende vorm van activisme, met name door mensen die nog steeds geloven dat gecentraliseerd bestuur goedaardig kan zijn, werkend om het volk te dienen in plaats van het kapitaal. Wanneer XR-activisten wegen in stadscentra blokkeren en weigeren te vertrekken totdat ze door de politie worden weggesleept, gebruiken ze burgerlijke ongehoorzaamheid om hun regering te dwingen iets te doen aan de klimaatverandering. XR en andere soortgelijke groepen zoals Just Stop Oil en Letzte Generation hebben zeker een enorme bijdrage geleverd aan de heropleving en opbouw van activistische gemeenschappen, en ze hebben intense publieke discussies over het klimaat en activisme uitgelokt, maar ze doen meestal meer een beroep op macht dan dat ze zelf actie op de problemen ondernemen.

Hoewel ik denk dat deze stijl van burgerlijke ongehoorzaamheid een waardevolle rol speelt in het activistische landschap, geloof ik dat directe actie veel krachtiger kan zijn, en dat activisten veel meer zouden moeten nadenken over de strategische verschillen en over de manieren waarop ze de uitkomst beïnvloeden. Immers, een beroep doen op een autoriteit die medeplichtig is aan het handhaven van de status quo betekent dat je de macht van die autoriteit erkent. En je wordt kwetsbaar voor afleiding en vertraging door loze beloftes van overheidsingrijpen, zoals het uitroepen van een klimaatnoodtoestand, waarna er feitelijk niets gebeurt. Zelf de leiding nemen om een probleem op te lossen, betekent dat je niet alleen iets concreets doet, maar ook het bestaande machtssysteem ter discussie stelt. En is dat uiteindelijk niet wat we willen? Dat systeem afbreken zodat we meer egalitaire en rechtvaardige vormen van sociale organisatie kunnen creëren?

Ik heb al gezegd dat directe actie extreem gewelddadige reacties kan oproepen. Sterker nog, verschillende vormen van protest en/of groepen die zich daaraan schuldig maken, die als bedreigend voor de status quo worden beschouwd, zijn de afgelopen jaren sterk gecriminaliseerd. Prominente klimaat- en pro-Palestijnse activisten zijn het doelwit geweest van intensieve politiebewaking, intimidatie, en arrestaties, evenals rechtszaken en gevangenisstraffen. Het meest recente voorbeeld is natuurlijk de Britse regering die Palestine Action heeft verboden als terroristische organisatie vanwege hun sabotageacties tegen wapenfabrieken en een basis van de Royal Air Force, om apparatuur gebruikt voor de genocide te beschadigen of er rode verf op te spuiten. Actief zijn voor Palestine Action, of zelfs maar steun betuigen aan de groep, kan nu leiden tot een gevangenisstraf van maximaal 14 jaar.

Hoewel de onderdrukking van activisme, zoals de laatste tijd duidelijk is gebleken in de VS, het Vereningd Koninkrijk, en Duitsland, kan worden gezien als een maatstaf voor het succes van dergelijk activisme, betekent dit natuurlijk wel dat sommige individuen uiteindelijk een zeer hoge prijs betalen voor hun streven naar rechtvaardigheid. Het roept ook de vraag op hoe we op dergelijke onderdrukking moeten reageren en hoe we verder moeten. Het is duidelijk geen slimme zet om alle activisten in de gevangenis terecht te laten komen, en daarom zullen er strategieën moeten worden ontwikkeld om heimelijker te kunnen optreden.

Ik denk dat het cruciaal is dat we wereldwijde en lokale activistische netwerken van solidariteit blijven opbouwen en versterken om elkaar morele, logistieke, en financiële steun te bieden tijdens het verzetsproces en de mogelijke gevolgen daarvan. Daarom wil ik een percentage van de inkomsten van Fist &amp; Fern gebruiken voor wederzijdse hulp aan activisten aan de frontlinie wereldwijd.

Lees meer op de volgende pagina: Over Mutual Aid</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Over Mutual Aid</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7600527/over-mutual-aid/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7600527/over-mutual-aid/</link>
                <description>&quot;Mutual aid is de radicale daad van voor elkaar zorgen terwijl je werkt aan het veranderen van de wereld.&quot;
Dean Spade (2020) in Mutual Aid: Building Solidarity During This Crisis (and the Next)Mutual aid (wederzijdse hulp) is een term die gepopulariseerd werd door de Russische anarchist Peter Kropotkin, met name via zijn bekende essaybundel uit 1902 getiteld &quot;Mutual Aid: A Factor of Evolution&quot;. Hij schreef het als reactie op sociaal darwinisten die zich fixeerden op het belang van &quot;de strijd om het bestaan&quot; of &quot;overleving van de sterkste&quot;, oftewel de concurrentie om hulpbronnen tussen individuen, als een evolutionaire kracht, hoewel Darwin zelf erkende dat dit een misleidende oversimplificatie was. Sociaal darwinisten dachten dat het doel van het leven is om agressief te concurreren om hulpbronnen en om partners voor de voortplanting, en dat degenen die succesvol zijn in het hamsteren van hulpbronnen hogere stadia van de menselijke evolutie vertegenwoordigen. Dit is een grove misvatting van de evolutietheorie, maar het is een veelgebruikte rechtvaardiging voor gewelddadige hebzucht ten koste van anderen. Door een uitgebreide analyse van dierlijk en menselijk gedrag toonde Kropotkin aan dat solidariteit tussen individuen van een soort een enorm belangrijke factor is voor het verbeteren van de overlevingskansen en de kwaliteit van leven in het algemeen.

In onze huidige kapitalistische samenlevingen zijn we sterk geconditioneerd om individualistisch te zijn en verwachten we dat sociale voorzieningen centraal door de staat worden georganiseerd. Wanneer er echter rampen plaatsvinden en overheden niet snel en adequaat hulp bieden, nemen mensen snel zelf het heft in handen en creëren ze onmiddellijk logistieke netwerken om elkaar te helpen. Dan wordt het glashelder hoe instinctief het beoefenen van mutual aid eigenlijk is, en hoe we uit vorm zijn geraakt, maar het vrij gemakkelijk weer kunnen oppakken. Veelvoorkomende voorbeelden van mutual aid zijn dit soort gemeenschapsgestuurde crisisreacties, evenals gemeenschapstuinen, kinderopvangcollectieven, en gratis winkels. Mutual aid wordt over het algemeen door de staat ontmoedigd, omdat het diens macht ondermijnt en betekent dat de staat de controle over een situatie verliest. Zo wordt het duidelijk dat mutual aid ook een vorm van directe actie is - het beoefenen van solidariteit tussen mensen in plaats van te vertrouwen op door de overheid georganiseerde sociale voorzieningen. En op die manier werkt mutual aid ook aan het veranderen van de wereld, het verminderen van de afhankelijkheid van een autoritaire entiteit en het werken aan een meer egalitaire sociale organisatie door middel van solidariteit.

Het is cruciaal om mutual aid te onderscheiden van liefdadigheid. Het belangrijkste is dat liefdadigheid deel uitmaakt van het kapitalistische systeem en dit systeem versterkt, terwijl mutual aid het juist ondermijnt. Liefdadigheid is top-down, unidirectioneel, en vaak voorwaardelijk, terwijl mutual aid streeft naar gelijkwaardigheid, wederkerigheid, en participatie, gebaseerd op zelforganisatie en zelfbestuur. Er zijn online nogal wat discussies over het feit dat de term mutual aid verwaterd is en te gemakkelijk wordt toegepast op mensen die goederen en diensten leveren aan andere mensen in nood, praktijken die als unidirectioneel worden beschouwd en die de structuren waardoor de nood veroorzaakt is, niet uitdagen. Hoewel het belangrijk is om het ondersteunen van machtsstructuren te vermijden wanneer je ze juist wilt uitdagen, wil ik waarschuwen om de term &#039;mutual&#039; niet te letterlijk te nemen door aan te nemen dat het alleen mutual aid kan zijn als de ander iets van gelijke waarde kan teruggeven. Dit is in strijd met het onvoorwaardelijke karakter van mutual aid, die weigert de score bij te houden en erkent dat elkaar hulp bieden op veel verschillende manieren kan plaatsvinden, maar dat deze vormen niet altijd herkend of gekwantificeerd kunnen worden.

Ik denk dat er eigenlijk een eenvoudige manier is om te bepalen of iets mutual aid is, en wel via dit bekende citaat:

&quot;Als je hier bent gekomen om mij te helpen, verspil je je tijd. Maar als je bent gekomen omdat jouw bevrijding verbonden is met de mijne, laten we dan samenwerken.&quot;
Aboriginal activistengroep, Queensland, jaren 70. Mutual aid in activistische gemeenschappenVoorbeelden van mutual aid richten zich vaak op lokale gemeenschappen, maar dat hoeft niet zo te zijn. Mutual aid kan ook plaatsvinden binnen gemeenschappen waar de leden fysiek verspreid zijn, maar verbonden door een gedeelde identiteit, ervaringen, en/of waarden. Een voorbeeld hiervan is een online forum voor mensen die aan een bepaalde ziekte lijden, waar ze kennis en ervaringen delen over medische, psychologische, en sociale aspecten.

Voor Fist &amp; Fern zal ik nationale en internationale netwerken van activisten die strijden voor een duurzame en rechtvaardige wereld, als gemeenschap beschouwen. In deze gemeenschap helpen we elkaar op verschillende manieren: door informatie, vaardigheden, en ervaringen te delen; door elkaars acties op sociale media te ondersteunen; door verschillende sleutelrollen op ons te nemen tijdens acties die gericht zijn op de bescherming van de deelnemers; door arrestanten en juridische ondersteuning te bieden aan activisten die gearresteerd en/of voor de rechter gebracht zijn; en door financiële steun te bieden aan activisten in nood.

Zoals ik al zei op de pagina Waarom Verzet , beschouwen veel mensen activisme als iets negatiefs: activisten worden gezien als strijders tegen iets in plaats van voor iets, en activisten worden gezien als luidruchtig en verstorend. Deze mensen hebben echter over het algemeen geen idee wat er achter de schermen in activistische gemeenschappen gebeurt. Er zijn niet alleen talloze bijeenkomsten om strategieën te bedenken, te trainen, en/of te socializen, er zijn ook structuren, waarden, en gedeelde praktijken die de manier waarop we samenwerken bepalen. Activisme is niet alleen verstorend verzet, het omvat gemeenschapsopbouw en het zoveel mogelijk in de praktijk brengen van wat we prediken.

Hoewel ik persoonlijk op verschillende manieren betrokken ben bij de activistische gemeenschap, streef ik er via Fist &amp; Fern vooral naar om financiële steun te bieden aan activistische doelen die mutual aid bieden. Laten we eens kijken naar een aantal van deze doelen op Steun het Verzet.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Blog</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7543617/blog/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7543617/blog/</link>
                <description>WEGEN NAAR SOCIALE EN ECOLOGISCHE RECHTVAARDIGHEID IN EEN POSTKAPITALISTISCHE WERELDDIRECT NAAR BLOG BERICHTENInleiding

De mensheid staat op een kruispunt. De meeste mensen beseffen nog steeds niet hoe significant de Israëlische genocide op het Palestijnse volk is, en de medeplichtigheid van meeste westerse regeringen daaraan, wat het heeft onthuld en ontketend. Waarom zijn we niet in staat een einde te maken aan deze gruwelijke slachting van een volk, de eindeloze moord, traumatisering, en uithongering van kinderen, de opzettelijke marteling van burgers, en de medeplichtigheid van onze eigen regeringen die ons belastinggeld gebruiken om Israël te steunen in plaats van een totale boycot van deze genocidale staat in te stellen? We worden gegijzeld door de meedogenloos destructieve en gewelddadige hebzucht van de wereldelites, die er alles aan doen om het verhaal te controleren, tegenspraak de kop in te drukken, en opstanden te blokkeren. Overal ter wereld worden demonstranten in elkaar geslagen en opgesloten, worden wetten om activisten jarenlang gevangen te houden versterkt, worden agenten naar militaire trainingskampen in Israël gestuurd, en wordt het militair-industriële complex naar nieuwe hoogten getild. Ondertussen zal de escalatie van de klimaatcrisis ongetwijfeld leiden tot complete chaos en een complete ineenstorting van de systemen op aarde.

Hoewel het allemaal al verschrikkelijk rampzalig is, zal het zeker nog veel erger worden. Dat betekent niet dat we niet nog steeds op de rem kunnen trappen. Om dat te doen, moeten we echter heel snel actie ondernemen. De brandende vraag is: laten we ons onder totalitaire, fascistische controle brengen, of grijpen we elke kans aan om de status quo uit te dagen en een ander pad te kiezen, om in ware solidariteit met elkaar en met de planeet te leven? Ik denk dat we ons resoluut moeten inzetten voor niets minder dan de ontmanteling van het kapitalisme en een einde moeten maken aan de daarmee gepaard gaande koloniale diefstal van land en grondstoffen, de uitbuiting van mensen voor arbeid en consumptie, en de onderdrukking of uitroeiing van iedereen die in de weg staat. We moeten ophouden voorzichtig te zijn, ophouden ervan uit te gaan dat we met de agressors kunnen redeneren, of dat we de wereld kunnen redden met een beter beleid voor mensenrechten en milieu. We hebben gezien dat dat allemaal niet werkt. Op 7 oktober vielen de maskers af en werd het heel duidelijk hoeveel geweld er op een burgerbevolking en tegen kinderen kan worden losgelaten, zonder dat iemand bereid of in staat is het te stoppen.

Dus wat gaan we eraan doen? Ten eerste moeten veel, veel meer mensen bewust en woedend worden. Ten tweede moeten we kritisch zijn op onze strategieën, en vindingrijk en creatief zijn om nieuwe manieren te vinden om activisme te bedrijven dat tegelijkertijd verrassend, destabiliserend, en prachtig is. Ten derde hebben we dezelfde verbeeldingskracht en creativiteit nodig, evenals volharding tegen coöptatie, om nieuwe (of misschien oude) manieren van menselijke organisatie te vormen en te omarmen, en te breken met de staatsstructuren die historisch gezien diep verweven zijn geweest met kapitalistische en koloniale agenda&#039;s. En ten vierde moeten we structuren van diepe solidariteit tussen bevrijdingsbewegingen opzetten om informatie en vaardigheden uit te wisselen, evenals financiële en morele steun. Dit betekent dat we de verantwoordelijkheid moeten nemen om onszelf en elkaar te informeren over de verschillende manieren waarop gekoloniseerde, tot slaaf gemaakte, en onderdrukte mensen zich hebben verzet en georganiseerd, vooral door het werk van BIPOC-activisten en -wetenschappers te lezen.

Het is mijn missie om bij te dragen aan deze vier doelen en ik hoop dat deels via deze blog te doen. Ik heb momenteel een aantal oudere berichten geplaatst die ik oorspronkelijk in 2023-2024 schreef, en er is nieuw werk in de maak.

BLOG BERICHTEN
Ik schreef dit verhaal in het voorjaar van 2005, gebaseerd op een excursie die ik de zomer ervoor had gemaakt tijdens drie maanden veldwerk diep in het bos van de Democratische Republiek Congo (het veldwerk was al diep in het bos, de excursie ging nog dieper). Ik was naar het gebied gereisd om bonobo&#039;s, of dwergchimpansees, te bestuderen als onderdeel van mijn promotieonderzoek in biologische antropologie aan de Universiteit van Illinois in Urbana-Champaign. Ik heb dit verhaal opgedoken omdat het ons een klein maar waarde-vol inkijkje kan geven in de levens van Congolezen in een afgelegen gebied in het midden van het land. Het biedt ook een kans om licht te werpen op de aanhoudende wreedheden in de DRC vandaag de dag, veroorzaakt door een lange geschiedenis van buitenlandse kapitalistische hebzucht.

Oorspronkelijk geschreven in voorjaar 2005; hier geplaatst met kleine edits
en een nieuwe introductie &amp; nawoord op 14 November 2025 In de afgelopen jaren, steeds als ik van plan was om mee te doen aan een klimaatactie, vroeg ik me af of ik niet iets creatievers kon maken dan een geïmproviseerd protestbord met een stift op een gammel stuk karton, maar ik vond nooit de tijd of inspiratie. Ik beschouw &quot;artivism&quot; niet alleen een waardevolle manier om een sociale beweging te versterken, maar ook als verzet tegen die kapitalistische krachten die ons allemaal in het keurslijf van gehoorzaam, productief, en gedachteloos consumentisme en burgerschap duwen. Dus zodra ik tijd had, deed ik wat onderzoek en ging ik thuis creatief aan de slag voor de volgende klimaatactie! In deze blogpost beschrijf ik mijn recente ervaringen met het bouwen van een groot vampierhoofd van papier-mâché en het maken van een protestbord, met praktische tips.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 21 februari 2024; hier opnieuw geplaatst op 9 augustus 2025 Sinds ik me bij klimaatprotesten aansluit, ben ik geïntrigeerd door de rol van creatieve acties. Activisten bedenken regelmatig grappige kostuums, gekke constructies, prachtig gemaakte borden en pakkende slogans. Soms is er zelfs een choreografie of zingt een band protestliederen. Al deze creativiteit versterkt de beweging, bijvoorbeeld door een gevoel van urgentie over te brengen, te wijzen op schandalige machtsverhoudingen, of te laten zien hoe belachelijk dingen die we als vanzelfsprekend beschouwen kunnen zijn, en dat op een manier die écht de aandacht trekt. Zulke combinaties van kunst en activisme worden vaak &quot;artivism&quot; genoemd. In deze blogpost bespreek ik artivism en deel ik een aantal inspirerende voorbeelden en nuttige bronnen.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 21 februari 2024; hier opnieuw geplaatst op 9 augustus 2025 In januari 2023 kwam ik erachter dat de Gemeente Hoeksche Waard 13 grote essen in een straat in mijn dorp wilde kappen. Niet overtuigd van de noodzaak voor de kap heb ik in in dat jaar bezwaar aangetekend, een verzoek voor een voorlopige voorziening (vovo) ingediend bij de rechtbank, gesproken met bomenexperts, politici &amp; de media, een jurist ingeschakeld, een second opinion onderzoek laten doen, en een hoorzitting van de bezwaarcommissie bijgewoond. Dit is een uitgebreid verslag van mijn ervaringen om informatie te bieden aan andere mensen die dit ook proberen te doen, maar de tekst laat helaas ook zien dat het bezwaarproces vooral een schijnproces is en dat de burger zoveel mogelijk buitenspel gezet wordt.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 12 januari 2024; hier opnieuw geplaatst op 14 augustus 2025

Naast de kortere tekst over mezelf in Over Karin, wil ik hier iets echter worden en een aantal van mijn worstelingen tijdens mijn professionele loopbaan delen. Mijn cv lijkt misschien fascinerend en enigszins indrukwekkend, althans dat heb ik gehoord, maar de opmaak verbergt een pad vol frustraties en afwijzingen in mijn pogingen om een betekenisvolle carrière na te streven. We praten er niet vaak over, omdat we ons schamen voor mislukkingen en afwijzingen. Mijn carrière illustreert hoe moeilijk het is om je eigen weg te vinden als je kritisch bent over de manier waarop maatschappelijke problemen worden geanalyseerd en aangepakt.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 11 augustus 2023; herzien, bijgewerkt en hier opnieuw geplaatst op 9 augustus 2025</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Een Excursie in Congos Bos</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7711139/een-excursie-in-congos-bos/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7711139/een-excursie-in-congos-bos/</link>
                <description>Oorspronkelijk geschreven in voorjaar 2005; hier geplaatst met kleine edits en een nieuwe introductie &amp; nawoord op 14 November 2025

SORRY IK HEB DEZE POST NOG NIET VERTAALD, MAAR DAT ZAL IK BINNENKORT DOEN. IN DE TUSSENTIJD KUN JE DE AUTOVERTALING HIER VINDEN. LET OP DAT DAAR FOUTEN IN KUNNEN STAAN. Introduction

I wrote this true story back in spring 2005, based on an excursion I had made the preceding summer during three months of fieldwork deep into the forest in the Democratic Republic of Congo (the fieldwork was already deep into the forest, the excursion went even deeper). I had traveled to the area to study bonobos, also called pygmy chimps, as part of my PhD studies in biological anthropology through the University of Illinois at Urbana-Champaign, and was a guest researcher at the field site in Salonga National Park, set up and run by a foreign research institute. The field site itself was 25 kilometers from the nearest village and, during my time there, we were five researchers (three white foreigners and two Congolese from Kinshasa), usually supported by a rotating crew of around five men from the village working as guide or cook. Since the village was far away and we only passed it briefly twice, on our way in and out, my interactions with the locals primarily concerned the men working at the site, most of us speaking in broken French. As may become apparent from this text, I became increasingly interested in the people, their culture, the colonial and neocolonial history, and the context and local effects of the field site, which would later result in a rather drastic change in my focus of study. I dug up this story because I think it can give us a tiny yet valuable glimpse into the lives of Congolese people in a remote area in the center of the country. It is also an opportunity to help shed light on the ongoing contemporary atrocities in the DRC, driven by a long history of foreign capitalist greed, severely underreported and much less visible on social media than those happening in Palestine. Please see the afterword at the end for more reflections.

All names in this story have been changed to protect people’s identities.

An excursion in Congo’s forest

My backpack was way too heavy, but I considered everything inside as absolutely essential. I was scared that I wouldn’t be able to keep up, that yet again I would be the one lagging behind. Ellen and Jack claimed that I was in a much better shape than two months before and that I surely wouldn’t have any problems walking 20 kilometers with a heavy load on my back. I still had some doubts. Ellen and I would walk to Ntaku, an open space in the forest with a large water body, where we would set up our tents and stay for two nights. It was impossible to ignore this opportunity, as Ntaku was known as a drinking spot for many large mammals, an excellent wildlife viewing area. But I was hesitant to leave the relative safety of the campsite for such an expedition, to leave the well-marked trails in the forest of the study area where we now recognized every fallen tree, every broken branch and every curve, to trade it for two uncomfortable nights in unfamiliar surroundings. It would become a nightmare if someone would break a leg or step on a poisonous snake.

Jack had suggested that we should take Alongi as our guide, that it would enhance his status towards the other guys working for the project. I had previously experienced Alongi’s temperament while working with him in the forest, but after a couple of his nasty jokes and tricks it seemed that we actually started to get along quite well. Now he even called me his “petite soeur”, his little sister. And I by far preferred him over his younger brother Menga, who didn’t speak much French and who was often sleepy, or laughing his head off about something funny that he refused to share with us. Alongi was much more alert and would be better at keeping us away from the elephants that could sometimes mysteriously appear without nearly the noise you’d expect from such huge creatures in a dense forest.

It would be four of us, as Boboto was coming too. I used to call Boboto “the singing cook”. He sometimes prepared our meals when both our regular cooks were unavailable. It was clear that he enjoyed the work more than anyone else. He was never annoyed by our requests for roasted peanuts or fried bananas and he sang beautifully and cheerfully, filling the camp with a happy atmosphere, bringing a smile on everyone’s face. And he always called Ellen and me if he spotted the black mangabey that so often hung around in the trees near the campsite. Boboto was just a very friendly guy.

So this morning we would be on our way. Alongi seemed somewhat nervous and he started to shout at Boboto for not dividing up the stuff they needed to carry equally between their backpacks. There was a lot of laughter when the guys tried to decide whether one was heavier or not. Apparently there wasn’t much difference at all, but Alongi was only happy after a pineapple had been transferred from his to Boboto’s backpack. Immediately after this incident he became impatient, urging us to get going and exaggerating the time it would take us to get to Ntaku. At around 10 am we finally left the camp with the usual exchange of many “bajos” (goodbye in Lingala). As the trails were too narrow to walk next to each other, we had to form a row. As usual, I avoided being the first in line. Although it meant that I could not indicate the tempo myself, I could dream away easily and just follow the leader without having to pay much attention to spider webs and snakes. This time Ellen was walking ahead, just for the six kilometers on the P-trail that we knew so well. After leaving the study area, Alongi would take the lead. Talking was too exhausting and would scare all the animals away, so we were quiet. And we soon got into that meditative state associated with walking, walking, walking.

After more than an hour we arrived at Laboka, a much smaller version of Ntaku, but also a drinking spot for large mammals. The guys had built a platform in one of the larger trees there for the project. Jack and I had once set up a tent there to stay overnight and watch for animals under a full moon. It had been incredibly uncomfortable, so high up in the tree, and an unbelievably large number of insects had kept us from going outside the tent. At 8 pm we heard elephants, wandering through the mud, splashing water. Although it had been too dark to see anything, just the sounds of these majestic animals had been enough to make us feel overwhelmed and humble. Soon after the elephants had left, we heard the roar of a leopard, so powerful that it made the entire forest tremble. Thinking back of that night still makes me wonder about the lives of these fascinating creatures, about the many aspects of the forest that we never even saw.

But this time we would not stay at the platform; we would actually have to cross Laboka. I had been halfway once before and knew that there was a lot of mud, up to our thighs. Alongi would guide us through, but soon we noticed that we had gotten ourselves into a real deep patch. The elephants had been here again and had loosened and deepened the ground with their heavy footsteps. Alongi was convinced that there was no better way, so we waded and struggled further. Every step involved the sucking sounds of mud trying to hold on to our feet, every step we would wonder how much deeper we would sink. I started to feel slightly claustrophobic, asking myself whether there would be a way out of this mess. And then I took the step that caused me to get stuck up to my bellybutton.

I immediately panicked. I did not see any branches or things to hold onto or pull myself up with. I could barely move my legs and I was afraid that any movement would just cause me to sink deeper. The world started to spin around me faster and faster, while I imagined choking to death by inhaling the mud that would soon surround my entire body. Alongi and Boboto were about 20 meters ahead, so they were of no help, but fortunately Ellen was not far behind me. She pointed out a tiny bit of short grass at a higher and dryer area of sand that I should just be able to reach. I struggled for a couple of minutes and I managed to pull myself and my heavy backpack out of this misery. My legs were shaking heavily, but I had to continue. This was no place to take a break and relax. It took ten more minutes before we reached solid ground, but it felt like I had spent half a day swimming in a pool of glue.

The elephants of Laboka had certainly made it difficult for us to cross their territory. But then again, they had not shown their presence while we were in this vulnerable position, even though they could have attacked any time. People say that elephants have a very good memory, so I can imagine that in this area they are not very fond of humans at all. The village of Lampu, which is located a 25 kilometers walk from our campsite, knows a long history of elephant killing, for meat and for ivory. As far as I could tell, it was all in some way connected to Pappa Elombe. I had heard many things about his time as elephant hunter, which had been before machineguns were readily available due to the civil war. This short grumpy old guy had actually killed elephants with spears. Sometimes he would tell stories in Lingala to the other guys and, even though I could not understand the language, his singing and dancing, his tone of voice and animated body movements gave me an understanding of the dangers involved.

Pappa Elombe was thought to have some sort of power over the elephants (just as Pappa Koko was thought to have power over the green mamba, a very poisonous snake). Jack, a rather down-to-earth guy, seemed convinced that Pappa Elombe had once sent elephants to chase him in the forest after a serious argument about money between the two. Previous camp managers had freely lent the pappa money, but now Jack tried to explain how much he owed the project. Pappa Elombe did not believe it and got extremely upset. The next day, Jack was in the forest with one of the local guys named Bondeko when they suddenly heard elephants behind them. They decided to change direction with 90 degrees, but the elephants kept following them. Again, they changed direction, but they couldn’t shake them off that easily. Finally, after about half an hour, they got rid of the elephants and returned to the camp. Bondeko told Jack about Pappa Elombe’s powers and explained that he should make up with the old guy, otherwise he would be in trouble.

Pappa Elombe was very skilled in recognizing the most dangerous elephants, namely the ones that were not real elephants, but people who could change their physical appearance freely between human and elephant shapes. This was a very important skill, because killing such an individual would call for revenge from the other “shape-shifting” elephants. It would basically be the same as suicide. Alongi had once been Pappa Elombe’s student and they had gone out killing elephants together many times. Alongi’s impatience and reckless courage (or stupidity if you will) had gotten him into trouble on numerous occasions. If Pappa Elombe mentioned Alongi in his stories, he would always end by saying: “Eeh, Alongi, eh-eh-eh-eh.”, which would be repeated in chorus by everyone listening. I interpreted this as something like: “Alongi, that lucky dumbass.” Because, despite his careless actions, he was still alive and well. This fact had caused great admiration and fear by the people in the village. They concluded that Alongi must have very special powers. Even though he had killed the wrong kind of elephants, he had actually gotten away with it.

Jean once told a story about Alongi at the dinner table. Jean was a friendly and educated guy from Kinshasa, working on the tree monitoring project. One day he was in the forest doing the phenology, or looking at the fruiting stages of the trees along the trails. Alongi had passed him late in the afternoon to look for bonobos (apes closely related to chimpanzees) and their night nests, so that the students would be able to observe them in the early morning. After a while, Alongi appeared before Jean again, looking as if he had seen a ghost. He was breathing heavily and his t-shirt was ripped apart. He told Jean how he had ended up right in the middle of an elephant group. All of a sudden he had been surrounded by four individuals, including a furious male. Mysteriously, Alongi had managed to escape and it was suggested that he must have made an incredible jump, flying from the Nkuma trail almost five kilometers back to the spot where Jean had been in only a few minutes. Clearly, because of his status, Alongi was a key character in the existence of the project. If he had not agreed to give up the poaching of elephants and to work with the institute by setting up the camp and supporting the research activities (while of course being paid for it), the project would never have been possible.

So now we were walking with this guy, following his lead into a forest that we did not know. Sometimes it struck me that we were absolutely dependent on him, that basically he could do anything he wanted, he had total control over the situation. But then he would stop to carve our names in a tree, a local tradition that had resulted in special large trees at strategic positions, identifying who had been there and how long ago. It was especially disarming to see his sincerity in these efforts. On the other hand, he could sometimes enjoy our confusion or fear in certain situations. Once he called to me with a loud voice: “Karin, regarde là!”, wildly pointing to the ground as if there was a snake. When I froze and showed a frightened face, he started to laugh and laugh, repeating what he had just said over and over again “Karin, regarde là! Karin, regarde là!”. Another time, Ellen had walked straight into one of those huge sticky spider webs that harbor large and mean biting spiders. She screamed and ran, waving her arms high in the air. There had been no spider, but she had been so startled that she had panicked. Of course Alongi did not do anything to calm her down. Instead he burst with laughter and I thought he was close to rolling on the forest floor, shaking and holding his belly.

This time, on our way to Ntaku, there was another such occasion. We had bumped into a so-called savannah patch, a weird round grassy area, a rare place that was not invaded by the forest. I had seen them from the plane when we flew into the area; they were sometimes more than ten kilometers in diameter. This was one of the largest continuous forests in the world, a national park of 36,000 km², but the seemingly never ending layer of tree crowns was interrupted by those mysterious circles. I had wondered why they existed. Did it perhaps have something to do with soil types? Was the earth in some areas not rich enough to sustain the trees? Although it was a relief to be able to see further than the 15 meters of sight we had become accustomed to in the forest, the sun was burning hot and the high grass was cutting our skin. Fortunately, this particular patch was not very large.

Boboto asked for my lighter, which I gave to him wondering what he would do with it. It occurred to me in an instant: “Was he going to burn the savannah?” And immediately we saw the flames and the smoke caught by the wind. The fire was coming right at us and we were still in the middle of the patch! Ellen gave me a frightened look and asked “Don’t you think this is dangerous? Do you think we will be able to make it to the forest edge? Maybe we should run. I think we should run!” and she pushed me in the direction of safety. I was ready for a spurt, only Alongi was right in our way. He looked at us, feigning confusion, and asked what was the problem. Then he grinned and said that there was nothing to worry about. Meanwhile the fire was quickly coming towards us and I thought we would be fried alive. Then I suddenly realized that Boboto was lighting the grass over and over again, every few steps, while he was following us. I explained it to Ellen and, after some deep sighs of relief, we walked calmly to the edge of the patch into the cool protective forest where we waited until the fire reached the first trees and died out.

We were maybe 15 kilometers away from our camp when we approached a small campsite near the river. Alongi pointed at some broken twigs along the trail and stated that someone had passed through not so long ago, that it might have been poachers. Ellen and I exchanged a few glances, expressing disbelief, doubt, and an edge of fear. We were wondering whether Alongi was pulling one of his tricks again, as he had claimed before that he wanted to stay at the campsite overnight and continue the expedition to Ntaku only the next day. This would be a good excuse to keep us from moving on. Of course we saw the tracks, but perhaps they weren’t poachers, perhaps they were long gone. But would we really want to take the risk of bumping into guys with guns in such a remote place in the forest? Alongi checked the sides of the river for more tracks. The three of us followed. He pointed out some footsteps that I could not distinguish from the natural patterning in the sand. Although Boboto gave an excited confirmation, I was not entirely convinced and Ellen looked skeptical too. Finally he found some real clear fresh footsteps. We could no longer deny that someone had been here fairly recently, within the last two days.

We decided that it was too late in the afternoon to return to the camp, so we would set up our tents, eat, sleep, and return tomorrow. Boboto explained to us that it was too dangerous to continue. These men were unpredictable and Alongi and Boboto would not be able to guarantee our protection. After all we were “rich white girls”. Who knows what they would want to do with us, other than just steal out stuff. I was thinking “rape”, “kidnap”, “hostage”, “guns” and I started to believe that perhaps it would be better to return immediately. I would rather cross a muddy Laboka in the dark night than to wait in our tent to get attacked and abducted. But I calmed myself down, realizing that it was too late to do anything but enjoy a bath in the river and a nice dinner of sweet potatoes and pineapple. This is exactly what we did. Ellen and I went to a beautiful spot at the river where the water was clear and the sand was white. We immersed ourselves in the cool stream, splashing, and giggling, forgetting about our frustrations and concerns.

After this refreshing bath, we set up our tent and retreated, while Boboto was cooking and Alongi went out fishing. We were chatting intensely about our experiences for the past months at the camp when Boboto came calling us with an excited voice. We had not even heard the forest pigs that had come to eat from the garbage that Boboto had just thrown about 20 meters from our tent. They ran away as soon as we approached, while Boboto was laughing about our poor sense of hearing. He made a fantastic dinner, but the bees came quickly, attracted by the smell of people and food. It was dangerous to eat with so many bees around, because you could accidentally swallow one and they could sting you in your mouth or throat. So we gorged our food and locked ourselves up in our tents. And suddenly it was night.

It was probably one of the most fearful nights of my life. As soon as the darkness surrounded us and everyone else had apparently fallen asleep, I realized how vulnerable we were, with as our only protection a thin piece of fabric. The poachers could come back, or we could be trampled by elephants, or attacked by a hungry leopard. We were suddenly in the territory of all those creatures that would never approach us 15 kilometers back at our campsite. But here the rules were different. I heard the sound of snapping twigs around us, I felt the presence of a living being and I was paralyzed in my sleeping bag. I was afraid to make a sound and I wish I had closed the tent properly. We had only closed the gauze part of the “door”, which meant that we could be seen easily. I could not imagine going to sleep at all and thought I would be in this uncomfortable stiff position the entire night. Then, all of a sudden, out of nowhere, the campfire started burning again. I was shocked when I saw the flames reach high and I quietly woke Ellen by poking her in her arm. We exchanged startled looks and waited and listened. Perhaps the poachers had come back! But there was nothing to be seen or heard, except Alongi’s snoring from the other tent next to us, so we assumed that the fire had caught flame again by itself and Ellen went back to sleep. And me? I spent the rest of the night listening to some animal roaming around our tents and wishing it was morning.

Then, when the morning finally arrived, I wished it was evening. I was sore and tired and grumpy and I wished that we had never bothered to come on this stupid expedition. Now we would have to walk the 15 kilometers back with our heavy backpacks, back through muddy Laboka, without even having seen Ntaku. All this effort for nothing. As soon as we were on our way, we heard a big bang. Ellen and I wondered “Was that a gun shot? Or perhaps a falling tree?”, but Alongi and Boboto did not say anything and we simply continued walking. Later we would hear that it had been a shot with a big caliber gun, the one used to kill elephants.

The way back was much easier, especially since Alongi found a way through Laboka that didn’t involve much mud at all. When we reached the study area, they began to walk faster and faster. I was barely keeping up and had to ask Ellen to walk a bit slower. The last two kilometers were a nightmare, my legs almost collapsed, but I made it, back in the relative safety of the camp. Or was that feeling of safety just an illusion? Had we been living in a big bubble of an imagined world for the last two months? All I knew was that the camp had a radio and a satellite phone, two connections to the outside world. That was all that mattered to me really.

Back in the camp, Alongi immediately started to tell Jack everything about the poachers. He provided the names of the six guys who he knew were involved in poaching activities, including one from the military. The weapons came from a commandant, while the chief of the national park, in charge of nature conservation efforts, was probably corrupt and paid by poachers and military. He mentioned that he had seen a sign on a tree, which indicated that 411 elephants had been killed. Poachers like to brag about their achievements and do this by cutting out their names and their kills. He spilled everything he knew and told Jack that Patricia and Peter, the researchers in charge of the field site, should inform their embassy and pressure the Congolese government to do something about this.

It was odd to see Alongi so concerned about poachers, while everyone knew that he had been a poacher himself. Was he all of a sudden a converted conservationist? Did he actually care about the elephants? Jack suggested that Alongi must have felt threatened by his previous competitors. He had agreed to cooperate with the project and he now felt responsible for the study area and the inflow of legal money from the researchers. Also, the elephants might flee into our study area, which in turn would be dangerous for everyone walking around on our trails. I was wondering what was the effect of the project on the lives of the local guys. I had heard stories about Alongi being so obsessed with the elephant hunt that he had gathered many many tusks and, while the flesh of the bodies was rotting in Laboka, he had to knock on his neighbors doors to beg for food. Maybe now he was becoming a more responsible person.

There was also the story of Esengo and Bondeko who once had stacks of guns stuffed underneath their beds. They had earned enough money with the ivory trade that they could afford to travel to Kinshasa and attend university. When they ran out of cash, they returned to the village to get more ivory in order to continue their education. But that was in 1997, when Laurent Kabila and his troops invaded Kinshasa to overthrow the dictator Mobutu Sese Seko. The First Congo War (1996-1997) was soon followed by the Second Congo War (1998-2002), bringing their plans to a definite end. The two men found themselves stuck in the village, unable to finish their degrees, so they had no other choice but to return to subsistence farming.

Now they were rather happy with the presence of the project and the possibility to participate. Although there were still plenty of difficulties for the villagers in their daily lives, and there was always another potential war waiting around the corner, the project brought new imaginations of possibilities. At the same time, the influx of money also caused tensions and conflicts. Bondeko told us once that he could barely save parts of his salary, because family and neighbors all demanded a share. And in order to counter the increasing consumption of alcohol, which was one of the few items that money could buy in this area, the research institute regularly brought in goods from Kinshasa, such as clothing, baby bathtubs, and bikes, creating a small economy that was completely dependent on the field site.

After three very intense months in the Democratic Republic of Congo, I left the country with mixed feelings, wondering what changes would be needed to improve the lives of the people who have been faced with a violent history of colonialism, warfare, corruption, poverty, and a lacking infrastructure for as long as they can remember. I once spoke about this with Peter. He seemed to think that rebuilding the economy would be the way forward for this country. Creating a sense of trust and confidence by the presence of Western companies. After all, if the Westerners return, it must be safe. Of course, he simply ignored the fact that all the problems had been caused by Westerners in the first place. Would bringing in a new load of us really change things for the better? And wouldn’t international logging companies be jumping at the opportunity to start cutting down that gorgeous forest, the home of our bonobos? Would such companies even contribute anything to the national and local economies?

Ultimately, a lot depends on the characters of the people in power and their resistance to international and national lobby, blackmail, and corruption. Elections are planned for June 2005, but in the meantime there are still clashes between the military and rebels in the east of the country. The West has its own interests in the politics of Congo and is known to meddle and manipulate. Let’s not forget that the most promising postcolonial leader, Patrice Lumumba, had been murdered by separatists from the province of Katanga, with deep involvement of Belgium and the US. This was followed by more than 30 years of dictatorship and widespread corruption under the the Western-backed Mobutu, and then followed by two wars that caused millions of deaths due to violence, hunger, and disease. How could anyone even organize elections in a country so devastated by such horrors, in a country with no decent roads, in a country where it is unknown who even has the right to vote? How could safety be ensured when UN peacekeepers rape women and children in exchange for food and “protection”? Although the situation had been relatively stable since 2003, for the first time in decades, and people were cautiously optimistic about Joseph Kabila as president, it all remained immensely precarious.

A week after the excursion, Ellen and I left the site and ended our time in Congo. We would go by charter plane from a small landing strip near Lapope village and we had been told that the “conservateur”, or the corrupt chief of the park, would be flying with us. He was dressed in suit and wore expensive shiny black shoes when we met him in the village. We were sitting in the house of a local teacher, supplied with roasted peanuts and bananas, when he started to harass Jack, asking him for money. According to some local guys, he had also been involved in the poaching of 40 red colubus monkeys, so we knew that he was not nearly as poor as most of the villagers. It was difficult for all of us to spend time with this man, who was becoming agitated and frustrated and red in the face, because we were not as respectful as he would have liked. Then, out of nowhere, Ellen said in English: “Maybe he should just sell his shoes!” We were all laughing and he was laughing with us, although he had not understood what Ellen had said. But five minutes later, he started to ask for my watch. This guy was incredible! Ellen and I left him behind at Kinshasa airport where he was bragging to the custom officials about the park. I overheard him say something about gorillas in the park, but I knew as a fact that gorillas do not even exist south of the Congo river. And then this was supposed to be one of the good guys!

I don’t think that Patricia and Peter have been in touch with their embassy or the Congolese ministry about the corruption and the poaching. I think they do not want to endanger the fragile relationships and the presence of the project. Patricia once mentioned that, by “coincidence”, every expedition to Ntaku that included Alongi had returned because of “poachers”. She seemed to doubt his statements altogether, but I wondered if we would have ignorantly walked into a rain of bullets had we decided to take Alongi’s younger brother Menga instead. All I know is that the information has been delivered to the organization of a convention on the international trade in endangered species that has been collecting data on elephants and ivory trade for many many years. Whether they will be able to change anything in a country that is faced with more immediate concerns than conserving nature remains to be seen.

Afterword

I was reminded of this story while I was reading the book Lumumba&#039;s Dream by Sibo Rugwiza Kanobana (published in 2025 in Dutch), a book I had spotted and ordered in the webshop of The Black Archives in Amsterdam. This is a very important book about one of many postcolonial socialist leaders who showed potential for restoring justice and who were murdered or otherwise crushed and displaced by the empire to serve their own ongoing interests in the exploitation of former colonies. It remains valuable to revisit the visions of such leaders, who were often demonized as evil communists, but who showed tremendous wisdom and inspiring imaginations of a different kind of world.

When Patrice Lumumba became prime minister in 1960, Congo had endured more than 30 horrific years (1877-1908) under the private “ownership” of Belgian King Leopold II. During this period, the Congolese were forced and tortured to work in rubber plantations, and eight to ten million people died through violence, forced labor, and starvation (Hochschild, 1998). Congo had also endured another 52 years as the colony of Belgium, a time during which the colonizer’s economic interests remained priority over the wellbeing of the colonized population, shifting from rubber trade to the mining of copper, gold, diamonds, cobalt, and other minerals. At this crucial moment of independence in 1960, which would set the stage for the future course for the country, Patrice Lumumba promoted complete self-determination for the Congolese, full control over their own resources, unification of all Congolese while recognizing cultural and linguistic diversity, collaboration with the Belgians on the basis of true equality, and similar revolutionary ideas.

Of course these were all very dangerous ideas from the perspective of those who wanted to maintain control of the situation in the county and to maintain access to Congo’s valuable resources, even after the official end of colonialism. The colonial administration had already fed various divisions between Congolese, particularly on the basis of class and ethnicity. The separatist ambitions of the wealthiest province of Katanga, as promoted and supported by Belgium, as well as the US, were ultimately the downfall of Lumumba. It resulted in many decades of further exploitation, corruption, and violent conflicts, even up until today, all very far from what Lumumba envisioned for the country.

Reading about Lumumba brought me back to my time in Congo more than 20 years ago and I dug through my folders to find this story that I had written for a writing course. Spending these few months in deep in one of the largest continuous forests in the world had been a fantastic opportunity and I considered myself lucky to have seen bonobos in the wild (even though the bonobos were not yet well habituated to the presence of human researchers and I spent much more time collecting, washing, and examining their poo than actually observing them). But I realized that I was less interested in the bonobos and much more captured by the colonial continuities in the existence of the field site, set up and run by white foreign researchers in a poor war-torn country that had never been able to recover from well over a hundred years of violent colonial and postcolonial, or rather neocolonial, rule. Thus, I ended up changing my subfield from biological to cultural anthropology so that I could specifically investigate these types of issues.

I definitely considered trying to go back to the DRC as a cultural anthropologist and do a study from the perspective of the village to critically examine the presence and effects of the field site in this historical context. However, I suspected the researchers in charge of the site would not be interested to facilitate my stay there in that capacity. In addition, I had concerns about the remoteness of the area, about the rather narrow scope of study of a tiny field station and a tiny village, and about potential safety issues with armed poachers roaming around. In the meantime, the situation in the country remained precarious and unpredictable altogether. For these reasons, I ended up switching my research to Kibale National Park in Uganda, a site with a dense history of convergence of various conservation and development projects, often with a violent and manipulative character towards local communities (you can find the dissertation I wrote about that here; and more about my subsequent trajectory here). This did mean that I wouldn&#039;t be returning to Congo, I wouldn&#039;t be learning more about the special powers of Alongi and Pappa Elombe, I wouldn&#039;t be able to live with them in their village and understand more about the ways they saw their futures. Of course, I have often wondered what I might have learned and how their lives have turned out over the years.

Now, since 2004, the DRC has experienced many more periods of violent conflicts, generally in the eastern part of the country where the interests of the national government, various rebel groups, foreign governments, and corporations converge and clash around the mineral resources of the area, while often feeding into ethnic divisions, exploiting children for hard physical labor, and involving horrific sexual violence against women. In the beginning of 2025, one of the rebel groups, M23, that has been backed by the Rwandan government, conquered the city of Goma and large areas of the province of North Kivu. Because of the conflicts in eastern Congo, 5.2 million people have been displaced, 1.6 of whom were displaced in 2025 alone, leading to widespread hunger and a large-scale humanitarian crisis. Multiple tech companies have been accused of complicity in atrocities committed in eastern Congo, particularly child labor for the mining of minerals, including Apple, Google, Microsoft, Dell and Tesla. Coincidentally, conflicts and poverty make it easier to exploit people for their labor and resources.

For the past two years, the livestreamed genocide Israel is committing in Palestine has mobilized a growing worldwide movement of activists who have been demonstrating, boycotting, striking, and blocking for a free Palestine. Through the increasing awareness of the evils of Israel and the role of colonialism and capitalism, more and more people are waking up to the interconnectednesness of genocides and atrocities worldwide, including those in Congo and Sudan. Since the people of Congo and Sudan don’t have the same access to phones and social media as the people of Palestine, and while mainstream media similarly tends to ignore or downplay their suffering, activists often wonder what they can do to support the people who are exposed to horrific violence in these countries as well. Seeing the connections and asking such question are important developments to unite us all in resisting the worldwide escalation of capitalism and the rise of fascism.

As for supporting the people of Congo specificially, I have listed a few things anyone can do:

(1) Inform yourself!
Here are some accounts you can follow on Instagram:∙ @congofriends
∙ @freecongo.now
∙ @teamcongo.rdc
∙ @wijzijncongolezen
∙ @focuscongo
∙ @freecongo.be
∙ @congobasinalliance
∙ @extinctionrebellionrutshurudrc

I also created a Goodreads reading list of books about Congo.
(2) Speak out, protest &amp; boycott!

∙ Share posts about Congo on social media and talk about it with family, friends, and colleagues.
∙ Find out when there are protests in your area and join, or organize a protest yourself.
∙ Put pressure on governments to break ties with Rwanda for supporting M23.
∙ Buy refurbished phones and other electronics and use them as long as possible.

(3) Donate!

I found this wonderful collective of Congolese volunteers called Goma Actif who are doing mutual aid in the Goma Area. You can donate to them through their fundraiser. I have also added it to the mutual aid projects supported with 20% of the sales price of all purchases in the Fist &amp; Fern webshop (see Support the Resistance).

Go to fundraiser - Website - Instagram - Article about Goma Actif</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Artivism Deel 2</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7611876/artivism-deel-2/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7611876/artivism-deel-2/</link>
                <description>PAPIER-MâCHé &amp; VERFOorspronkelijk gepubliceerd op 21 februari 2024; hier opnieuw geplaatst op 9 augustus 2025

De afgelopen jaren vroeg ik me, elke keer als ik van plan was mee te doen aan een klimaatactie, af of ik iets creatievers kon maken in plaats van een geïmproviseerd bordje van een gammel stuk karton beschreven met een stift in de trein op weg naar het evenement, maar ik vond er nooit de tijd of inspiratie voor. Ik vermoed dat dit voor veel activisten geldt, vooral voor diegenen, zoals ik, die niet regelmatig op die manier creatief zijn. Creativiteit wordt vaak ontmoedigd na de basisschool, wanneer van kinderen wordt verwacht dat ze zich richten op zogenaamd serieuzere zaken en een fatsoenlijke carrière nastreven. Daarom beschouw ik artivisme niet alleen als een waardevolle manier om een sociale beweging te versterken, maar ook als verzet tegen die kapitalistische krachten die ons allemaal in het keurslijf van gehoorzaam, productief, en gedachteloos consumentisme en burgerschap duwen. Als we willen werken aan een ander soort samenleving, moeten we verder gaan dan alleen vechten om het systeem te ontmantelen, maar ook de waarden en vaardigheden koesteren die belangrijk zijn voor gezondere samenlevingen. (Dit sluit ook goed aan bij XR&#039;s focus op regeneratieve cultuur.) Zodra ik een tijdsvenster vond, deed ik wat onderzoek en ging ik thuis creatief aan de slag voor de volgende klimaatactie!

In deze blogpost beschrijf ik mijn recente ervaringen met het bouwen van een groot vampierhoofd van papier-mâché en het maken van een protestbord, met praktische tips. Dit was slechts een klein projectje dat ik zelf heb gedaan, aangezien ik op het platteland woon, vrij ver van lokale actiegroepen, maar er is natuurlijk veel meer mogelijk wanneer je de creatieve verbeelding, vaardigheden, arbeid, en materialen in groepsverband kunt combineren (zie ook de voorbeelden in Artivism Deel 1: Inleiding &amp; Voorbeelden). Veel XR-groepen hebben specifieke kunstcirkels en/of organiseren regelmatig kunstevenementen.

Een vampierhoofd van papier-mâché makenAls antikapitalist wilde ik heel graag een kostuum maken dat de destructieve en uitbuitende hebzucht uitbeeldde die onze consumptiemaatschappij drijft. Eerst overwoog ik een varkenskop te maken die je bij een pak en aktetas kon dragen, iets wat ik al eerder had gezien, maar een vriendin wees er terecht op dat het discriminerend was tegenover varkens. Die arme dieren worden al gruwelijk mishandeld in onze vleesindustrie en zijn slachtoffers van het kapitalisme in plaats van symbolen voor het kwaad erachter. Dus besefte ik dat het beter is om geen enkel dier te gebruiken voor dit soort representaties, aangezien geen enkel dier zulk opzettelijk misbruikend gedrag vertoont als dat door de mens die rijkdom vergaart ten koste van alle levende wezens en de planeet als geheel. Dus koos ik in plaats daarvan voor het mythische wezen van de vampier, voormalige mensen die zijn getransformeerd naar monsters zonder kloppend hart, zonder geweten, en die bestaan ​​om de levenskracht uit mensen te zuigen. Toen ik besloot voor de vampier te gaan, vond ik online een paar afbeeldingen die ik als voorbeeld gebruikte om een ​​groot hoofd van papier-maché te maken.

Voor dit project wilde ik een materiaal gebruiken dat gemakkelijk verkrijgbaar was en waarvoor ik geen stapels benodigdheden of zelfs kant-en-klare producten in de winkel hoefde te kopen. Zo herontdekte ik de geweldige eigenschappen van papier-maché (of papier-mâché). Ik denk dat we allemaal wel eens geëxperimenteerd hebben met stroken krantenpapier en een plakkerige rommel om een ​​lelijke kom te maken voor onze moeders op de kleuterschool. Maar natuurlijk verdienen de grote bedrijven in onze maatschappij geen geld als we weten hoe we dingen kunnen maken van alledaagse huishoudelijke artikelen, dus we worden verleid door dure hobbymaterialen en gemakkelijk verkrijgbare kant-en-klare producten. Daarom is papier-mâché een perfect materiaal om bezwaar te maken tegen het kapitalisme en ik kreeg er een nieuwe waardering voor tijdens het maken en gebruiken ervan. Maar eerst deed ik wat onderzoek naar mensen die soortgelijke papier-mâchéprojecten deelden. Uiteindelijk volgde ik grotendeels de instructies van ArtsyDork (zie ook de voltooide hoofden van haar studenten). Ik vond verdere inspiratie op deze pagina&#039;s van WVartist, MyArtLesson, en The Grove Guy. Deze HubPages bieden ook talloze waardevolle links naar recepten en leuke projecten met papier-mâché. Laat ik beschrijven hoe ik het heb gedaan en wat ik ervan heb geleerd!

Gebruikte materialen Vijf stappen
∙ Stevige gebruikte dozen

1. Een basistructuur maken
∙ Breed papieren tape

2. Vormgeven met vulling &amp; tape
∙ Oude kranten

3. Lagen met papier-mâché stroken aanbrengen
∙ Tarwebloem

4. Details vormen met papier-mâché klei
∙ Gesso &amp; acrylverf

5. Het project verven

Ik wilde vooral milieuvriendelijke en circulaire materialen gebruiken, dus dat betekende dat ik oude dozen, papieren tape, kranten, en meel moest gebruiken. Sommige projecten gebruiken plastic vullingen en papier-mâché recepten met lijm, maar ik heb geprobeerd het zo eenvoudig en natuurlijk mogelijk te houden. Acrylverf is uiteraard niet zo milieuvriendelijk. Ik had geen tijd om betere alternatieven te onderzoeken en ik weet ook niet zeker of die er zijn. Suggesties zijn welkom!

Wat de basisstructuur betreft, ik gebruikte de eenvoudigste opzet door stukken karton rondom een emmer te buigen, de buitenkant te rillen voor buigzaamheid, en er bovenop een X-structuur op te bevestigen. Veel projecten hanteren vanaf het begin een meer 3D-aanpak door kleinere stukken karton aan elkaar te plakken of metalen frames te maken. Ik probeerde het hoofd meer vorm te geven door droge proppen krantenpapier aan de structuur te plakken, maar vond dat wat lastig voor de gezichtsdetails. In de tussentijd had ik de mogelijkheid ontdekt om klei van papier-mâché te maken, dus besloot ik het geheel te bedekken met stroken papier-mâché en vervolgens de klei te gebruiken om meer details toe te voegen. Voor de stroken papier-mâché volgen online recepten over het algemeen deze samenstelling:

Recept voor paper-mâché pasta voor stroken

∙ 1 kop bloem

∙ 1 kop water

∙ 1 eetlepel zout om schimmel tegen te gaan

Ik knipte krantenstroken, doopte ze in het mengsel, verwijderde de overtollige pasta met mijn vingers, en voegde ze vervolgens toe aan het project. Deze aanpak was vreselijk rommelig en nat, en droop overal. Een betere manier zou waarschijnlijk zijn om de pasta met een kwast op het oppervlak aan te brengen, de droge stroken eroverheen te leggen en er nog meer pasta overheen te smeren. Hoe dan ook, breng niet te veel lagen tegelijk aan en zorg ervoor dat het goed droogt. Ik heb in de winter het hoofd naast de verwarming gelegd en het duurde een paar dagen voordat het goed droog was.

Nadat ik het hoofd met de stroken had bekleed, ging ik aan de slag met de klei. Ik gebruikte recept 3 van A Piece of Rainbow met papier, bloem, en een gekookte bloempasta en paste het een beetje aan:

Recipt paper-mâché klei

∙ 30 krantenpagina&#039;s in kleine stukjes geknipt

∙ 2-2,5 koppen bloem

∙ 1 kop water

∙ 1 eetlepel zout

∙ 2 eetlepels plantaardige olie

Instructies:

Maak de pulp: laat de stukjes krant een uur in water weken, maal het fijn met een staafmixer, en giet het water af met een zeef. Ik heb vervolgens met mijn handen delen van het papperige papier genomen om het water er zo goed mogelijk verder uit te persen. Je kunt ook een kaasdoek gebruiken. Je handen worden grijs van de inkt in het papier, maar dat is er gemakkelijk weer af te wassen. Breek de papierklodders in kleinere stukken en doe ze in een kom.

Belangrijke opmerking: als je een plastic staafmixer gebruikt, kan deze grijs worden vanwege de inkt en dit is mogelijk niet zo gemakkelijk schoon te maken. Het is daarom het beste om een ​​oude staafmixer te gebruiken die je niet meer voor voedsel zult gebruiken, of om een staafmixer van roestvrij staal te gebruiken.

Maak de bloemlijm: meng 1/2 kop bloem en 1 kop water met een garde en zet het op laag vuur. Blijf goed roeren en schraap de bodem en randen terwijl het mengsel dikker wordt om aanbranden te voorkomen. Het dikt vrij snel in. Haal het van het vuur wanneer het de consistentie van mayonaise heeft bereikt. Laat het afkoelen.

Voeg 1,5-2 koppen bloem, de bloemlijm, het zout en de olie toe aan de stukjes papierpulp en meng het tot een deeg. Ik heb het met mijn handen gedaan, maar je kunt ook een deegschraper gebruiken. Het deeg mag niet te plakkerig zijn. Als dat wel zo is, voeg dan nog wat bloem toe.

Je kunt het deeg meteen gebruiken, of het verpakt 2-3 weken in de koelkast bewaren, of in de vriezer opslaan.

Ik maakte drie of vier batches klei voor het vampierenhoofd. Over het algemeen was ik behoorlijk onder de indruk van hoe gemakkelijk het was om mee te werken. Het nadeel is dat het een beetje grof is, waardoor er wel wat structuur in zit. En als de klei vrij nat is, is het lastig om stevige vormen te maken. In mijn geval waren de tanden en oren een beetje lastig. Ik had de basis voor de oren eerder in het proces moeten maken. Nu plakte ik dunne stukjes karton op de kop en voegde er lagen klei aan toe. Het karton absorbeerde het vocht en werd slap en buigzaam, dus ik moest het tijdens het drogen in de juiste positie ondersteunen voordat ik er nieuwe lagen aan toevoegde.

Al met al is het veel beter geworden dan ik had verwacht voor een eerste poging! En ik heb er veel plezier in gehad. Ergens kwam ik op het idee om een tong aan een stokje te maken, die ik door de mond kon steken en heen en weer kon bewegen door het stokje te draaien. Ik maakte het volgens dezelfde stappen: ik sneed karton in de juiste vorm, plakte er vulling op, bekleedde het met stroken papier-mâché en vervolgens met een laag klei.

Tot slot bedekte ik alles met een laag gesso en beschilderde het met acrylverf. Ik gebruikte geen enkele beschermlaag. Het papier-mâché wordt na droging keihard en kan zeker wel wat vocht of andere beschadigingen verdragen. Normaal gesproken zou acrylverf ook wat vocht of zelfs wat lichte regen moeten kunnen verdragen. Langdurig gebruik in een stortbui zal echter waarschijnlijk tot problemen leiden. Dus als de kans bestaat dat dit gebeurt, doe dan onderzoek naar manieren om je project waterdicht te maken.

Ik heb dit project in 1,5 maand tijd gespreid. Ik vond het erg fijn dat ik er in kleine stapjes aan kon werken. Vanwege de droogtijd is papier-mâché niet echt geschikt voor spoedprojecten, maar als je weinig lagen gebruikt en het allemaal vrij simpel en dun houdt, is het zeker mogelijk om in een paar dagen iets geweldigs te maken.

Een protestbord makenNu wilde ik ook een mooi bord maken dat bij de kop paste en, omdat ik in een sterke antikapitalistische bui was, koos ik &quot;Kapitalisme is een Doodscultus&quot; als slogan. Ik had het op een paar stickers gezien en het paste perfect bij mijn vampier, vooral in combinatie met een Oudengels lettertype. Ik maakte een bord door twee grote, even grote, stevige stukken karton op elkaar te lijmen en te plakken voor extra stevigheid (onze slordige kartonnen borden worden vaak zwak en buigzaam als ze buiten worden gebruikt bij slecht weer). Ik bedekte beide kanten met 2-3 lagen gesso en verfde één kant zwart. Ik kocht dikke acrylverfstiften, die je in verschillende maten en kleuren kunt kopen bij een winkel voor kunstenaarsbenodigdheden. Ik kon de letters onmogelijk uit de losse pols schrijven, dus vond ik online een tip om je ontwerp op een stuk papier te printen, de achterkant met wit krijt te bedekken, het op de ondergrond te leggen met de bedrukte kant naar boven en het ontwerp over te trekken met een scherp potlood. Je hebt dan de krijtlijn van de letters op de achtergrond, die je kunt bedekken met de verfstiften. Werkte perfect! Voor lichte achtergronden kun je een donkerdere kleur krijt of overtrekpapier gebruiken.

Toen ik deze kant van het bord af had en een vrolijkere achterkant in een felle kleur had gepland, realiseerde ik me dat het XR-protest waar ik op het punt stond bij te wonen, tegen de jaarlijkse subsidies van €39,7-46,4 miljard (!!!) van de Nederlandse overheid aan de fossiele-brandstofindustrie, een specifiekere boodschap vereiste. Dus maakte ik een nieuw bord met &quot;Stop met subsidies voor fossiele-brandstofvampiers&quot; aan de donkere kant en &quot;Investeer in mens &amp; planeet&quot; aan de vrolijke kant.

Artivisme in de praktijk

Natuurlijk heb ik het vampierenhoofd en protestbord samen ingezet voor de XR-actie tegen subsidies voor fossiele brandstoffen in Den Haag op 3 februari. Het werkte prima en het was erg leuk om mensen te zien reageren en glimlachen. Veel mensen maakten foto&#039;s of filmpjes. Vooral de bewegende tong was een groot succes, zie hem in actie in deze XR video van de dag op 0:18! De video bevat ook de jaknikkers die ik in het vorige deel van de eerste post noemde, en een aantal andere leuke kostuums, borden, spandoeken, vlaggen, muziek, en leuzen.

Dit was de 36e editie van deze specifieke actie op deze specifieke plek. Het begon ongeveer 1,5 jaar geleden met een paar mensen die het eerste deel van een snelweg blokkeerden, gelegen tussen het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het tijdelijke parlementsgebouw. Steeds meer mensen namen deel aan elke nieuwe editie, hetzij binnen de actie zelf (arresteerbaar) of in de steundemonstratie ernaast (niet-arresteerbaar), en steeds meer organisaties maakten hun steun publiekelijk bekend. Afgelopen najaar, in september en oktober, organiseerde XR een marathonactie en keerde iedere dag terug om de snelweg in totaal voor 27 dagen lang te blokkeren, totdat er enige politieke beweging kwam om de subsidies voor fossiele brandstoffen af te schaffen. Toen die bewegingen in december mislukten, besloot XR op 3 februari voor het eerst terug te keren en de acties zullen regelmatig worden voortgezet zolang er subsidies voor fossiele brandstoffen bestaan.

Ik heb al vaker aan deze actie meegedaan. Deze keer, met grote rekwisieten die bij een arrestatie beschadigd of in beslag genomen konden worden, besloot ik om aan de kant van de steundemonstratie te blijven. Uiteindelijk werden er die dag bijna 1000 activisten gearresteerd. Hier is een nieuwsbericht hierover in het Engels op NL Times. De ervaring heeft ons geleerd dat er geen solide juridische basis is voor het opleggen van boetes. Dit betekent dat activisten door de politie worden meegenomen, in bussen worden gezet, naar een andere locatie worden gereden, waar ze mogelijk worden verwerkt (niet altijd) en worden vrijgelaten. Zoals heel gebruikelijk bij XR-acties, werd er buitensporig geweld gebruikt door de politie tegen vreedzame demonstranten, met behulp van gemene polsklemmen en neusgrepen die veel pijn veroorzaken. Eén activist brak zijn ribben toen een politieagent ruw en opzettelijk een knie op zijn ribbenkast leunde, eerst aan de ene kant en dan aan de andere (zie ook deze XR video in het Nederlands). Waterkanonnen stonden paraat, maar werden deze keer gelukkig niet gebruikt. Politici en politie klagen regelmatig over XR-acties vanwege de zogenaamd benodigde politiecapaciteit en vragen om strengere maatregelen, zelfs om de criminalisering van de hele organisatie. Natuurlijk is politiebemoeienis met de actie een keuze, geen noodzaak, en het contrast met de houding ten opzichte van de Nederlandse boerenprotesten in diezelfde week is veelzeggend. De boeren blokkeerden verschillende snelwegen, stichtten grote branden, dumpten mest, afval en asbest, en creëerden gevaarlijke situaties die leidden tot één auto-ongeluk waarbij iemand zwaargewond raakte. Er was echter geen onmiddellijke politie-interventie om de blokkades te beëindigen en slechts twee mensen werden dagen later gearresteerd...

Maar ik dwaal af. Terug naar het artivisme! Natuurlijk was mijn vampierartivisme slechts een klein project van één persoon, zonder echte performance of een grotere strategie. Het was een leuk experiment en ik zal het hoofd waarschijnlijk nog wel eens gebruiken. Bovenal blijf ik nadenken over mogelijke creatieve manieren om acties te ondersteunen of te organiseren. Nieuwe, onverwachte benaderingen om onderwerpen onder de aandacht te brengen houden de beweging fris en trekken mogelijk weer nieuw, ander publiek aan. Bovendien kunnen ze de spanningen rond de arrestaties en het politiegeweld mogelijk een beetje doorbreken.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Artivism Deel 1</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7606557/artivism-deel-1/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7606557/artivism-deel-1/</link>
                <description>INLEIDING &amp; VOORBEELDENOorspronkelijk gepubliceerd op 21 februari 2024; hier opnieuw geplaatst op 9 augustus 2025

Sinds ik me bij klimaatprotesten aansluit, ben ik geïntrigeerd door de rol van beeld en creatieve acties. Activisten bedenken regelmatig grappige kostuums, gekke constructies, prachtig gemaakte borden en pakkende slogans. Soms is er zelfs een choreografie of zingt een band protestliederen. Al deze creativiteit versterkt de beweging, bijvoorbeeld door een gevoel van urgentie over te brengen, te wijzen op schandalige machtsverhoudingen, of te laten zien hoe belachelijk dingen die we als vanzelfsprekend beschouwen kunnen zijn, op een manier die echt de aandacht trekt. Zulke combinaties van kunst en activisme worden vaak &#039;artivism&#039; genoemd.In deze blogpost bespreek ik artivism en deel ik een aantal inspirerende voorbeelden en nuttige bronnen. Ik ben zelf vooral in aanraking gekomen met kunst in activisme via de klimaatbeweging, de beweging voor mondiale rechtvaardigheid, en het verzet van inheemse volkeren tegen extractivisme, maar er zullen vast ook inspirerende voorbeelden uit andere sociale bewegingen zijn.

Inleiding tot artivismJay Jordan, die betrokken is geweest bij diverse gedenkwaardige artivism projecten (waaronder het clownsleger en het fietsprotest dat hieronder wordt besproken) en die momenteel samenwerkt met Isabelle Fremeaux in het Laboratory of Insurrectionary Imagination , schreef een prachtig hoofdstuk over artivism in het boek Degrowth in Movements (2020) en gaf de volgende beschrijving:

&quot;Artivism is niet echt een beweging. Het is meer een houding, een praktijk die zich op de vruchtbare grens tussen kunst en activisme bevindt. Het ontstaat wanneer creativiteit en verzet in elkaar overvloeien. Het is wat er gebeurt wanneer onze politieke acties zo mooi worden als gedichten en zo effectief als een perfect ontworpen instrument.&quot;&quot;Waar het zeker niet om draait, is het maken van politieke kunst, kunst over een kwestie, zoals een performance over de vluchtelingencrisis of een video over een opstand. Het gaat er niet om nieuwe percepties van de wereld te tonen, maar om die te veranderen. Door representatie te weigeren, kiest artivism voor directe actie.&quot; (Jordan, 2020: 60).Artivism gebruikt vaak humor, verwarring, en voortdurende innovatie van nieuwe tactieken om de autoriteiten achter zich te houden en het voor hen moeilijker te maken om te bepalen hoe te reageren. Er is ook vaak sprake van een vorm van transgressie door sociale regels of zelfs wetten aan te vechten of te overtreden, door dingen te doen die onverwacht, verrassend, licht verontrustend, of mogelijk illegaal zijn. Zulke transgressies stellen de bestaande conventies over wat gepast en juist is ter discussie, en wie of wat er werkelijk door wordt gediend. We nemen zoveel dingen als vanzelfsprekend aan zonder ons af te vragen waarom ze zijn zoals ze zijn.

Tijdens mijn onderzoek voor deze blogpost begon ik een aantal verschillende kunstvormen te herkennen die een rol kunnen spelen in activisme en kunnen uitgroeien tot artivism: (1) personages en optredens, (2) rekwisieten en constructies, (3) muziek en dans, (4) culture jamming, (5) straatkunst, en (6) inheemse kunst en ceremonies. Ik zal voorbeelden in elk van deze categorieën bespreken. Daarna zal ik iets vertellen over het belang en de gevaren van het vinden van financiering voor artivism, en ik sluit af met voorbeelden van slogans en links naar organisaties, bronnen, en literatuur.

Personages &amp; optredensEen prachtig voorbeeld van personages en optredens in activisme is het Clandestine Insurgent Rebel Clown Army (CIRCA), opgericht in 2003 door Jay Jordan, Lawrence Bogad, Hilary Ramsden, Jennifer Verson, Zoe Young, Matthew Trevelyan, Theo Price, en anderen. Het doel was om speelsheid en vreugde te brengen in de beweging voor sociale rechtvaardigheid, die intense tijden doormaakte met protesten onder andere rond de WTO in Seattle in 1999, de G8 in Genua in 2001, en de oorlog in Irak in 2002 en 2003. De ontwikkeling van het clownleger omvatte veel training en het bedenken van creatieve tactieken, waarbij clownerie werd gecombineerd met directe actie en burgerlijke ongehoorzaamheid, en waarbij chaos, verwarring, en spot werden gebruikt om autoriteiten te ondermijnen. De eerste actie was het verwelkomen van aartsclown president W. Bush tijdens zijn bezoek aan de koningin in Londen in 2003. Daarna groeide het clownleger snel. In 2005, twee maanden voor de G8-top in Gleneagles, Schotland, in juli 2005, ging het Laboratory of Insurrectionary Imagination op de Ridiculous Recruitment tournee en bezocht negen steden in het Verenigd Koninkrijk. Uiteindelijk organiseerden ze een leger van 200 clowns voor de G8-protesten in Schotland! De confrontaties tussen deze clowns en de politie resulteerden in hilarische situaties, waarvan je er een aantal kunt zien in de beelden van 6 juli 2005 in de onderstaande video (helaas van slechte kwaliteit, maar toch de moeite waard om te bekijken).

Echter, een dag later doodden vier zelfmoordterroristen in de Londense metro 52 mensen en raakten er meer dan 700 gewond, wat de G8-top en de protesten verstoorde en overschaduwde. Na 2005 begon het clownleger langzaam te ontbinden, hoewel het concept zich internationaal verspreidde en nog steeds circuleert. Robyn Hambrook bouwt voort op het werk van het clownleger en blaast nieuw leven in de rol van de clown in activisme. In de tussentijd is er behoorlijk wat geschreven over de CIRCA, waaronder academische artikelen over de tactieken en effecten, waarvan sommige zijn geschreven door voormalige leden (voor titels en links voor meer diepgaande lectuur, zie de referenties in het Wikipedia-artikel ). Een fascinerend en enigszins verontrustend feit dat het vermelden waard is, is dat begin jaren 2000, gedurende een periode van vijf jaar, een undercoveragent verschillende activistengroepen in Leeds had geïnfiltreerd, waardonder een clownsgroep, zogenaamd om binnenlandse extremisten in de gaten te houden, een bizarre focus en uitgaven op vreedzame demonstranten.

De Red Rebel Brigade , bovenaan de pagina afgebeeld, is een ander fantastisch voorbeeld van het gebruik van personages en optredens voor krachtige visuele communicatie. Ze begeleiden regelmatig acties van Extinction Rebellion en hun rode gewaden met hoofdtooien, gezichtsverf, langzame bewegingen, en dramatische poses zijn moeilijk te negeren. De kleur rood symboliseert het bloed dat we allemaal delen met mensen en andere dieren, en de rebellen kunnen vaak worden gezien als rouwend om de grote verliezen veroorzaakt door de klimaatcrisis. Soms zijn er variaties in de kleur die ze dragen, zoals blauw om water te vertegenwoordigen. Hun kalmte vormt een bewust de-escalerend contrast met de XR-rebellen die wegen of gebouwen blokkeren en die het slachtoffer kunnen worden van gewelddadige reacties van omstanders of de politie. De Red Rebel Brigade werd ontwikkeld door Doug Francisco en Justine Squire van Bristol&#039;s Invisible Circus voor de Extinction Rebellion Lente opstand in april 2019 in Londen. De Red Rebels ontstonden uit personages die in 2003 werden gecreëerd voor demonstraties tegen de Irakoorlog, en die op hun beurt waren gebaseerd op een slow-motion mimespel uit de jaren 90. Hier is een prachtige video over de Red Rebel Brigade, gemaakt door XR Nederland (grotendeels in het Nederlands, met een mooie uitleg in het Engels aan het einde).

​​Een eenvoudiger voorbeeld van een personage zou de mensen op de afbeelding links zijn, die regelmatig meelopen bij XR-acties in Nederland, tegelijkertijd verkleed als jaknikker en als vertegenwoordigers van de fossiele industrie. Deze personages worden grotendeels vertegenwoordigd door het kostuum, met bewegende onderdelen op de jaknikker en zwarte stroken stof die van hun ruggen naar de grond lopen. Er is geen diepere, opzettelijke strategie om verwarring te zaaien of te de-escaleren zoals bij het clownsleger en de rode rebellen, maar het is een effectieve visuele manier om het publiek te herinneren aan de mensen en hun motieven die de klimaatcrisis aanjagen.

Een ander voorbeeld is deze opstelling, waarbij klimaatactivisten op ijsblokken onder de galg staan met een strop om hun nek en handen op hun rug gebonden. Het creëert een krachtig beeld met een simpele boodschap en ik heb het de afgelopen jaren in verschillende steden navolging zien krijgen.

En ik zou willen stellen dat de acties van mensen die soep naar beroemde schilderijen in musea gooien, ook onder de categorie performatief artivism vallen. Er zijn geen personages of kostuums, maar het is een zeer performatieve handeling. Het punt is, en terecht, dat we over het algemeen meer om beroemde schilderijen geven dan om de planeet waarop we leven.

Rekwisieten &amp; constructiesBij diverse protesten is gebruikgemaakt van rekwisieten en constructies om de zaken voor de autoriteiten te compliceren en tegelijkertijd een specifiek punt te benadrukken. Een voorbeeld is het fietsblokprotest voor de VN-klimaatconferentie COP 15 in Kopenhagen in 2009. Georganiseerd door Jay Jordan en Isabelle Fremeaux van het Laboratory of Insurrectionary Imagination, in samenwerking met verschillende partijen, werden afgedankte fietsen gerepareerd en gelast tot nieuwe vormen, namelijk verzetsmachines, die tijdens het protest in combinatie met een geluidszwerm zouden worden gebruikt . Activisten op de fiets kunnen zich sneller langs politieblokkades bewegen of de politie van bepaalde plekken weglokken. In deze documentaire, Pockets of Resistance , zie je beelden van het werk en de politiebemoeienis in de aanloop naar de actie en op de dag zelf. Het toont ook andere verbazingwekkende voorbeelden van artivism van over de hele wereld, waaronder interactief theater in Nepal, feministische straatkunst in Bolivia, en politiek zingen in Egypte.

Interessant genoeg maakte het fietsblokproject aanvankelijk deel uit van een stadsbrede tentoonstelling over kunst en klimaatverandering van het Copenhagen Contemporary Art Centre, maar werd het stopgezet toen het centrum besefte dat burgerlijke ongehoorzaamheid onderdeel zou zijn. Later werd een van de gelaste fietsen, de versie met de &#039;double trouble&#039; geluidszwerm, onderdeel van een museumtentoonstelling in Londen genaamd &#039;Disobedient Objects&#039;. Het wijst op een interessante spanning tussen de institutionele kunstwereld en artivism in de praktijk, iets waar ik aan het einde van dit bericht, onder Financiering van artivism, wat dieper op in zal gaan.

Het idee om fietsen te gebruiken bij burgerlijke ongehoorzaamheid werd ook toegepast tijdens een actie tegen het gebruik van privéjets op Schiphol in Nederland , georganiseerd door Greenpeace en Extinction Rebellion in 2022. Een paar honderd activisten wisten het deel van de luchthaven te betreden waar privéjets worden gestald en, terwijl sommigen van hen de wielen van een vliegtuig blokkeerden, reden anderen rond op fietsen, waarbij ze de politie uitdaagden en ontweken. Het resulteerde in humoristische beelden die snel viraal gingen (inclusief een versnelde versie op Benny Hill-muziek ) en het verhaal werd opgepikt door internationale media. De politie trad echter zeer hard op tegen de fietsende activisten en ten minste één van hen liep uiteindelijk hoofdletsel op, wat ons herinnert aan de potentiële veiligheidsproblemen bij dit soort acties.

Het boekblok is een ander cool idee voor het gebruik van rekwisieten. Het werd voor het eerst gelanceerd door Italiaanse studenten die in 2010 protesteerden tegen Berlusconi&#039;s onderwijshervormingen. Ze hielden schilden vast die leken op gigantische boeken om zich te beschermen tegen de politie. Het concept verspreidde zich vervolgens naar diverse protesten in andere landen. De afbeelding van een confrontatie tussen een politieagent en een vreedzame demonstrant die Huxley&#039;s Brave New World vasthoudt, geeft natuurlijk een ongelooflijk krachtige boodschap. Instructies om er een te maken vind je hier . Er zijn ook alternatieve versies ontwikkeld. Zo gebruikten de demonstranten van Heathrow Climate Camp schilden met foto&#039;s van mensen die getroffen zijn door de klimaatcrisis. Daarachter verschuilden zich ook pop-up tenten die gebruikt konden worden om de autoriteiten tegen te houden.

Een ander gedenkwaardig rekwisiet dat werd gebruikt tijdens de aprilopstand van Extinction Rebellion UK in Londen, was de iconische roze boot. Deze boot diende als instrument om Oxford Circus te blokkeren en diende tegelijkertijd als podium voor toespraken en andere optredens, waaronder een toespraak van actrice Emma Thompson . Het was uiteraard een heel proces om een geschikte boot te bemachtigen en deze naar de juiste locatie te krijgen. Na vijf dagen blokkade nam de politie de boot in beslag en verwijderde deze. Hij is sindsdien in politiebezit, mogelijk inmiddels vernietigd.

Dit leidt ook tot twee bedenkingen over het gebruik van grote en complexe rekwisieten. Ten eerste bestaat altijd de mogelijkheid dat de politie ze in beslag neemt vóór de daadwerkelijke actie, waardoor veel hard werk verloren gaat. Dit gebeurde met enkele van de hierboven genoemde fietsen in Denemarken, en bijvoorbeeld toen de Londense politie in het najaar van 2019 honderden kunstwerken van XR in beslag nam , waaronder een waardevolle gigantische schedel, gemaakt door de gevestigde beeldhouwer Ron Mueck en door hem uitgeleend aan XR. Ten tweede is er de vraag rondom milieu-impact van het materiaalgebruik. Terwijl het fietsenblok gebruikmaakte van afgedankte fietsen en dus gerecyclede materialen, was de XR-boot functioneel en gekocht van de oorspronkelijke eigenaar, terwijl de werkelijke bedoelingen voor het gebruik ervan verborgen werden gehouden. Bovendien werd er na de inbeslagname collectief besloten om de boot niet terug te halen en kocht XR zelfs nog zes boten. Het is uiteraard belangrijk om kritisch te blijven op de milieu-impact van acties en actierekwisieten, en creatief te zijn in het vinden van geschikte natuurlijke en circulaire materialen.

Een laatste voorbeeld in deze categorie is deze gigantische, stoere &quot;speaking truth to power&quot; vuist, gemaakt voor een actie van XR in Amsterdam in het najaar van 2020. Hij was zo gemaakt dat meerdere activisten zich bovenop konden vasthaken en hij was bevestigd aan een aanhanger waar nog meer activisten zich konden vasthaken. Ik was aanwezig bij deze specifieke actie en kon zien hoe de politie probeerde uit te zoeken hoe ze de activisten zouden verwijderen en de constructie zouden ontmantelen. Dat bleek een behoorlijke operatie te zijn, waarvoor het juiste materieel nodig was om door het metaal te kunnen zagen en de activisten uit een hachelijke situatie op een bepaalde hoogte te halen. Natuurlijk, hoe complexer zo&#039;n constructie, hoe langer de politie ermee bezig kan zijn, hoe langer de actie kan duren.

Muziek &amp; dansMuziek speelt vaak een belangrijke rol bij demonstraties en acties. Leuzen en protestliederen kunnen demonstranten verbinden, hun lichaam in beweging houden en laten dansen, en hen warm en vermaakt houden tijdens soms lange en ietwat saaie sit-ins. Meestal is het allemaal vrij simpel en geïmproviseerd, maar soms verbinden serieuze muzikanten en/of dansers zich met de zaak en dragen ze hun steentje bij.

XR Nederland had geluk toen muzikanten met diverse achtergronden een echt orkest met koor vormden ter ondersteuning van de reguliere snelwegblokkades tegen subsidies voor fossiele brandstoffen in 2023. Ze spelen vaak Mozarts versie van Dies Irae, de dag des oordeels, met het volledige orkest midden in de wegblokkade, zoals je kunt zien in deze Twitter post met video van deelnemende componist Michel van der Aa. Vooraf aan één zo&#039;n optreden nam de politie de instrumenten in beslag, dus besloten de muzikanten toch met het koor op te treden terwijl ze de muziek naspeelden, een verbluffende improvisatie die viraal ging op Twitter. Ik vind het fantastisch hoe deze gedeelde bezorgdheid over de toekomst van de planeet klassieke muziek uit de orkestzalen de straat op kan trekken, emotionele diepgang aan het protest toevoegt, en het tegelijkertijd legitimeert met &#039;hoge cultuur&#039;. Hoewel klimaatactivisten vaak worden gezien als langharige werkloze hippies, en dit soort reacties alomtegenwoordig zijn op sociale media, kan de aanwezigheid van zoiets als een echt orkest (net als de aanwezigheid van grootouders en wetenschappers) dergelijke aannames ondermijnen en een ander publiek bereiken. Het illustreert de waarde en het belang van solidariteit tussen sociale groepen, inclusief klasse, maar ook ras, gender, seksualiteit, religie, gezondheid, fysiek vermogen, neurodiversiteit, en meer. Er valt op dit gebied nog veel te winnen, maar dit is in ieder geval een inspirerend voorbeeld.

Een ander leuk voorbeeld van muziek en dans als artivism is het concept van de Discobedience, wat natuurlijk een combinatie is van disco en ongehoorzaamheid. Het dook voor het eerst op als een actie van XR Australië in 2019, waarbij mensen gekleed in extravagante discostijl (of welke gekke pruiken en kleurrijke kleding er dan ook maar te vinden waren) dansten op het nummer Stayin&#039; Alive van de Bee Gees, terwijl ze tegelijkertijd verstoring veroorzaakten voor het klimaat. Het verspreidde zich snel naar andere XR-groepen over de hele wereld, maar de COVID-19 pandemie doorbrak het momentum doordat protest onmogelijk of enorm beperkt werd. Hieronder een geweldig voorbeeld uit Venetië. De Discobedience was niet zomaar een nieuwe proteststrategie, maar een beetje zoals het clownsleger, een manier om de vreugde in de beweging terug te brengen.

Culture jammingCulture jamming is een vorm van activisme die de mainstream consumentencultuur tegen zichzelf gebruikt door haar boodschappen te ondermijnen en het kwaad van bedrijven bloot te leggen. Een belangrijke vorm is het veranderen van branding en advertenties om in plaats daarvan de verborgen boodschappen, doelen, of resultaten van bedrijven of organisaties te delen. Adbusters , opgericht in 1989 in Vancouver, was een belangrijke vroege speler in dit opzicht en is vandaag de dag nog steeds actief. Adbusters is een tijdschrift en een collectief van activistische kunstenaars. Naast vele andere projecten creëerden ze de alternatieve Amerikaanse vlag met bedrijfslogo&#039;s in plaats van de sterren om de macht van bedrijven over de overheid te vertegenwoordigen. Ze zaten ook achter Buy Nothing Day eind jaren negentig en werkten samen met de anarchistische antropoloog David Graeber aan de basis van Occupy Wall Street in 2011. Een soortgelijk collectief van activistische kunstenaars, Brandalism genaamd , werd rond de Olympische Spelen in het Verenigd Koninkrijk in 2012 opgericht, toen ze hun versies van bedrijfsadvertenties op verschillende billboards in meerdere steden plaatsten. In 2017 lanceerde Brandalism Subvertisers International om een transnationaal netwerk te faciliteren.

The Yes Men zijn een prachtig voorbeeld van culture jamming . Ze werden opgericht door Jacques Servin en Igor Vamos en werden bekend met hun debuutfilm &quot;The Yes Men&quot; in 2004. Hun aanpak ontstond toen ze een satirische nepwebsite startten, gebaseerd op de WTO, met een iets ander webadres en content die een schandalige karikatuur van de organisatie vormde. Ze ontdekten al snel dat websitebezoekers de satire vaak niet herkenden en hen zelfs uitnodigingen voor conferenties stuurden. Daarom creëerden ze de aliassen Andy Bichlbaum en Mike Bonanno en begonnen ze dergelijke uitnodigingen te accepteren. Ze gaven belachelijke en schokkende optredens namens de WTO en andere organisaties, waarbij ze vaak de grenzen van wat het grote publiek acceptabel zou vinden op de proef stelden en de organisaties zelf regelmatig in een lastig parket brachten door allerlei schandalige uitspraken en beloftes te doen. Ze zijn er sindsdien in geslaagd deze acties in verschillende vormen te reproduceren en hebben materiaal gecreëerd voor nog twee films, &quot;The Yes Men Fix the World&quot; uitgebracht in 2009 en &quot;The Yes Men Are Revolting&quot; uitgebracht in 2015. Een van de meest iconische optredens was toen ze Dow Chemical vertegenwoordigden op BBC World in 2004 om de volledige verantwoordelijkheid te nemen voor de verschrikkelijke chemische ramp in Bhopal, India, in 1984, die duizenden doden en nog veel meer zieken veroorzaakte in de daaropvolgende jaren, en om 12 miljard dollar te beloven om de slachtoffers te compenseren (zie video hieronder). Het nieuws verspreidde zich snel over de hele wereld totdat de hoax werd ontdekt. Het gevolg was uiteraard dat Dow Chemical moest aankondigen dat er niets van waar was, dat ze geen verantwoordelijkheid zouden nemen en de slachtoffers niet zouden compenseren. Deze acties zijn natuurlijk ongelooflijk gedurfd en vereisen zowel stalen zenuwen als een sterk juridisch team. Alle drie de films kunnen worden bekeken via hun website , samen met veel ander videomateriaal. Ze doen ook coachings, trainingen en samenwerkingen .Vorig jaar onderwierp Fossielvrij Nederland een nieuwe reclamecampagne van Shell die erop gericht was activiteiten te greenwashen aan culture jamming. De oorspronkelijke campagne stelde dingen als: &quot;Het begint met één windmolen. En voor je het weet, bouw je vier windmolenparken op zee.&quot; Fossielvrij maakte nieuwe posters die leken op deze advertenties, met andere teksten, zoals: &quot;Het begint met Greta. En voor je het weet, heb je een marketingbudget van 6 miljard nodig.&quot; En: &quot;Het begint met een olieramp. En voor je het weet, worden negen Nigeriaanse activisten opgehangen.&quot; Je vindt alle acht printbare posters hier . Shell sommeerde Fossielvrij om de poster over de Nigeriaanse activisten te verwijderen, maar in plaats daarvan maakte Fossielvrij zes nieuwe posters over Shells rol in vervuiling en mensenrechtenschendingen in Nigeria, inclusief een QR-code die linkt naar een pagina met meer achtergrondinformatie.

StraatkunstIk denk dat Keith Haring en Banksy de bekendste politieke straatkunstenaars zijn. Haring kreeg bekendheid door zijn graffiti in metrostations in New York in de jaren 80 en verwerkte in de loop der jaren meer activistische thema&#039;s in zijn werk over seksualiteit en AIDS, racisme en drugsmisbruik. Naarmate hij beroemd werd en goed geld verdiende met zijn werk, bleef hij zich bezighouden met straatkunst en deed hij ook veel werk voor goede doelen, tot aan zijn dood in 1990. Bansky werd begin jaren 90 actief als graffitikunstenaar in Bristol en heeft zijn politieke kunst in de openbare ruimte over de hele wereld verspreid. Zijn werk is sterk anti-oorlog, antikapitalistisch, antifascistisch, en bekende werken zijn onder andere de muurschildering van de man die een boeket bloemen gooit op de Westelijke Jordaanoever. In 2010 bracht hij de documentaire &quot;Exit Through the Gift Shop&quot; uit, met beelden opgenomen door Thierry Guetta, die verschillende straatartiesten volgde en Thierry&#039;s eigen transformatie tot een beroemde straatartiest Mr. Brainwash documenteerde.

Het artivism in dit soort werken schuilt niet alleen in de focus van de kunstwerken zelf, maar ook in de directe actie om de openbare ruimte terug te winnen, vooral in tijden waarin die ruimten volhangen met bedrijfsreclame. Voor dergelijke kunstenaars bestaat er vaak een spanningsveld tussen artivism enerzijds en het verdienen van de kost anderzijds, vooral wanneer de schaal doorslaat naar roem en rijkdom. Nu sommige kunstwerken van Haring en Banksy miljoenen dollars waard zijn, wordt hun kunst vaak door elites toegeëigend, van de straat geplukt, en naar institutionele en private ruimtes gebracht, terwijl die elites door hun rijkdom mogelijk op de een of andere manier medeplichtig zijn aan sommige van de aan de orde gestelde kwesties. Kunstenaars proberen zich hiertegen te verzetten, maar zodra hun werk een belachelijke waarde bereikt, valt er weinig meer te doen om het te ondermijnen. Veel mensen zullen gehoord hebben van Banksy&#039;s stunt om het schilderij van het meisje met de ballon te verscheuren tijdens een live veiling bij Sotheby&#039;s, toen het in 2018 voor $1,4 miljoen werd verkocht. De waarde van het verscheurde werk steeg echter alleen maar en werd in 2021 voor $25,4 miljoen verkocht. Naast de elitaire toe-eigening van het werk van bepaalde kunstenaars, zijn er ook bewegingen geweest waarbij graffiti door bedrijven en overheidsorganisaties werd overgenomen, op manieren die het moeilijk maken om onderscheid te maken tussen straatkunst en reclame.

Naast graffiti zou ik willen stellen dat het plakken van posters en stickers ook vormen van straatkunst en artivism kunnen zijn. Ze zijn makkelijker toegankelijk voor mensen die niet de vaardigheden of interesse hebben om met verf aan de slag te gaan en vormen een snelle manier om een punt te maken in de openbare ruimte met weinig risico om gepakt te worden, vooral met de explosie aan camerabewaking in de afgelopen decennia. Natuurlijk wordt graffiti, maar ook het plakken van posters en stickers op openbare plaatsen, in de meeste landen beschouwd als een vorm van vandalisme en is dus illegaal. Het hangt sterk af van de context in hoeverre het strafbaar is met een boete of zelfs een gevangenisstraf. Laatst las ik dat je in Nederland een boete van wel €140 kunt krijgen voor het plakken van een sticker op een prullenbak. Als je erover nadenkt, is het bizar hoe we accepteren dat we constant verleid worden met verre reizen, SUV&#039;s, vlees, make-up, en andere nutteloze troep die niemand echt nodig heeft, waar we ook gaan, maar graffiti op een trein is wat mensen echt kwaad maakt en iemand in de gevangenis kan doen belanden. Uiteindelijk richt bedrijfsreclame veel meer schade aan de wereld aan dan graffiti ooit zal doen...

Maar goed, terug naar het plakken van posters en stickers. Als je zelf niet zo creatief bent, kun je altijd zoeken naar kant-en-klare of printbare posters en stickers die je met de wereld wilt delen. Ik heb verschillende organisaties en websites die kunst voor dit doel delen, opgesomd in het onderdeel &#039;Bronnen&#039; aan het einde van deze blogpost.

Een postertrend in Nederland die ik me nog goed herinner uit mijn studententijd, betrof de Loesje-posters hierboven. Loesje is een fictief personage, een jong meisje dat haar ondeugende en kritische inzichten met de wereld deelde. Volgens de website zijn de kernwaarden van Loesje: &quot;solidariteit tonen, anti-autoritair zijn, seksueel vrij zijn, initiatief tonen, daadkrachtig zijn, a-religieus zijn, en onafhankelijk zijn.&quot; Loesje beschouwt zichzelf als een organisatie voor vrije meningsuiting en werd opgericht in 1983. In 1994 gingen ze internationaal. Mensen kunnen lokale groepen vormen en lokaal relevante teksten in hun eigen taal schrijven. Hoewel de teksten best grappig en scherp kunnen zijn, komt het ook regelmatig voor dat ze tenenkrommend zijn of in strijd lijken met de waarden van Loesje.

Vorige week zag ik op Instagram deze zeer slimme en effectieve stickercampagne van XR Justice Now! Ze plakten &quot;genocide&quot; stickers op stopborden in verschillende Nederlandse steden ter ondersteuning van Palestina. Ook vond ik verschillende leuke Instagram accounts die stickers gevonden in het wild deelden, die geweldig zijn ter inspiratie: radicalgraffiti, graffiti.from.palestine, brandalism_uk, brandalism_nl, stickeroorlog, plaktivisme, stickersnl, linkse_plak_activist.

Inheemse kunst &amp; ceremoniesNa wat onderzoek te hebben gedaan naar het verzet van inheemse volken tegen de winningsindustrieën, ben ik krachtige vormen van inheemse kunst tegengekomen in activisme, bijvoorbeeld rond de protesten tegen de uitbreiding van Enbridge&#039;s Line 3-pijpleiding in Minnesota in 2020 en 2021. Deze pijpleiding zou waterwegen en inheemse gebieden doorkruisen. Vijf Ojibwe-stammen hadden de pijpleiding juridisch aangevochten, maar eind 2020 werden de vergunningen voor de aanleg verleend. Dit ontketende een golf van protesten en acties als laatste poging om sociale druk op te bouwen en het project te stoppen. Ondanks alle weerstand ging het project toch door en werd de uitbreiding van de pijpleiding in oktober 2021 voltooid. Hoewel dit misschien een mislukking lijkt, hebben alle geïnvesteerde inspanningen bijgedragen aan het opbouwen van kennis, vaardigheden, en allianties die een bredere beweging tegen de winningsindustrieën versterken. Dit soort verzet trekt en mobiliseert steeds meer steun van inheemse en niet-inheemse bondgenoten (individuen en organisaties), die zich zorgen maken over het klimaat, het milieu, en inheemse landrechten. Naarmate een protestgroep groeit, worden er vaak media- en supportertoolkits samengesteld om het voor bondgenoten zo gemakkelijk mogelijk te maken toegang te krijgen tot de juiste informatie, referenties, en materialen. In het geval van het Line 3 protest stelden verschillende kunstenaars kunstwerken ter beschikking voor gratis gebruik voor de zaak en voor soortgelijke non-profitorganisaties, waaronder zelfs een complete Defund Line 3 Art Kit met ontwerpen en veel praktische suggesties voor het maken en gebruiken van protestkunst. Twee inheemse kunstenaars die een bijdrage leverden, zijn Isaac Murdoch en Christi Belcourt. Zij werken momenteel samen als het Onaman Collective, een gemeenschapsgerichte sociale kunst- en rechtvaardigheidsorganisatie die zich inzet voor het terugwinnen van inheems erfgoed ten behoeve van positieve sociale verandering voor de toekomst. Op deze website delen ze aanvullend activistisch kunstwerk, &quot;gratis te downloaden en te gebruiken voor alle water- en landbeschermingsacties door grassroots mensen&quot;, zonder winstoogmerk.

Naast posters en spandoeken omvat inheems activisme vaak ook muziek, zang, dans, of zelfs specifieke ceremonies, wat helpt om het koloniale geweld van extractivisme en de voortdurende uitholling van inheemse rechten en culturen bloot te leggen. De uitvoeringen van culturele gebruiken worden op zichzelf al daden van verzet. Een krachtig voorbeeld dat ik ben tegengekomen, was een driedaagse ceremonie ter ere van de voorouders door de Wet&#039;suwet&#039;en bevolking in het Unist&#039;ot&#039;en kamp in British Columbia, Canada, op de route van de geplande Coastal GasLink pijpleiding. Als landverdedigers op niet-afgestaan inheems grondgebied verzetten de Wet&#039;suwet&#039;en zich tegen de pijpleiding, maar de regering van British Columbia, de rechtbank, en de politie steunden het project en sloegen elk verzet tijdens de bouw, van 2019 tot de voltooiing in 2023, met geweld neer.

In dit voorbeeld uit 2021 werden tijdens de ceremonie de vermiste en vermoorde inheemse vrouwen, meisjes, en two-spirit mensen herdacht die in Canada en de Verenigde Staten op schokkend disproportionele wijze slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. De zogenaamde mannenkampen die zijn opgericht om de vele mannen die aan de aanleg van pijpleidingen werken te huisvesten, creëren bijzonder onveilige situaties voor inheemse vrouwen in de betreffende gebieden. De ceremonie in de video omvatte het ophangen van rode jurken om de geesten van de vrouwen, meisjes, en two-spirit mensen te beschermen. De ceremonie werd onderbroken en afgebroken door de politie, en verschillende mensen werden gearresteerd. Op dit moment, en in de komende maanden, worden verschillende mensen die betrokken zijn bij protesten tegen de Coastal GasLink pijpleiding nog steeds geconfronteerd met juridische aanklachten. Je kunt hier doneren aan hun juridische fonds. Activiteiten in het Unist&#039;ot&#039;en kamp om het gebied te herbezetten, inheemse gebruiken nieuw leven in te blazen, en trauma&#039;s te verwerken, zijn nog steeds gaande. U kunt de support pagina van het Unist&#039;ot&#039;en kamp hier vinden.

Natuurlijk zouden niet-inheemse activisten inheemse activistische kunst niet zomaar in hun eigen protesten moeten gebruiken, omdat dit koloniale praktijken van toe-eigening zou reproduceren. In plaats daarvan is het belangrijk om te werken aan ware solidariteit met inheemse volkeren die aan de frontlinie staan van extractivistische industrieën en hen te steunen in hun verzet op manieren die bijdragen aan de dekolonisatie van de klimaatbeweging zelf. Hoewel inheemse volkeren slechts ongeveer 5% van de wereldbevolking vormen, beschermen ze 80% van de wereldwijde biodiversiteit. We hebben de verantwoordelijkheid om onszelf te informeren over de geschiedenis van uitbuiting en marginalisering van inheemse volkeren wereldwijd, de voortdurende gevolgen ervan vandaag de dag, en de diepe wortels van de koloniale mentaliteit in onze eigen gedachten en gedragingen. Bovendien hebben inheemse volkeren over het algemeen een holistischer beeld van de plaats van de mens in relatie tot de natuur en de geschiedenis, iets dat de mensheid nu meer dan ooit opnieuw moet omarmen.

Financiering van artivismHet mag duidelijk zijn dat sommige van de voorbeelden van artivism die ik hierboven heb besproken, betrekking hadden op professionele kunstenaars die gul een deel van hun tijd en vaardigheden doneerden, of die betaald werden door de beweging of via externe financiering. Zulke professionele vormen van artivisme zijn vaak bijzonder verfijnd, grondig doordacht, en goed uitgevoerd, met meerdere lagen van betekenis en strategie. Ik wil benadrukken dat professionele kunstenaars die hun tijd en vaardigheden doneren niet lichtvaardig moeten worden opgevat en vooral niet onder druk gezet of uitgebuit. We nemen gemakkelijk aan dat idealisten hun werk vrijelijk delen voor de zaak, maar vergeten vaak dat idealisten ook moeten eten. Het is dus belangrijk om rekening te houden met de offers die mensen brengen voor de beweging en om financieringsmogelijkheden te zoeken ter ondersteuning van kunstenaars die zich bezighouden met artivism, met name kunstenaars die zich identificeren als BIPOC (Black, Indigenous, People of Color) en LGBTQI+, of die tot andere gemarginaliseerde groepen behoren. Hoewel bewegingen voor materialen, promotie, en juridische bijstand vaak afhankelijk zijn van vrijwilligers en financiële donaties, kan het zeker de moeite waard zijn om, waar mogelijk, te investeren in het artivism en de allianties tussen activisten en kunstenaars te versterken.

Er zijn soms ook mogelijkheden voor kunstenaars om externe financiering te ontvangen voor artivism. Ik heb geen grondig onderzoek gedaan naar de beschikbare mogelijkheden, maar ik zag wel dat het Center for Cultural Power Disruptor en Constellations Fellowships organiseert voor BIPOC artivisten, en dat Beautiful Trouble het Get Up, Rise Up (GURU) Direct Action Fund heeft met een waarde tot $1000. Sommige andere artivistische organisaties, zoals het Artivist Network en het Center for Artistic Activism, hebben misschien ook aanknopingspunten voor financiering. Er zijn mogelijk diverse externe financieringsbronnen beschikbaar, zoals overheidsorganisaties, kunstinstellingen en bedrijven. Zodra de financiers echter niet specifiek mikken op sociale verandering en niet goed weten wat er nodig is om die verandering te bereiken, kunnen er spanningen ontstaan tussen de doelstellingen van de beweging en de verwachtingen van de financiers.

Zoals ik hierboven al zei, werkte het Laboratory of Insurrectionary Imagination samen met het Copenhagen Contemporary Art Centre aan het fietsblokprotest voor COP15, maar het kunstcentrum trok zich terug toen het zich realiseerde dat het project burgerlijke ongehoorzaamheid zou inhouden. De eerste fase van hetzelfde project, met de bouw van de prototypes voor de fietsen, vond plaats in de Arnolfini Gallery in Bristol voor de C-Words tentoonstelling (Carbon, Climate, Capital, Culture) en werd gefinancierd door de Arts Council (en indirect door de gemeenteraad). Een nieuwsartikel in The Guardian wees erop dat overheidsgeld op die manier zou worden gebruikt voor klimaatprotesten met burgerlijke ongehoorzaamheid. Hoewel er geen melding werd gemaakt van enige vorm van verontwaardiging over deze situatie, werd erkend dat de staatsfinanciering van anti-overheidsactiviteiten een vrij unieke situatie was en dat de galerie terughoudender zou zijn geweest als het protest zelf lokaal had plaatsgevonden. Hoewel solide democratieën de plicht hebben om een gezonde burgermaatschappij en een kritische massa van mensen te ondersteunen om de overheid in toom te houden, werkt dit in de praktijk over het algemeen niet zo soepel.

Het verkrijgen van externe financiering zou een interessante kans kunnen zijn voor nieuwe samenwerkingen en om financiers naar nieuwe gebieden te duwen, maar het zou ook averechts kunnen werken wanneer de financieringseisen te beperkend worden voor de activisten. De realiteit is dat activisten zich vaak verzetten tegen de status quo die in stand wordt gehouden door de macht van de rijken, dus het zou naïef zijn om te verwachten dat er voldoende financiering beschikbaar zou komen om deze macht ernstig te ondermijnen. Vooral kunstinstellingen zouden echter moeten reflecteren op hun eigen macht, positie, en maatschappelijke verantwoordelijkheid in dit opzicht. Er is een tendens dat ze te ondergeschikt worden aan het kapitaal, maar naarmate ze uiteindelijk kunstenaars het zwijgen opleggen en manipuleren, en kritische en subversieve stemmen uitroeien, zullen ze zelf hun relevantie verliezen zodra de kunst die ze steunen weinig meer is dan propaganda, of &quot;zo interessant als een zak pap&quot;, aldus de dichter Anthony Anaxagorou . Zijn opmerking was een reactie op een recente beleidswijziging van de Arts Council of England, waarin werd benadrukt dat &quot;openlijk politieke of activistische&quot; uitlatingen een &quot;reputatierisico&quot; zouden kunnen vormen en financieringsregelingen in gevaar zouden kunnen brengen – slechts één voorbeeld van een kunstinstelling die haar macht uitoefent. De daaruit voortvloeiende verontwaardiging over deze verandering heeft de ACE ertoe aangezet een verklaring uit te brengen en een herziening van de tekst aan te kondigen, maar het is onwaarschijnlijk dat dit de aangerichte schade daadwerkelijk zal herstellen.

Uiteindelijk is het voor zowel activisten als kunstenaars cruciaal om zoveel mogelijk solide financiering rechtstreeks van sympathisanten te vinden om onafhankelijkheid en kracht te behouden. Dat gezegd hebbende, gebeuren er ook heel interessante dingen op het gebied van radicale filantropie, waarbij generatierijkdom wordt geërfd door jongeren die heel verschillende ideeën hebben over hoe die rijkdom met de wereld gedeeld moet worden.

Bronnen &amp; literatuurLeuzen

Ik heb leuzen niet opgenomen in de categorisering van artivisme, omdat ik ze meer beschouw als potentiële onderdelen van artivism projecten dan als artivism op zichzelf. Ik wil ze hier toch kort apart bespreken. Het bedenken van originele leuzen die aanslaan, vereist creatief denken en het is een fascinerend proces om te zien hoe leuzen wijdverspreid kunnen raken en zelfs sterk geassocieerd kunnen worden met bepaalde sociale bewegingen. Zo begon &quot;Black Lives Matter&quot; als een hashtag, ging viraal na verschillende spraakmakende gevallen van (politie)geweld en moorden op zwarte mannen en vrouwen, en werd het de naam van de beweging zelf. Andere voorbeelden van slogans die specifieke bewegingen vertegenwoordigen, zijn &quot;We Are The 99%&quot; voor de Occupy beweging, &quot;Make Love Not War&quot; voor de beweging tegen de Vietnamoorlog, en &quot;We Shall Overcome&quot; voor de burgerrechtenbeweging.

Ik ben begonnen met het verzamelen van een aantal goede leuzen die ik ben tegengekomen over kapitalisme, het klimaat, en sociale rechtvaardigheid. Ik wil graag een aantal van de beste hier delen ter inspiratie (in het Engels en het Nederlands - sommigen vertalen niet zo treffend):

∙ Capitalism is a pyramid scheme

Kapitalisme is een piramidespel

∙ Stop worshipping billionaires

Stop met het aanbidden van miljardairs

∙ You can&#039;t eat money

Je kunt geld niet eten

∙ Fight corporate greed

Bestrijd de hebzucht van grote bedrijven

∙ You don&#039;t hate Mondays, you hate capitalism

Je haat geen maandagen, je haat kapitalisme

∙ Eat the rich

Eet de rijken

∙ There is no ethical consumption under capitalism

Er is geen ethische consumptie onder het kapitalisme

∙ Capitalism won&#039;t solve the climate crisis

Kapitalisme zal de klimaatcrisis niet oplossen

∙ We can change by design, or change will come by disaster

We kunnen veranderen door ontwerp, of verandering zal komen door ramp

∙ The sea is rising, so must we

De zee stijgt, dus wij ook

∙ System change not climate change

Systeemverandering, geen klimaatverandering

∙ If the climate were a bank, it would have already been saved

Als het klimaat een bank was, zou het al gered zijn

∙ The climate is changing, why aren&#039;t we?

Het klimaat verandert, waarom wij niet?

∙ There is no planet B

Er is geen planeet B

∙ Choose eco, not ego

Kies voor eco, niet voor ego

∙ Destroy the patriarchy, not the planet

Vernietig het patriarchaat, niet de planeet

∙ You know it&#039;s time for change when children act like leaders and leaders act like children

Je weet dat het tijd is voor verandering als kinderen zich gedragen als leiders en leiders zich gedragen als kinderen

∙ Your silence will not protect you

Je stilte zal je niet beschermen

∙ No one is free when others are oppressed

Niemand is vrij als anderen onderdrukt worden

∙ If you are not angry, you are not paying attention

Als je niet boos bent, besteed je geen aandacht

∙ I can&#039;t believe I am still protesting this shit

Ik kan niet geloven dat ik nog steeds tegen deze onzin protesteer

∙ Will trade racists for refugees

Zal racisten inruilen voor vluchtelingen

∙ Nobody is illegal

Niemand is illegaal

∙ No borders, no nations, stop deportations

Geen grenzen, geen naties, stop de deportaties

∙ Respect my existence or expect my resistance

Respecteer mijn bestaan of verwacht mijn weerstand

∙ My favorite season is the fall of the patriarchy

Mijn favoriete seizoen is de val van het patriarchaat

∙ If you are not part of the solution, you are part of the problem

Als je geen deel uitmaakt van de oplossing, ben je deel van het probleem

∙ They tried to bury us, they didn&#039;t know we were seeds

Ze probeerden ons te begraven, ze wisten niet dat we zaden waren

Nuttige bronnen

Dit is een enigszins willekeurige lijst met nuttige en leuke bronnen die ik tijdens mijn onderzoek voor deze blogpost heb gevonden en die je misschien kunnen inspireren.

Artivism: The Art of Subverting Power. Deze conferentie was georganiseerd door het Disruption Network Lab, van 23 tot en met 25 juni 2023 (in Berlijn &amp; streaming).

Beautiful Trouble ToolBox, met verhalen, tactieken, principes, theorieën, en methodologieën.

Justseeds repository of activist graphics

XR UK Art Group downloads

XR NL Art Group downloads &amp; Design Guide

Defund Line 3 art kit

Onaman Collective banner downloads

Fuck Yeah Anarchist Posters

Anarchist Stickers Archive

Anarchist Art

Flyers for Falastin (instagram &amp; linktree)

OrganisatiesArtivist Network

Beautiful Trouble

The Center for Artistic Activism

The Center for Cultural Power

Literatuur

Hier zijn een paar interessante boektitels die ik tijdens mijn onderzoek tegenkwam. Behalve Degrowth in Movements, waarnaar ik in de inleiding verwees, heb ik nog geen van de andere boeken gelezen, maar ze staan zeker op mijn leeslijst!

∙ Belarde-Lewis, Miranda (2021). Artivism: The Role of Art and Social Media in the Movement. In: Indigenous Peoples Rise Up: The Global Ascendency of Social Media Activism. Bronwyn Carlson and Jeff Berglund (eds). P. 157-169. Rutgers University Press. Goodreads link.

Er is slechts één hoofdstuk over artivisme in het boek. Over het algemeen richt het boek zich op inheemse bewegingen die zich opbouwen door het vormen van internationale coalities via sociale media.∙ Boyd, Andrew (2012). Beautiful Trouble: A Toolbox for the Revolution. OR Books. Goodreads link.

∙ Duncombe, Steve, and Steve Lambert (2021). The Art of Activism: Your All-Purpose Guide to Making the Impossible Possible. OR Books. Goodreads link.

∙ Fremeaux, Isabelle, and Jay Jordan (2021). We Are ‘Nature’ Defending Itself: Entangling Art, Activism and Autonomous Zones. Series: Vagabonds. Pluto Press. Goodreads link.

Dit boek is onderdeel van een serie genaamd Vagabonds : Radical Pamphlets to Fan the Flames of Discontent, die ernaar streeft “een eclectische mix van lange revolutionaire essays en experimentele werken te publiceren op het kruispunt van radicale actie, interventionistische kunst, en kritisch onderzoek.”∙ Jordan, John (2020). Artivism: Injecting Imagination into Degrowth. In: Degrowth in Movement(s): Exploring Pathways for Transformation. Corinna Burkhart, Matthias Schmelzer, and Nina Treu (eds). P. 59-72. Zero Books. Goodreads link.

Er is slechts één hoofdstuk over artivism in het boek. Al met al is het boek een fascinerende verzameling essays van een breed scala aan sociale bewegingen, die bespreken hoe ze zich kunnen verbinden met de degrowth beweging. Het herinnert enerzijds aan de gefragmenteerde aard van het verzet en anderzijds aan de manier waarop verschillende groepen werken aan gedeelde waarden en visies.∙ Mitchell, Dave, Juman Abujbara, Marcel Taminato, and Andrew Boyd (2017). Beautiful Rising: Creative Resistance from the Global South. OR Books. Goodreads link.

∙ Neal, Lucy (2015). Playing for Time: Making Art as if the World Mattered. Oberon Books. Goodreads link.

∙ Notes from Nowhere (2003). We Are Everywhere: The Irresistible Rise of Global Anti-Capitalism. Verso Books. Goodreads link.

∙ Quiroz, Diana, Manon Stravens, and Eline Achterberg (2022). Art &amp; Climate Justice: Voices for Just Climate Action. Profundo. More info &amp; download.

∙ Sholette, Gregory (2022). The Art of Activism and the Activism of Art. Lund Humphries. Goodreads link.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>In Bezwaar Tegen Bomenkap</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7620930/in-bezwaar-tegen-bomenkap/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7620930/in-bezwaar-tegen-bomenkap/</link>
                <description>Oorspronkelijk gepubliceerd op 12 januari 2024; hier opnieuw geplaatst op 14 augustus 2025

VoorwoordHet is alweer ruim anderhalf jaar geleden dat ik deze blog post schreef. Het was in eerste instantie een gedetailleerd verslag van mijn ervaringen met het aanvechten van bomenkap in mijn dorp om informatie te bieden aan andere mensen die dit ook proberen te doen. Maar helaas is het ook een tekst die laat zien dat het bezwaarproces vooral een schijnproces is en dat de burger zoveel mogelijk buitenspel gezet wordt. Bezwaar maken tegen plannen van de lokale overheid kan zeker hier en daar kans van slagen hebben, en het kan de geplande uitvoering van projecten flink dwars zitten, maar in mijn ervaring is het een kwestie van de slager keurt zijn eigen vlees, namelijk een bezwaarcommissie van de gemeente beoordeelt of de gemeente juist heeft gehandeld. Daarbij zijn onze wetten vaak zo lek als een mandje dankzij vrijblijvendheid en allerlei uitzonderingen, waardoor het voor burgers bijna onmogelijk wordt om overheden echt ter verantwoording te roepen. Als het toch misschien dreigt te lukken, wordt wat gesjoemel met de waarheid blijkbaar ook niet geschuwd (in dit geval fraude met inspectierapporten), iets wat zonder enige consequenties blijft.

De grotere vraag is, wat kunnen we eraan doen? Ik denk dat we vooral moeten gaan inzien dat het om diepgewortelde systemische problemen gaat die niet met hetzelfde systeem op te lossen zijn. De organizaties die zich met bestuur (en handhaving) bezighouden en de bijbehorende processen van beleidsvorming zijn over een lange geschiedenis gevormd waarbij de belangen en inspraak van de burger zelden écht voorop stonden. Er ligt teveel macht bij degenen die posities in dit systeem innemen en de gemiddelde burger is te druk, afgeleid, en/of ongeïnteresseerd om hier iets aan te doen. Uiteindelijk ligt de oplossing bij alternatieve, egalitaire vormen van zelforganisatie en zelfbestuur, met ingebouwde mechanismen om accumulatie van macht tegen te gaan. Om te beginnen moeten we daarom eigenlijk allemaal iets politieker worden, en iets meer betrokken bij beslissingen die worden genomen over onze leefomgeving en onze levens. En uitvinden hoe we buiten de betaande corrupte systemen en procedures om gezamelijk problemen kunnen oplossen.

InleidingIn januari 2023 spotte ik in onze lokale krant de aankondiging van een vergunningaanvraag voor het “verplanten, kappen en herplanten van diverse bomen” in mijn dorp. Het ging over twee straten en in één ervan staan 13 opvallende grote essen. Ik vind het altijd een heerlijke straat om doorheen te lopen met mijn hond. Het is één van de weinige straten met grote bomen in ons dorp. In de zomer brengen ze schaduw en verkoeling, wat erg waardevol is als je een hond met een dikke zwarte vacht hebt. Dus toen ik de aankondiging las dacht ik meteen, het zal toch niet over die bomen gaan? Ik vroeg via de gemeente de documenten van de vergunningaanvraag op en ja hoor, het plan was om alle 13 essen te kappen! Er werd erkend dat geactualiseerd bomenbeleid streeft naar het behoud van bestaande bomen, maar deze bomen zouden voor veel overlast zorgen bij bewoners door afbrekende takken, er zou hinder zijn door de omvang van de bomen in een relatief smalle laan, en de snoeiwerkzaamheden om takbreuk te verminderen zouden geresulteerd hebben in een aangetaste vitaliteit en een teruggelopen boomkroon. De bomen zouden het dus niet meer waard zijn om te behouden... Ik vond het allemaal zeer slecht onderbouwd en kort door de bocht, en het kwam niet echt overeen met mijn eigen observaties, dus deze vergunningaanvraag overtuigde mij niet van de noodzaak van de kap. Toen ik zag dat de vergunning ook daadwerkelijk toegekend was besloot ik meer onderzoek te doen en te zien of ik de kap tegen zou kunnen houden.

In het afgelopen jaar heb ik bezwaar aangetekend, een verzoek voor een voorlopige voorziening (vovo) ingediend bij de rechtbank, gesproken met verschillende bomenexperts, politici, en de media, een jurist ingeschakeld, een second opinion onderzoek laten doen, en een hoorzitting van de bezwaarcommissie bijgewoond. Ik zal alvast verklappen dat mijn bezwaar en het bezwaar van een andere bewoner uiteindelijk op technische gronden afgewezen zijn, ofwel zogenaamd “niet-ontvankelijk” verklaard. Ik had nog via de rechtbank in beroep kunnen gaan, maar heb besloten hiervan af te zien, om redenen die hieronder duidelijk zullen worden. De bomen zijn op dinsdag 12 december 2023 gekapt...

Ik heb ontzettend veel geleerd van het hele proces en ik wil dit hier graag delen met anderen die onnodige bomenkap in hun gemeente willen proberen tegen te houden. In deze blog post beschrijf ik daarom het pad wat ik heb afgelegd met mijn observaties, advies, en links naar relevante voorbeelden en onderzoeken.

Procedures bij bomenkap Zoals ik al aangaf zag ik de plannen voor de kap van de bomen bij de aankondigingen van vergunningaanvragen in onze lokale krant. Als je bezorgd bent over bomenkap in jouw gemeente loont het dus om iedere week de aanvragen en toekenningen te checken. Wanneer je een aanvraag voor kap ziet kun je de bijbehorende documenten al meteen opvragen en beoordelen of het een goed onderbouwd voorstel is. Soms is kap gewoon noodzakelijk; in zulke situaties in bezwaar gaan is dan een verspilling van waardevolle tijd en energie en kan een averechts effect hebben op de publieke opinie t.o.v. activisten tegen bomenkap. Aan de andere kant is de kap van bomen bij plannen voor reorganisatie, renovatie en huizenbouw vaak een gemakzuchtige keuze die goedkoper is (of lijkt te zijn) dan behoud, wat leidt tot veel onnodige kap.

Als je een mogelijk omstreden vergunningaanvraag voor bomenkap ziet kun je al in actie komen en proberen te voorkomen dat de gemeente een vergunning verleent. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan bewoners mobiliseren, lokale bomen- en natuurorganisaties inschakelen, een petitie opzetten, politici aanschrijven, en de kap onder de aandacht brengen in de krant en op social media. Dan is er meteen een netwerk dat kan helpen om een eventuele bezwaarprocedure te starten als er toch een vergunning wordt verleend. Hier is een voorbeeld van bewoners zie in verzet kwamen toen er plannen waren aangekondigd om zes bomen te kappen en te vervangen met twee bomen en een extra parkeerplaats. Na een petitie en de inschakeling van lokale politici en een expert is er besloten alle zes bomen te vervangen en van de parkeerplaats af te zien.

Zodra een vergunning is verleend, wat apart in de lokale krant wordt aangekondigd, is er een periode van 6 weken waarin “belanghebbenden” (verderop uitgelegd) bezwaar kunnen maken. Zodra deze periode is verlopen kun je eigenlijk niet veel meer doen. Je kunt dan hooguit nog publieke druk op de vergunninghouder (degene aan wie de vergunning is verleend: dat kan de gemeente zelf zijn, maar ook een andere landeigenaar) opvoeren om te proberen diegene van gedachten te doen veranderen en te doen beslissen om de bomen toch te behouden.

Soms is er een zogenaamde uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing en dan kun je geen bezwaar aantekenen via de gemeente. Dan kun je wel een zienswijze indienen tegen de ontwerpvergunning. Hiervoor hoef je geen belanghebbende te zijn. Als de vergunning dan toch verstrekt wordt kan hiertegen via de rechtbank in beroep gegaan worden, maar dan moet je wel eerst een zienswijze hebben ingediend én in dit geval wel belanghebbende zijn.

In sommige situaties is er helemaal geen omgevingsvergunning nodig voor bomenkap. De precieze regels verschillen echter sterk per gemeente. Zo zijn er gemeenten waar bijvoorbeeld geen vergunning nodig is voor de kap van niet-monumentale bomen op privéterrein, terwijl dat in andere gemeenten wel het geval kan zijn. Het kan dus voorkomen dat er plannen zijn voor grootschalige bomenkap in jouw gemeente waar geen vergunning voor nodig is, waar je als bezorgde burger niet over geïnformeerd hoeft te worden, en waar je geen officiële stappen tegen kunt ondernemen. Dan kun je nog wel controleren of de regels zijn gevolgd en aan de bel trekken als dit niet zo lijkt te zijn. En je kunt overwegen om bewoners, natuurorganisaties, politici, en media mobiliseren om de druk tegen de kap op te voeren.

Voor bomen en bossen die buiten de bebouwde kom staan gelden nog iets andere regels. Naast dat er bij kap mogelijk een omgevingsvergunning van de gemeente nodig is vallen deze bomen ook onder de Wet Natuurbescherming van 2017. Volgens deze wet heeft kap in beschermde Natura 2000 gebieden een vergunning van de provincie nodig, moet kap van overige bomen in veel gevallen gemeld worden en gecompenseerd worden met herplant, en kan kap verboden worden als bomen belangrijke natuur- of landschapswaarden hebben. Er zijn uitzonderingen voor de meld- en herplant plicht, bijvoorbeeld als het gaat om bomen van bepaalde soorten of om een dunning van een bos. Het is nog wel sterk de vraag hoe proactief provincies zijn in het controleren van de natuur- en landschapswaarden bij voorgestelde kap en mogelijke redenen om een verbod op te leggen.

Op zoek naar medestanders en aandachtToen ik de aankondiging van de vergunningverlening in de krant zag besloot ik eerst meer onderzoek te doen naar de meningen van anderen over de kap. Op basis van de vergunningaanvraag en andere documenten die ik online vond kwam ik erachter dat veel mensen in de directe omgeving de bomen weg wilden hebben. In ons dorp geven veel mensen de voorkeur aan betegelde tuinen met weinig groen en weinig onderhoud. Dus er heerst een cultuur waarbij de natuur al gauw als rommelig en lastig ervaren wordt en er weinig erkenning is voor het feit dat we de natuur ook echt nodig hebben, nu meer dan ooit! Toch wilde ik peilen of er nog andere mensen waren die wel voor behoud van de bomen waren.

Ik besloot een Facebook post te maken en op de pagina van het dorp te delen om dorpelingen op de hoogte te brengen van de plannen voor de kap en om te zien of er medestanders zouden zijn. Er waren verschillende reacties van mensen die heel fel tegen het behoud van de bomen waren. Sommigen zeiden dat de wortels van de bomen schade veroorzaakten aan riolering (iets wat niet in de vergunningaanvraag als motivatie voor de kap werd genoemd) en anderen waren in de veronderstelling dat de bomen zomaar op iemand&#039;s huis zouden kunnen vallen (terwijl de vergunningaanvraag aangaf dat de bomen veilig waren verklaard). Het leek erop dat er niet veel liefhebbers van de bomen in de buurt woonden.

Via de Facebook post kwam ik in contact met de fractievoorzitter van GroenLinks Hoeksche Waard. Hij is nog op pad gegaan en heeft bij bewoners in de straat aangebeld om te vragen wat de ervaringen met de bomen waren. Van drie bewoners die hij sprak waren twee bewoners absoluut tegen de bomen. Eén van hen had problemen ervaren met schade aan riolering door boomwortels en had moeten opdraaien voor bijbehorende kosten voor reparatie. Ook waren er grote overhangende takken waardoor er bladeren en plakkerigheid in de tuin viel. Op zich begrijpelijke bronnen van frustratie, maar zouden er geen andere oplossingen mogelijk zijn zonder meteen alle 13 bomen te kappen?

GroenLinks heeft vervolgens nog technische vragen over de vergunningverlening gesteld aan de portefeuillehouder bij de gemeente, maar daarop werd vooral herhaald dat de bomen “niet de moeite waard” zouden zijn. Er werd gesproken over kwetsbaarheid voor essentaksterfte, maar het bleef onduidelijk in hoeverre hier in dit geval sprake van was. Essentaksterfte was namelijk in het geheel niet in de vergunningaanvraag genoemd. Ook werd er plotseling gesproken over onveilige situaties door takbreuk, terwijl veiligheid ook niet als motivatie voor kap was aangevoerd in de vergunningaanvraag. Bovendien werden de bomen regelmatig geïnspecteerd en waren ze veilig verklaard. Ik kom verderop uitgebreid terug op essentaksterfte en veiligheid.

Ondertussen had ik flyers aan de bomen gehangen met de aankondiging dat ze gekapt zouden worden en dat belanghebbenden nog binnen een aantal weken bezwaar zouden kunnen maken. Deze flyers werden steeds binnen een dag weggehaald door bewoners die de bomen weg wilden hebben en die natuurlijk niet zaten te wachten op aandacht en weerstand. Ik hoopte dat ze toch gezien zouden worden door mensen die ook bezwaar zouden kunnen maken. Ik had overwogen om in een straal van 100 meter om de bomen bij mensen aan te bellen om te zien of we ons zouden kunnen organiseren, maar ik had weinig tijd en ik zag het ook niet zo zitten om heftige reacties op mijn dak te krijgen van voorstanders van de kap. Dus ik zag af van dat idee.

Ik zocht nog contact met een lokale Bomenwerkgroep Fraxinus Excelsior en met de Bomenridders Rotterdam om te zien wat experts van deze kap vonden en of ik een goed punt had om het aan te vechten. Ik stuurde foto&#039;s en informatie uit de vergunningaanvraag en beide organisaties waren verbaasd over de voorgenomen kap en waren niet overtuigd van de noodzaak. De Bomenridders stuurde een schriftelijke reactie met opmerkingen en vragen die ik op kon nemen in mijn bezwaarschrift.

Naar aanleiding van mijn Facebook post werd ik benaderd door een journalist van het AD voor een artikel over de kap. Ik probeerde hem naar GroenLinks te verwijzen, maar hij wilde er graag een “persoonlijk verhaal” van maken (zucht). Dit zou betekenen dat ik met naam en foto in de krant zou komen. Ik zat er niet echt op te wachten, maar tegelijkertijd wilde ik de kap onder de aandacht brengen, dus ik gaf toe. Ik kreeg niet veel reacties op het artikel en het waren vooral mensen die verder weg woonden die zich ook zorgen maakten om de kap.

Uiteindelijk kreeg ik weinig concrete bijval, maar ik vond dat de vergunningaanvraag sowieso niet door de beugel kon door de belachelijk slechte motivering, dus ik besloot te onderzoeken of ik zelf in bezwaar zou willen en kunnen gaan.

Status als belanghebbendeHet grootste obstakel om bezwaar aan te kunnen tekenen tegen een kapvergunning in je gemeente is dat je moet kunnen aantonen belanghebbende te zijn. Je komt hiervoor in aanmerking als je binnen 100 meter van de bomen woont of op een afstand tussen 100 en 200 meter én ook zicht hebt op de bomen. Dit wordt op veel websites zo aangegeven, maar het er komt echter meer bij kijken. Laten we even naar de relevante uitspraken van rechtbanken en de Raad van State.

Allereerst is er de uitspraak van de Rechtbank Utrecht van 13 februari 2009 (ECLI:NL:RBUTR:2009:BH3305) waarin het volgende wordt gezegd:

“In aansluiting op hetgeen is overwogen door de rechtbank Amsterdam in haar uitspraak van 1 september 2008 (LJN:BF3709), op welke uitspraak door verweerder een beroep is gedaan, heeft te gelden dat:- personen die op meer dan 100 meter afstand van de bomen wonen en geen zicht hebben op deze bomen; en- personen die weliswaar zicht hebben op de bomen, maar op meer dan 200 meter van de bomen wonen,niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt ten aanzien van het besluit waarbij voor die boom of bomen een kap- of velvergunning wordt verleend. Van deze hoofdregel kan en moet worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen. Van bijzondere omstandigheden kan sprake zijn indien het gaat om de kap van een beeldbepalende of monumentale boom, die bijzondere waarden vertegenwoordigt, of bijvoorbeeld bij de kap van grote aantallen bomen in een stadspark of bos. Dan zal aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld of de betrokkene zich kwalificeert als belanghebbende.”In sommige gevallen kan er dus een ruimere definitie van belanghebbende worden toegepast, vooral als het gaat om bomen met een bredere sociaal-historische betekenis. Dit is eigenlijk het enige goede nieuws. Logischerwijs hebben alle bomen een brede sociaal-historische én ecologische betekenis, en zou in deze tijd iedereen belanghebbende moeten zijn als het gaat om de kap van bomen, maar helaas hebben volgende uitspraken alleen maar gezorgd voor een vernauwing van de definitie.

Sinds een uitspraak van de Raad van State van 16 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:737) wordt er een correctie toegepast waardoor je alleen als belanghebbende wordt gezien als je “gevolgen van enige betekenis” ondervindt door de activiteit. Wat dit precies betekent is ingevuld door een uitspraak van de Raad van State van 23 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2271), namelijk als volgt:

“Het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.”Deze uitspraken maken het erg lastig om als burger een belanghebbende te zijn in het geval van bomenkap als de betreffende bomen niet pal naast je huis staan. Er is zelfs een recente uitspraak van 29 juni 2022 door de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:1832) waarbij iemand die op 50 en 90 meter afstand woonde van kaplocaties voor de kap van 50 en 59 bomen niet als belanghebbende werd erkend omdat het zicht op de bomen te beperkt zou zijn (zie punt 3.3 in de uitspraak). Hij zou zich niet voldoende “onderscheiden van anderen”. Ook werd zijn punt dat de kap zou leiden tot waardedaling van zijn huis niet geaccepteerd omdat hij dit niet had onderbouwd.

Ik vind het een zeer slechte ontwikkeling dat het burgers op deze manier op technische punten worden uitgesloten uit het bezwaarproces, vooral omdat het meer over technische definities gaat dan over de daadwerkelijke noodzaak van de bomenkap. Ingediende bezwaren die niet-ontvankelijk verklaard worden, bijvoorbeeld als een bezwaarmaker niet als belanghebbende wordt gezien, hoeven niet meer inhoudelijk behandeld te worden. Op deze manier komen gemeenten dus erg gemakkelijk weg met slecht onderbouwde vergunningaanvragen voor kap en lijkt het bezwaarproces niet veel meer dan een schijnvertoning. Er is wel enige tegenbeweging en dit artikel laat zien dat recentere uitspraken in gevallen van twijfel de burger toch als belanghebbende zien. Er is dus een grijs gebied en het kan lonen om de grenzen op te zoeken van wat er geaccepteerd wordt.

Ook al is het ontmoedigend om te zien hoe je als burger wordt tegen gewerkt en buitengesloten als je een stem wil in wat er in je omgeving gebeurt, toch heeft het zin om bezwaar aan te tekenen tegen onnodige bomenkap, ook als je twijfelt of je binnen de categorie belanghebbende zou vallen. Allereerst is het een signaal naar de gemeente toe dat er wel degelijk weerstand is, en als er meerdere mensen zijn die bezwaar aantekenen kan het de druk opvoeren op de gemeente om de bezwaren serieus te nemen en de plannen te heroverwegen.

Als er meerdere mensen zijn die bezwaar zouden willen maken tegen de kap kun je ervoor kiezen om aparte bezwaren in te dienen of om gezamelijk één bezwaar in te dienen. Hoe dan ook is het slim om de krachten te bundelen om één tekst op te stellen die inhoudelijk zo sterk mogelijk is. Op deze manier voorkom je dat iemand met de meeste kans om als belanghebbende te worden erkend misschien net belangrijke inhoudelijke punten mist in het bezwaarschrift en hierop alsnog wordt afgewezen. Als je gezamelijk één bezwaar in wil dienen, dan moet er één persoon door de anderen gemachtigd worden om het ook namens hen te doen. Dit betekent dat de volledige namen en adressen van alle bezwaarmakers op het bezwaarschrift staan en dat iedereen een machtigingsbrief ondertekent die bijgevoegd kan worden. Als alternatief kan iedereen met min of meer dezelfde tekst een apart, individueel bezwaar indienen.

Als niemand in de buurt overtuigend belanghebbende én tegen de kap is, maar de bomenkap zeer zorgwekkend lijkt, kun je nog onderzoeken of een lokale bomen- of natuurorganisatie actief in jouw gemeente (zie hier een overzicht van bomenorganisaties) bezwaar zou kunnen en willen maken. Dit soort organisaties hebben vaak beperkte middelen, dus als ze zich al bezig houden met bezwaarprocedures zullen ze zich vooral richten op zaken waarbij het gaat om grote aantallen bomen en/of monumentale bomen. De landelijke Bomenstichting gaat soms ook in bezwaar tegen bomenkap van monumentale bomen aangezien ze hierin op landelijk niveau belanghebbende zijn. Deze organisatie beheert namelijk het Landelijk Register Monumentale Bomen waar je kunt checken of een boom geregistreerd is en, zo ja, foto&#039;s en waarnemingen kunt vinden. Ook kun je bomen aanmelden voor opname als ze 80 jaar of ouder zijn, gezond zijn met een levensverwachting van minstens 10 jaar, en bepaalde bijzondere waarde hebben.

Toen ik probeerde te beslissen of ik in bezwaar zou kunnen gaan was ik nog niet op de hoogte van alle details die ik hierboven heb besproken. Ik wist alleen dat je ofwel binnen 100 meter moest wonen ofwel tussen 100 en 200 meter mét zicht op de bomen. Ik checkte de afstand op google maps en vond dat ik zo 134 meter op afstand van de eerste boom woonde en op 198 meter van de verste boom. Vanuit mijn slaapkamerraam had ik zicht op de kronen van 5-6 van de bomen. Er was geen duidelijkheid over hoeveel zicht er precies nodig was en of het uitmaakte vanuit welk deel van het huis. Ik vond wel een zaak waarbij iemand in een vergelijkbare situatie, met zicht op de kroon van een boom vanuit een zit-slaapkamer, in een hoger beroep bij de Raad van State op 11 januari 2012 gelijk kreeg en alsnog als belanghebbende werd aangemerkt (ECLI:NL:RVS:2012:BV0559). Op basis daarvan leek het erop dat ik in de juiste positie was om bezwaar aan te tekenen.

Echter ik kan nu alvast verklappen dat mijn bezwaar uiteindelijk toch niet-ontvankelijk werd verklaard omdat ik niet als belanghebbende werd erkend. Er werd door de bezwaarcommissie gesteld dat mijn zicht op de bomen te beperkt was, dat tussenliggende bebouwing het zicht belemmerde, en dat ik mijzelf niet voldoende zou onderscheiden van anderen. Dit alles op basis van de correctie van 2016, de invulling van 2017, en de uitspraak van 2022. Dat ik dagelijks meerdere malen met de hond door de straat loop zou geen belang aantonen aangezien vele anderen ook door de straat lopen.

Juridische hulp inschakelenAls je een rechtsbijstandsverzekering hebt is het slim om die in te schakelen zodra je overweegt om een bezwaar in te dienen. Ik had er zelf niet aan gedacht en kwam pas tot het besef dat ik juridische hulp kon gebruiken tijdens de vovo zitting (zie hieronder). Een jurist kan hulp bieden bij het indekken van je status als belanghebbende en bij het voorbereiden van een inhoudelijke argumentatie voor het bezwaarschrift. Ik heb een rechtsbijstandsverzekering bij via Interpolis bij Achmea en na het aanmelden van de zaak duurde het 3 weken tot ik een jurist kreeg toegewezen (normaal zou je na melding binnen 5-10 werkdagen bericht moeten krijgen). Het is dus slim om hier rekening mee te houden en een zaak op tijd aan te melden.

Als je geen rechtsbijstandsverzekering hebt kun je zien of je juridisch advies kunt inwinnen bij een lokale bomen- of natuurorganisatie of bij de landelijke Bomenstichting. Of als geld geen obstakel is kun je natuurlijk zelf juridische hulp inschakelen. Twee nadelen van een jurist via een verzekering zijn dat diegene niet persé is gespecialiseerd in rechtszaken rondom behoud van bomen, en dat er ook een financiële afweging wordt gemaakt over de kans dat een zaak gewonnen wordt. Nadat de bezwaarcommissie mijn bezwaar had afgewezen concludeerde mijn jurist dat een beroep via de rechtbank niet veel kans zou maken. Op basis hiervan zou de verzekering dus de kosten van een beroep en een vovo niet vergoeden en geen verdere juridische steun verlenen. Als zo&#039;n zaak gewonnen wordt dan kunnen de kosten namelijk verhaald worden op de gemeente en dan kost het de verzekering weinig tot niets. Dit is in de praktijk helaas wel een rem op de vechtlust om toch te proberen een gelijk te halen.

Als je een laag inkomen hebt en geen rechtsbijstandsverzekering kun je mogelijk nog in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Dan is er echter wel een eigen risico en moet je de griffierechten nog betalen. Op de griffierechten kun je een vermindering aanvragen en als je de zaak wint dan krijg je dit terugbetaald.

Bezwaar indienen en vovo aanvragenOp 18 februari, binnen zes weken na de aankondiging van de verleende vergunning, stuurde ik mijn bezwaarschrift naar de gemeente. Mocht het zo zijn dat je tegen de deadline voor het indienen van je bezwaar aanzit, maar al je argumenten nog niet goed hebt uitgewerkt of wacht op input van een expert, dan kun je het bezwaar alvast indienen als een pro forma bezwaar waarin je aangeeft dat de onderbouwing later volgt. Vermeld dan duidelijk de term “pro forma” op het bezwaarschrift. De onderbouwing kan dan na de deadline nagestuurd worden. De gemeente zal daar een maximale termijn voor stellen. Zorg in ieder geval dat je (pro forma) bezwaar op tijd binnen is, want al is het maar 1 dag te laat dan zal het niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ik heb het al even over een zogenaamde vovo gehad, ofwel een voorlopige voorziening. Dit is een ontzettend belangrijke stap die je naast het indienen van een bezwaar moet nemen en dat gaat via de rechtbank. Het vraagt de rechter namelijk om te beslissen dat de vergunning voor de kap niet mag worden gebruikt voordat er een belissing is genomen op het bezwaarschrift. Gek genoeg mag een gemeente anders gewoon tot kap over gaan ook al zijn er 20 bezwaren ingediend. Dit komt omdat een bezwaar bij de gemeente (of een beroep bij de rechtbank of de Raad van State) geen opschortende werking heeft. Pas kapte de Gemeente Groningen nog een gezonde 20 meter hoge ginkgo biloba uit 1960 voor de bouw van een kunstcentrum terwijl bezwaarmakers een hoger beroep bij de rechtbank hadden ingediend tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van hun bezwaren door de bezwaarcommissie. Het is natuurlijk een zeer onsympathieke actie van de gemeente, en bovendien loopt die het risico dat er later nog een schadevergoeding betaald moet worden als het beroep toch wordt toegekend en de kapvergunning wordt ingetrokken, maar als de bezwaarmakers een verzoek voor een voorlopige voorziening hadden ingediend hadden ze de voorbarige kap kunnen voorkomen.

Bij een verzoek voor een vovo is het overigens wel van belang dat er een spoedeisend belang is en dat er onomkeerbare gevolgen zouden zijn. Nu is bomenkap sowieso onomkeerbaar, maar als de kap pas voor 6 maanden later gepland staat dan is er geen spoedeisendheid en is een vovo niet nodig en zou ook niet toegekend worden. Binnen die 6 maanden zou een bezwaarprocedure namelijk afgerond moeten kunnen worden. Het is dus handig om een idee te hebben van de planning van de kap en als dit in de verdere toekomst zou liggen zwart op wit te krijgen dat de kap niet zal plaatsvinden voor een bepaalde datum.

Ik diende mijn vovo verzoek ook meteen op zaterdag 18 februari in. Dit kan digitaal met je DigiD via deze website. De rechtbank heeft hierop zeer snel gereageerd. Voor zover ik me kan herinneren kreeg ik op dinsdag een telefoontje hierover en werd de gemeente ook meteen gebeld om ze te informeren dat er een vovo was ingediend en dat ze niet tot kap over mochten gaan tot er door de rechter over was besloten. Ik kreeg een nota voor griffierecht van €184 en diezelfde week werd er nog een datum geprikt voor de hoorzitting voor 9 maart. Je kunt dan tot een dag voor de hoorzitting nog nieuwe stukken indienen ter ondersteuning van je zaak. Ik had ondertussen meer onderzoek gedaan en stuurde aanvullende informatie over de ecosysteemwaarden van essen, de juiste procedures voor boominspecties, beoordeling van conditie en vitaliteit van bomen, en mogelijkheden tot groeiplaatsverbetering (of standplaatsverbetering) om bomen een betere toekomst te geven. Dit waren allemaal factoren die in de vergunningaanvraag niet waren behandeld en overwogen.

Ik ging in mijn eentje naar de hoorzitting, vooral voorbereid op de inhoudelijke argumentatie. Toen ik in de ontvangsthal voor de rechtszaal aankwam waren er vijf mensen namens de gemeente. Twee van hen waren van de juridische afdeling en één van de uitvoerende organisatie. Twee mensen waren meegekomen omdat ze het interessant vonden om te observeren. Ze vonden het blijkbaar allemaal een fascinerende en grappige vertoning. Het leek alsof ze het zagen als een bedrijfsuitje. De zitting begon en de rechter legde eigenlijk meteen uit dat ze de dag ervoor door de gemeente was geïnformeerd dat de kap van de bomen zou worden uitgesteld tot het najaar i.v.m. het naderende broedseizoen. Dit betekende dat de spoedeisende factor verviel en dat de aanvraag voor de vovo niet langer nodig was. De gemeente had mij hier niet over geïnformeerd en de rechter had besloten de zitting toch door te laten gaan. Zij gaf aan dat ik ter plekke kon beslissen om mijn verzoek voor een vovo in te trekken, met de mededeling dat als ik dat niet deed hij toch niet zou worden toegekend. Dus ik trok mijn verzoek in en de zitting was voorbij...

De rechter was duidelijk geïrriteerd door de houding en het gedrag van de gemeente. Ze vroeg tijdens de introducties wie van hen vergunningverlener en wie vergunninghouder was, waarop werd gereageerd dat ze het allebei tegelijk waren, iets wat niet echt werd gewaardeerd (ook al is de gemeente beide hoort er een onderscheid gemaakt te worden tussen de afdelingen/ personen die de relatieve rollen aannemen). Ze benadrukte ook dat de gemeente met deze late beslissing de tijd van de rechter en van mij had verspild, dat ik voor niets naar de rechtbank was gereisd en een dagdeel aan tijd kwijt was. De woordvoerder van de gemeente reageerde door te stellen dat ze met z&#039;n vijven ook voor niets waren gekomen, blijkbaar niet realiserend dat ze er zelf verantwoordelijk voor waren. Ik dacht te zien dat de rechter met haar ogen rolde...

Achteraf leerde ik dat ik op dat moment nog had moeten vragen om vergoeding van de €184 griffierechten. Bij het winnen van de zaak zou ik die terug krijgen van de gemeente, maar nu ik me door verandering van de situatie terug moest trekken was dit niet het geval. Toen ik later een jurist toegewezen kreeg via mijn rechtsbijstandsverzekering zei zij dat dat ter plekke geregeld had moeten worden en dat ik er achteraf niets meer aan kon doen om het terug te krijgen. De rechter had er blijkbaar niet aan gedacht en ik was zo verrast door de gang van zaken dat ik daar op dat moment niet mee bezig was.

Na de zitting raakte ik in gesprek met de juridische medewerkers van de gemeente. Zij zeiden dat ik een uitnodiging zou ontvangen voor een informeel gesprek over de vergunning. Ik gaf aan dat de vergunning zeer slecht onderbouwd was, maar als er betere en overtuigende informatie beschikbaar was die een slechte gezondheid van de bomen zou aantonen ik natuurlijk bereid zou zijn om mijn bezwaar in te trekken. Echter, zij stuurden het gesprek naar mijn status als belanghebbende en stelden dat ik te ver weg woonde en niet voldoende zicht had op de bomen. Het kwam over als een aanval en het werd me meteen duidelijk dat de gemeente erop aanstuurde om mijn bezwaar op technische gronden te diskwalificeren, ofwel niet-ontvankelijk te verklaren. Ik werd gezien als een tegenstander die moest worden uitgeschakeld en niet als een bezorgde burger met gegronde zorgen over mogelijk onnodige bomenkap.

Later begreep ik dat de gemeente niet had voorzien dat het uitstel van de kap zou leiden tot intrekking van mijn vovo verzoek. Als zij de kap niet hadden uitgesteld, dan had ik als onderdeel van de zitting mijn status als belanghebbende moeten onderbouwen, iets waar ik niet volledig op was voorbereid. Ik wist de afstand van mijn woning tot de bomen en dat ik zicht had op de kronen van verschillende bomen, maar ik had bijvoorbeeld geen foto&#039;s meegenomen om dit te onderbouwen. En zelfs al had ik die wel meegenomen is het goed mogelijk dat de vovo was afgewezen, ook al leek de rechter sympathie te hebben voor mijn zaak. Het afwijzen van de vovo is dan meteen een signaal dat de rechter verwacht dat het bezwaar ook zou worden afgewezen op dezelfde gronden. Als er geen vovo wordt toegekend, dan heeft de gemeente in principe een vrijbrief om te gaan kappen, ook als de bezwaarprocedure nog loopt. Dan heeft het voor de bezwaarmaker eigenlijk weinig zin meer om die nog door te zetten. Hier is een voorbeeld van een uitspraak van 17 maart 2023 door de Rechtbank Midden Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2023:1337) over een vovo betreffende de kap van acht bomen waarbij het verzoek wordt afgewezen omdat de eiser te ver weg van de bomen woonde (110 meter) en te weinig zicht zou hebben (belemmerd door tussenliggend groen).

Naar aanleiding van deze ervaring en de vijandige houding van de gemeente in de rechtbank heb ik mijn rechtsbijstandsverzekering ingeschakeld, waarna ik een jurist toegewezen kreeg. Ondertussen wachtte ik op een uitnodiging voor het aangekondigde informele gesprek.

Gemeente in gebreke stellenZo&#039;n drie weken na de hoorzitting ontving ik een brief dat de termijn voor de beslissing op mijn bezwaar met 6 weken zou worden uitgesteld - dat zou dan voor 16 mei moeten gebeuren. Vervolgens was het weer radiostilte en op 20 mei stuurde ik een formulier ingebrekestelling naar de gemeente. Dit is een manier om overheidsinstanties aan te sporen op het nemen van een beslissing. Na ontvangst van het formulier heeft die instantie dan nog twee weken om alsnog te beslissen en als het langer duurt zal die instantie een dwangsom moeten gaan betalen aan de betreffende burger. Die dwangsom loopt op hoe langer de vertraging, tot maximaal €1442 bij 42 dagen vertraging.

Ik had me bedacht dat ik een eventueel verschuldigde dwangsom zou kunnen gebruiken om de kosten van het hele proces te dekken, inclusief een mogelijk second opinion onderzoek en een rechtszaak. Echter, er is geen dwangsom verschuldigd als je geen belanghebbende bent of als je zaak om een andere reden niet-ontvankelijk wordt verklaard of ongegrond is. Mijn ingebreke stelling werd dus uiteindelijk bij de beslissing van de bezwaarcommissie over de zaak ook afgewezen. Zo lang de gemeente hier niet zeker van is is de mogelijke dwangsom wel een stok achter de deur om het proces in beweging te krijgen. En mocht je een dwangsom toegekend krijgen kun je het bedrag altijd alsnog gebruiken om kosten te dekken of bijvoorbeeld doneren aan een organisatie die zich inzet voor bomenbehoud.

Informeel gesprekDrie dagen na het verzenden van de ingebrekestelling kreeg ik een uitnodiging voor het informele gesprek voor 7 juni (dit werd later weer met twee weken uitgesteld naar 21 juni). In de uitnodiging stond dat er andere reacties waren van bewoners uit de straat en niet kort daarna werd ik benaderd door iemand die met haar partner ook bezwaar had aangetekend en een andere bewoner die ook tegen de kap was maar geen bezwaar had aangetekend. Ineens waren we met z&#039;n vieren en ik voelde me gesterkt dat er mensen uit de straat zelf toch ook tegen de kap waren. Ik hoorde wel dat het andere bezwaar een dag te laat was ingediend en vermoedde dat het op die basis afgewezen zou worden. De bezwaarmaakster was ervan overtuigd dat het geldig was omdat de gemeente het in behandeling had genomen. Echter, bij de uiteindelijke hoorzitting van 30 oktober werd haar bezwaar alsnog op die gronden niet-ontvankelijk verklaard.

Mijn jurist had al aangegeven dat het gesprek waarschijnlijk vooral een poging zou zijn om ons te overtuigen van de noodzaak van de kap zodat we onze bezwaren zouden intrekken. Ik stond er op zich voor open dat er informatie zou kunnen zijn waaruit zou blijken dat de bomen inderdaad beter gekapt zouden kunnen worden. Maar gezien de houding van de gemeente tot nu toe was ik ook skeptisch en kritisch. Je bent overigens niet verplicht om aan zo&#039;n gesprek deel te nemen en kunt simpelweg de bijeenkomst van de bezwaarcommissie afwachten. Als je wel deel neemt dan is kan het handig zijn om het gesprek op te nemen (vraag hiervoor wel even toestemming aan iedereen). In ons geval zijn er notulen gemaakt en nagestuurd, maar deze waren zeer summier en incompleet.

Tijdens het gesprek waren aanwezig: ik en drie andere bewoners tegen de kap, twee bewoners voor de kap i.v.m. overlast door takken en wortels, twee vertegenwoordigers van een lokale natuurbeschermingsorganisatie (op verzoek van de andere bezwaarmaakster), de projectmanager van de gemeente die de vergunning voor de kap had aangevraagd, de bomenexpert van de gemeente, een vertegenwoordiger van juridische zaken, en een projectondersteuner die notulen maakte. Het grootste deel van de bijeenkomst, die 1,5 uur duurde, bestond uit een langdradige uiteenzetting door de bomenexpert. Hij besprak het bomenbeleid in de Hoeksche Waard en wilde ons er allereerst van overtuigen dat hij een échte bomenliefhebber was.

Er werd vooral ingespeeld op de nieuwe argumenten van essentaksterfte en veiligheid, welke al door de portefeuillehouder waren aangevoerd in de beantwoording van de vragen van GroenLinks, maar welke niet in de vergunningaanvraag waren genoemd. Nieuwe argumenten kunnen trouwens niet zomaar worden aangevoerd om een vergunningaanvraag beter te onderbouwen; hiervoor zou een formele aanpassing aangevraagd moeten worden.

De bomenexpert zei dat alle 13 bomen geïnfecteerd waren met essentaksterfte en dat dit niet te genezen was. We kregen een bomenpaspoort van één van de bomen te zien, maar de informatie was vaag en de bomenexpert kon geen duidelijk antwoord geven op onze vragen over hoe de diagnose gemaakt werd. Aangezien dit nieuwe informatie was wilde ik graag meer weten en vroeg of het mogelijk was dat wij inzage zouden krijgen in de inspectiedata. Ik moest hier twee keer om vragen en er werd omheen gedraaid tot het uiteindelijk werd toegezegd.

Essentaksterfte zou niet persé reden zijn voor kap, maar impact kunnen hebben op de toekomstverwachting van een boom. De bomenexpert kon echter geen prognose geven over hoe lang de bomen nog mee zouden kunnen. De optie van groeiplaatsverbetering die ik voor de vovo zitting al had aangedragen werd afgedaan als te duur (het zou vele tienduizenden euro&#039;s kosten) en niet de moeite waard. De mogelijkheid dat het de conditie van de bomen zou kunnen verbeteren zodat ze beter bestand zouden zijn tegen essentaksterfte werd niet besproken of overwogen.

Er werd vooral benadrukt dat essentaksterfte zou leiden tot takbreuk en mogelijke veiligheidsissues. De bomenexpert stelde, wat als je daar onder de bomen loopt met je kinderwagen met een tweeling en er valt een grote tak naar beneden? Met dit voorbeeld verloor deze “expert” voor mij meteen alle respect. Het was pure angstzaaierij waar een echte bomenexpert en -liefhebber zich verre van zou houden. Er zijn duidelijke protocollen voor het bepalen van veiligheid van bomen en mogelijke risico&#039;s die daarbuiten vallen kunnen niet voorkomen worden, maar zijn relatief zeer klein. De andere bezwaarmaakster reageerde dat de essen in een volgende straat er slechter aan toe waren dan deze. Wat als je daar met je kinderwagen loopt dan? Waarom worden die bomen niet gekapt? De bomenexpert gaf toe dat dit soort bomen niet preventief gekapt worden, maar als die betreffende straat gerenoveerd zou worden dan zouden dat waarschijnlijk ook overwogen worden. Met andere woorden, de veiligheidsrisico’s waren toch niet van die aard dat ze kap zouden rechtvaardigen.

Door van mogelijke takbreuk een veiligheidsissue te maken werden wij als bezwaarmakers wel plotseling gepositioneerd als een obstakel om de veiligheid van omwonenden te waarborgen. Echter als een boom is afgekeurd tijdens de boomveiligheidscontrole kan die zonder vergunning gekapt worden, dus dan was bezwaar aantekenen ook niet eens mogelijk geweest. Er was bovendien geen enkele poging om het probleem van takbreuk in kaart te brengen bijvoorbeeld door te kijken naar het aantal meldingen in de afgelopen jaren geweest en te bepalen of die uitzonderlijk waren in vergelijking met andere bomen. In de twee jaar dat ik dagelijks door de straat liep had ik nog nooit overdreven takbreuk gezien en een enkele keer dat er een tak was gevallen was dit in een situatie van storm of ernstige droogte, momenten dat vele andere bomen in en rond het dorp takken lieten vallen. Als we iedere boom met takbreuk zouden kappen blijven er weinig bomen over.

De bewoners die voor de kap waren spraken over een tak die in hun tuin was gevallen vlakbij iemand die in de tuin bezig was. Zij waren duidelijk bang voor vallende takken en waren de overlast die zij van de bomen ervaarden door overhangende takken, wortelopdruk, en plakkerigheid van luizen op hun tuinmeubilair meer dan zat. Zij haalden artikel 5.44 van het Burgerlijk Wetboek aan waarmee ze het recht zouden hebben om takken en wortels die over de erfgrens heen komen zelf te verwijderen, ook als desbetreffende bomen van de overheid zijn (zie ook Bomenrecht Takken en wortels over de erfgrens en Bomen en overheden). Hieruit bleek dus dat, ook al is overlast geen reden om tot kap over te gaan, de gemeente al jaren had verzuimd iets te doen aan de takken die over erfgrenzen van de woningen hingen en aan de wortelopdruk in tuinen. De bewoners waren huiverig om dit zelf aan te pakken, ook al hadden ze daar het recht toe, aangezien het om grote bomen gaat met dikke takken en wortels en verwijdering vanaf de erfgrens zou niet zonder risico zijn.

Gezien het feit dat de gemeente alleen tot kap over wilde gaan door de geplande renovaties en al die tijd geen maatwerk had geleverd om de problemen voor deze bewoners op te lossen (en dit dus waarschijnlijk ook niet had gedaan zonder de renovaties en kap) is het enigszins begrijpelijk dat zij de bomen graag weg wilden hebben. Echter, terwijl wij tegenover deze bewoners werden gezet als tegenstanders, was het eigenlijk de gemeente die de situatie zo ver had laten komen door verantwoordelijkheden jaren lang uit de weg te gaan.

Naast de strategieën van angstzaaijerij, verdeel-en-heers, en overdrijven van problemen, probeerden de bomenexpert en projectmanager ons ook enthousiast te maken voor de nieuwe bomen die ter compensatie aangeplant zouden worden. Er werd geen aandacht besteed aan de ecosysteemwaarden van de bestaande bomen, maar de nieuwe bomen zouden van verschillende soorten zijn en dus biodiversiteit verhogen. Het probleem is natuurlijk dat je tegelijkertijd oudere bomen verliest en er een bredere trend is waarbij de diversiteit in leeftijden van bomen vermindert door constante verjonging. Dit terwijl de ecosysteemwaarden van oudere bomen vele malen hoger liggen.

Het lijkt me duidelijk dat deze bijeenkomst niet bijdroeg aan mijn vertrouwen in de gemeente en oprechtheid met betrekking tot interesse in bomenbehoud en goed onderbouwd bomenbeheer.

Bomeninspecties en gesjoemel met infoIn de week na de bijeenkomst kregen we een excel file toegestuurd met de inspectiedata van de bomen die door de bomenexpert “1 op 1” zou zijn overgenomen uit de inspectierapporten. Ik vond het vreemd dat hij de moeite had genomen om die al die data celletje voor celletje over te typen en vroeg me af waarom we de originele rapporten niet hadden ontvangen. Het leek er ook op dat de data niet compleet waren, dus ik vroeg naar de complete bomenpaspoorten welke we uiteindelijk door de projectmanager toegestuurd kregen.

Ik was al achterdochtig over het hele gebeuren, maar kwam er pas een paar maanden later achter dat de bomenexpert data had toegevoegd aan de laatste inspecties. Terwijl bij de inspecties van september 2020 bij iedere boom essentaksterfte was geconstateerd was dit in mei 2022 nog maar bij 3 van de 13 bomen het geval. Dit betekent dat de tussentijdse snoei van februari 2021 de aantasting dusdanig had verwijderd dat deze ruim een jaar later bij 10 van de 13 bomen niet meer waarneembaar was. Ook al betekent dit niet dat de bomen niet meer geïnfecteerd zijn, het is een indicatie van een herstellend vermogen in de bomen, iets wat de bomenexpert blijkbaar probeerde te verdoezelen.

Toen ik hier later, tijdens de hoorzitting van de bezwaarcommissie van 30 oktober, opherdering over vroeg werd het gemakkelijk afgedaan met de opmerking dat de inspecteurs echt niet steeds weer “essentaksterfte” gaan invullen bij iedere boom als het eerder al geconstateerd was en dat hij het daarom had aangevuld. Echter, inspecteurs horen wel degelijk secuur te zijn over dit soort zaken en bij iedere inspectie en iedere boom de aantasting te noteren. De second opinion die ik heb laten doen bevestigde overigens bij 2 van de 3 bomen mogelijke aantasting door essentaksterfte, en dus niet bij 13 van de 13.

Het feit dat de bomenexpert ervoor had gekozen om alle data in een excel file over te nemen i.p.v. ons de originelen te sturen met een korte toelichting bevestigde alleen maar dat de noodzaak werd gezien om de aantasting erger te doen lijken dan die daarwerkelijk was. Blijkbaar vond hij het zelf al niet overtuigend genoeg. Het onthult ook iets over hoe wij als bezwaarmakers werden gezien, namelijk als lastige burgers die met enige manipulatie wel afgepoeierd zouden kunnen worden.

Overigens waren de inspecties zeer summier en standaardformulieren die ik had gezien bevatten veel meer datapunten. Daarbij had ik voorbeelden gezien waarbij gemeenten besloten over bomenkap op basis van zeer gedetailleerde evaluaties van de gezondheid van bomen, wat hier duidelijk niet het geval was. Ik besloot dus om op zoek te gaan naar iemand die een second opinion zou kunnen doen.

Second opinion onderzoekIk schreef berichten naar verschillende organisaties voor boomverzorging en -inspecties en kwam er snel achter dat bomeninspecteurs niet snel een second opinion onderzoek in een bezwaarprocedure tegen een gemeente zullen doen omdat gemeenten belangrijke opdrachtgevers zijn. Soms kunnen ze zelfs bij eerdere inspecties betrokken zijn geweest waardoor er natuurlijk een belangenverstrengeling onstaat. De Bomenstichting heeft een handige pagina met specialisten voor technisch onderzoek/ advies die je voor een second opinion kunt benaderen, maar het is dus mogelijk dat je om deze reden niet snel iemand zal kunnen vinden.

Ik vond uiteindelijk via via een inspecteur die bereid was de bomen te komen bekijken. Hier zijn natuurlijk kosten aan verbonden en die zullen sterk verschillen tussen inspecteurs en situatie, afhankelijk van het aantal bomen. Het is mogelijk dat een rechtsbijstandsverzekering deze kosten vergoed. Anders kun je geld ophalen bij bewoners of een online crowdfunding opzetten.

Toen onze specialist naar de bomen keek zei hij meteen dat de groeiplaats niet goed was door een zeer verdichte bodem en competitie voor water met het gras. Hij bevestigde de observaties uit de bomenpaspoorten grotendeels, namelijk dat de bomen in matig tot redelijke conditie waren. Maar hij zag de renovatie van de straat juist als een goede kans om de conditie van de bomen te verbeteren. Een betere afwatering bijvoorbeeld door een mulchlaag zou overlast door dwalende wortels bij woningen verminderen. Daarbij raadde hij aan om de mechanisch belaste takken die over aangrenzende woningen en tuinen hingen te snoeien. Dit soort maatregelen zouden prima binnen het budget passen en de situatie voor zowel de bomen als de omwonenden verbeteren waardoor de bomen nog een poos mee zouden kunnen.

Na de inspectie stuurde hij eerst een voorlopig rapport en na de vakantieperiode een uitgebreid eindrapport. Deze stuurde ik allebei direct door naar de projectmanager. Ondanks dat de rapporten specifieke suggesties bevatten met alternatieve oplossingen kregen we geen enkele inhoudelijke reactie. Het was duidelijk dat de projectmanager geen interesse had om in gesprek te gaan en de procedure van de bezwaarcommissie wilde afwachten.

Over essentaksterfteOndertussen had ik ook de kans gezien om meer onderzoek te doen over essentaksterfte en vond ik waardevolle informatie van organisaties die er uitvoerig onderzoek naar hadden gedaan. Essentaksterfte wordt pas sinds 10-15 jaar waargenomen in Nederland. Het is een schimmel afkomstig uit Azië en leidt tot afsterving van takken die vervolgens kunnen afbreken. Er is nog geen oplossing om bomen weer helemaal vrij van deze schimmel te krijgen. Toen de ziekte zich begon te verspreiden in Nederland en Europa was er in eerste instantie veel paniek en vroegen bomenbeheerders zich af of alle aangetaste essen gekapt zouden moeten worden. In Nederland staan ontzettend veel essen, dus zo&#039;n beslissing zou tot een gigantische kaalslag leiden die natuurlijk niet wenselijk zou zijn. In de afgelopen jaren is er dus veel aandacht besteed aan geïnfecteerde bomen om uit te zoeken wat de beste aanpak is om die bomen zo goed mogelijk te behouden.

Door bomen niet meteen te kappen krijgen we nu steeds meer inzicht in resistentie en herstelvermogen van bepaalde bomen waar toekomstig beleid op aangepast kan worden en wat bijdraagt aan het behoud van de soort in het algemeen. Op deze manier is onder meer vastgesteld dat oudere bomen minder kwetsbaar zijn voor de ziekte. De Universiteit van Wageningen zegt bijvoorbeeld het volgende:

“Tegelijkertijd lopen vooral oudere bomen weer uit op de nog levende, gezonde delen. Hierdoor kunnen oudere bomen meerdere jaren overleven en soms ook weer (deels) herstellen. Bij jongere bomen en hakhoutscheuten is de kans op sterfte groter. Bomen in de stedelijke omgeving lijken wat minder vaak en zwaar aangetast te worden dan bomen in bossen en gesloten beplantingen en vooral ook hakhoutgebieden.”“Bovendien sterven met name grotere bomen in gebieden met een lage infectie druk, zoals in het stedelijk gebied, niet snel helemaal af. Daarom wordt aangeraden om zo terughoudend mogelijk te zijn bij het ingrijpen en gezonde bomen te laten staan.”De Vereniging van Bos en Natuurterreineigenaren zegt iets vergelijkbaars, namelijk:

“Bij bomen in laanverband duurt het wat langer voordat de volledige laan aangetast is. De infectiedruk in lanen is lager dan in een bos, omdat de wind veel van de blaadjes wegblaast waarop de vruchtlichamen van de schimmel zich ontwikkelen. Daar hoeven dus geen speciale maatregelen voor genomen te worden. Bovendien bestaan veel laanbeplantingen uit cultivars van essen waarvan inmiddels is gebleken dat ze gemiddeld genomen toleranter zijn voor de ziekte dan zaailing essen.”“Ga pas kappen wanneer duidelijk is dat de bomen niet in staat zijn om uitbreiding van de ziekte in de boom te stoppen. Bij sommige bomen blijft de aantasting beperkt tot de dunnere twijgen en treedt soms kroonherstel op. Ook is veel taksterfte in lanen niet aan de schimmel te wijten, maar wordt veroorzaakt door andere ziekten en plagen of slechte groeiplaatsomstandigheden.”Zij zeggen ook:

“Er is een grote genetische diversiteit bij de essen in Nederland. Het is nog onbekend welke bomen resistent zijn voor essentaksterfte. Het is daarom van groot belang om elke es die maar enige vorm van resistentie lijkt te hebben te laten staan. Deze essen zijn de mogelijke toekomstige zaadbron voor toekomstige essen of voor natuurlijke verjonging.”Wetenschappers en boomspecialisten hebben voor de Universiteit van Wageningen een Protocol beoordeling essentaksterfte opgesteld voor een uniforme opname van aantasting, met 22 op te nemen gegevens om de mate van aantasting te kunnen categoriseren ten behoeve van onderbouwde boombeheeradviezen. Dit protocol maakt meteen duidelijk hoe minimaal de evaluatie van de bomen op de Marijkelaan is geweest en hoe slecht onderbouwd de conclusie om tot kap over te gaan.

De Gemeente Utrecht heeft een uitgebreid plan van aanpak opgesteld met betrekking tot beleid rondom essentaksterfte. Zij maken bijvoorbeeld een onderscheid in de leeftijd van de bomen, omdat oudere bomen minder vatbaar zijn en de impact van het verwijderen van oudere bomen groter is in vergelijking met jongere bomen. Ze hebben stroomschema&#039;s opgesteld om te helpen beslissen wat de beste aanpak is bij een boom die aangetast is met essentaksterfte en zijn ook zeer terughoudendmet kap (zie p. 15-16). Ook zij benadrukken het belang van monitoren en kennisopbouw ten behoeve van behoud van de soort. Ze zeggen namelijk:

“Bovendien is het belangrijk om te kijken welke essen weinig effecten van de ziekte laten zien, zodat we mogelijke tolerante essen kunnen behouden. Dit kan ons juist helpen bij het zoeken naar en het kweken van essen die tolerant voor de ziekte zijn. Na een zorgvuldige afweging aan de hand van de stroomschema’s is duidelijk geworden welke bomen gekapt moeten worden.” (p. 19).De Gemeente Utrecht heeft duidelijk al veel ervaring opgebouwd met beleid rondom essentaksterfte en staat open voor kennisuitwisseling (zie p. 7).

Overigens zijn zowel de Hoeksche Waardse Bomenwerkgroep Fraxinus Excelsior als het Waterschap Hollandse Delta ook toegewijd om de essen in de Hoeksche Waard zoveel mogelijk te behouden. De bomenwerkgroep heeft vijf jaar lang acht groepen essen in de Hoeksche Waard geobserveerd en beperkte aantasting gevonden. Ook zij concluderen dat sommige kweekvormen van de es maar beperkt vatbaar lijken te zijn voor essentaksterfte. Het waterschap controleert zelfs alle 13.000 essen in hun werkgebied met als doel de bomen te behouden en hebben gevonden dat de bomen overwegend goed uit de test komen.

Al deze informatie stuurde ik ook naar de projectmanager en ook hier kreeg ik geen enkele inhoudelijke reactie op.

Oude bomen &amp; compensatieIn mijn bezwaarschrift en in de aanvullende informatie voor de vovo hoorzitting benadrukte ik al het belang van oude bomen en het feit dat er in de vergunningaanvraag geen enkele aandacht was besteed aan de ecologische waarden van de oude essen m.b.t. het bieden van een habitat aan vogels, insekten, en vleermuizen, de opslag van CO2, het bieden van schaduw en het verlagen van de temperatuur in de straat tijdens de steeds heter wordende zomers. Helaas wordt kap nogal gemakkelijk gerechtvaardigd met de belofte van herplant, maar het duurt natuurlijk tientallen jaren tot nieuwe aanplant het verlies enigszins kan compenseren. Als de kap van bomen in een gemeente sneller gaat dan veroudering en hergroei van jonge aanplant zal de gemiddelde leeftijd van bomen lager worden en verlies je belangrijke functies. Dan blijft het aantal bomen misschien gelijk, maar kan het effect hebben op de totale CO2 opslag, voedsel en nestplaatsen voor vogels etc. En als herplant wordt gedaan met kleinerblijvende soorten, zoals in het geval van de Marijkelaan dan zal de compensatie nooit 100% kunnen worden.

Onderzoekers krijgen steeds meer inzicht in de waarde van oude bomen en die blijkt zelfs nog belangrijker dan vaak gedacht. Een recente studie heeft aangetoond dat een oude zogenaamde Methusalem boom die meer dan duizend jaar oud kunnen worden evenveel milieudiensten levert als 400 jonge bomen bij elkaar. Dan gaat het om diensten als luchtfiltering, zonwering, koeling, en CO2 opslag. Dit laat dus zien dat oudere bomen dusdanig belangrijk zijn dat een beslissing over kap niet al te lichtzinnig gemaakt moet worden en niet zomaar goed gepraat kan worden met de belofte van compensatie. Er heerst een aanname dat zorg voor oudere bomen kostbaar is, maar er wordt dan geen rekening gehouden met de kosten van het verlies van ecosysteemwaarden, die eigenlijk niet in geld uit te drukken is. Overigens zijn er ook veel signalen dat compensatie niet altijd wordt uitgevoerd of dat jonge aanplant slecht verzorgd wordt en vervolgens afsterft.

Werkzaamheden rondom bomenVoordat ik de hoorzitting zal bespreken, even een kleine detour over een belangrijk onderwerp wat tijdens de werkzaamheden in ons dorp zichtbaar werd. Terwijl er werd gewacht op de uitslag van onze bezwaren waren de werkzaamheden in andere straten alvast begonnen. Ik zag dat er regelmatig zwaar materieel op de grond onder boomkronen werd geplaatst. Als de ondergrond niet bestaat uit bestrating of niet beschermd wordt met rijplaten maar bestaat uit kale aarde of gras kan dit leiden tot verdichting van de bodem en beschadigingen aan de wortels van de bomen. Dit kan op langere termijn mogelijk ziekte en afsterven van een boom tot gevolg hebben (zie een bespreking van dit probleem door Boom7). Omdat het een poos kan duren tot zulke schade zichtbaar wordt aan de boom is het vaak al niet meer te herleiden naar de werkzaamheden van maanden of jaren terug. Toch zijn er duidelijke protocollen voor het werken onder bomen. Het Handboek Bomen 2022 bevat een heel hoofdstuk over Werken rond bomen (hoofdstuk 2, vanaf pagina 45) met duidelijke afbeeldingen om de kwetsbare boomzone te visualiseren als kroonprojectie + 1,5 meter (zie een aparte pdf van de bomenposter).

Hieronder een aantal voorbeelden van overtredingen die gemaakt zijn door de aannemer GKB groep en hun leveranciers. De eerste keer dat ik zoiets zag sprak ik een van de medewerkers aan die skeptisch reageerde, maar beloofde het door te geven aan de leidinggevende. Er werd echter niets ondernomen, dus ik besloot de overtredingen te rapporteren aan de projectmanager van de gemeente. Ik heb in een periode van twee maanden, van augustus tot oktober, vijf e-mails met dit soort foto&#039;s gestuurd. Hij beloofde dan in gesprek te gaan met de aannemer en ik zag inderdaad dat het materieel binnen enige dagen werd verwijderd. Echter binnen de kortste tijd was er weer een nieuwe overtreding. Na vijf keer leek het erop dat het een beetje begon door te dringen dat bomen vrijgehouden moeten worden. Toch worden de grenzen steeds weer opgezocht, bijvoorbeeld door net aan het randje van de boomkroon materieel te plaatsen, terwijl er eigenlijk 1,5 meter afstand gehouden moet worden. De laatste foto is zelfs nog gemaakt op de dag van schrijven (12 januari 2024)…

Het probleem is dat zodra materieel is neergezet de schade al is berokkend. Weghalen zal dit niet meer ongedaan maken. Daarom is het belangrijk om dit soort praktijken zoveel mogelijk te voorkomen. Het is op zich begrijpelijk dat de gemeente hier niet altijd zicht op heeft, al horen ze er natuurlijk proactief op te controleren. Als je dit soort situaties tegenkomt is het belangrijk om foto&#039;s te maken en het te melden. Overigens geldt dit niet alleen voor werkzaamheden door de gemeente. Bewoners realiseren zich ook niet altijd hoe schadelijk het kan zijn om met de auto in het gras onder een boom door te rijden.Het feit dat het vijf e-mails kostte voordat er enige verandering leek te komen in de praktijken van de aannemer deed me realiseren dat aannemers en waarschijnlijk ook projectplanners bestaande bomen vaak vooral als obstakels zien en het liefste met een lege lei werken. Er is gelukkig enige beweging om zorgvuldig en creatief om te gaan met bestaande bomen ten behoeve van behoud. De Bomenstichting en VHG, de branchevereniging van ondernemers in het groen, hebben hierover een gezamelijke publicatie Bouwen met Bomen uitgebracht met tips en voorbeelden. Maar er is wel echt een stok achter de deur nodig bij planners en uitvoerders. Het is namelijk nog maar de vraag of GKB groep de gedragsverandering gaat vasthouden, verbeteren, en toepassen op andere locaties, als ze weten dat er niemand meer rondloopt die het checkt en rapporteert…

Hoorzitting bezwaarcommissieToen er op het second opinion onderzoek en mijn e-mails naar de projectmanager geen enkele inhoudelijke reactie kwam realiseerde ik me dat het op de bezwaarcommissie zou aankomen en bereidde ik een overzicht van alle argumenten voor die onderbouwden waarom de kapvergunning ingetrokken zou moeten worden. Door alle vertragingen had ik ruim de tijd gehad om onderzoek te doen, zoals hierboven beschreven.

Op 20 september kregen we een uitnodiging voor de hoorzitting voor 26 oktober. Op 3 oktober werd die hoorzitting verplaatst naar 30 oktober. Volgens de uitnodiging kregen we 10 dagen om aanvullende informatie toe te sturen, wat ik dus met het overzichtsdocument namens mij en namens de andere bezwaarmaakster deed. Ik ontving zelf op donderdag 26 oktober (vier dagen, inclusief een weekend, voor de hoorzitting) een verweerschift van de gemeente als reactie op het originele bezwaarschrift, het informeel overleg, en het second opinion onderzoek.

Allereerst werd hierin gesteld dat ik geen gevolgen van enige betekenis zou ondervinden van de kap en dus geen belanghebbende zou zijn. Dit werd onder meer onderbouwd met het argument dat “Uit navraag blijkt dat bezwaarmaker slechts de top van een van de bomen ziet op de Marijkelaan (van de 13 bomen).” Mogelijk is dit gebaseerd op het gesprek na de vovo zitting, maar ik heb nooit gezegd dat ik zicht had op maar één boom. Dit is namelijk niet waar: ik kan vanuit mijn slaapkamerraam de kronen van 5-6 bomen zien. Het illustreert maar weer hoe gemakkelijk de gemeente met feiten omgaat en informatie bij verzint...

Verder werd gesteld dat er geen “gevolgen van enige betekenis” zouden zijn omdat de bomen vervangen zouden worden met nieuwe aanplant. Ondertussen werd er de belofte gemaakt om 14 ipv 13 bomen te planten, dus ik had er eentje bijgescored (skeptische hoera...). Dit zijn echter kleinerblijvende boomsoorten die waarschijnlijk nooit in het uitzicht vanuit mijn slaapkamerraam terecht zouden komen, dus in dat opzicht mijn verlies niet zouden compenseren.

Er was nu wel een summiere inhoudelijke reactie op alles tot en met het second opinion onderzoek. Er werd gesteld dat de essentaksterfte (die nooit in de vergunningaanvraag was genoemd) “doorslaggevend” was geweest bij de beslissing om te kappen. En er werden onder meer de volgende uitspraken gedaan:

“De afweging is echter gebaseerd op het feit dat investeren niet meer opweegt tegen de reeds besmette bomen die niet meer gered kunnen worden.”“Wegsnoeien van zwaar aangetaste delen helpt om het gevaar van vallende takken te verminderen, maar is verder geen garantie dat de aantasting niet doorzet. Deze essen zijn in 1955 geplant, volgens de bomenspecialist zouden ze in theorie nog tien jaar mee kunnen gaan, alhoewel er geen behandeling bestaat waarmee de aangetaste bomen zouden kunnen worden genezen. Gelet hierop is onder andere het besluit op gebaseerd om de bomen te kappen en niet onnodig langer te laten staan. Vanwege de herinrichting is nu eenmaal een budget beschikbaar gesteld om de kap te realiseren en andere soorten bomen aan te planten op de Marijkelaan.”“Er zijn juist aanwijzingen dan sterke snoei de essen extra gevoelig maakt voor de infectie. Groeiplaatsverbeteringen kunnen mogelijk de ziekte vertragen, maar zijn relatief erg duur en niet rendabel gelet op de staat van deze essen.”Het is interessant hoe de bomen zowel “niet meer gered kunnen worden” en nog “tien jaar mee zouden kunnen gaan” terwijl er voor beide uitspraken geen onderbouwing wordt gegeven anders dan dat ze besmet zijn met essentaksterfte. Wie zegt dat de bomen niet nog 20 of 30 jaar mee zouden kunnen? En waarom is 10 jaar niet de moeite van een investering waard? Het lijkt hier dus vooral om het risico te gaan dat er na de renovaties toch nog kosten voor beheer van de bomen bij zouden komen als het budget geïnvesteerd zou worden in groeiplaatsverbetering i.p.v. kap.

Dat snoei de bomen extra gevoelig maakt voor verdere infectie is een mogelijkheid, maar er is in het verleden met succes gesnoeid waardoor de aantasting bij ten minste 10 van de 13 essen was weggenomen. Terwijl het second opinion onderzoek had laten zien dat de aantasting op dat moment zeer beperkt was zou snoei voornamelijk nodig zijn om mechanisch belaste takken die over erfgrenzen hingen te verwijderen en hierdoor overlast te verminderen.

Nu naar de hoorzitting zelf. Tijdens de hoorzitting waren aanwezing: de hoorcommissie bestaande uit de voorzitter en een lid, mijn jurist en ikzelf, de tweede bezwaarmaakster, derdebelanghebbenden (twee bewoners die voor de kap waren), de projectmanager, de bomenexpert, een juridisch medewerker, en een toehoorder. Zoals verwacht begon de hoorcommissie meteen over de ontvankelijkheid van onze bezwaren. Ze concludeerden al meteen dat het bezwaar van de andere bezwaarmaakster niet-ontvankelijk werd verklaard door het te laat indienen. In mijn geval lag het iets complexer en kwam er een discussie over “gevolgen van enige betekenis”. De commissie wilde hier vervolgens even over beraadslagen en suggereerde dat, indien de verwachting was dat mijn bezwaar niet-ontvankelijk zou worden verklaard, er verder niet inhoudelijk op mijn bezwaar ingegaan zou hoeven worden en de hoorzitting beëindigd zou kunnen worden. Mijn jurist pleitte voor om hoe dan ook een inhoudelijke behandeling te doorlopen zodat, in het geval dat mijn bezwaar alsnog ontvankelijk verklaard zou worden (ofwel door de bezwaarcommissie zelf ofwel door een rechter), er geen nieuwe hoorzitting georganiseerd zou hoeven worden.

Nadat de commissie even de tijd genomen had om te overleggen gingen ze akkoord om tot een inhoudelijke behandeling over te gaan. Er werd op dat moment nog geen conclusie genomen over de ontvankelijkheid van mijn bezwaar. Aangezien alle argumenten hierboven al behandeld zijn zal ik alleen twee opvallende uitspraken van de gemeente benoemen. Allereerst zei dat bomenexpert verschillende keren dat de bomen “terminaal” zouden zijn, een bizarre overdrijving aangezien hij zelf had erkend dat de bomen nog wel 10 jaar mee zouden kunnen. De projectmanager stelde dat als de bomen alsnog gekapt zouden moeten worden na de renovatie van de straat, de straat open zou moeten om de bomen en boomwortels te verwijderen. Ik kan nu al verklappen dat de bomen ondertussen gekapt zijn en er nog geen tegeltje in het trottoir verschoven is. Dit waren dus weer uitspraken die de geloofwaardigheid van de gemeente nog verder ondermijnden, maar die een buitenstaander mogelijk zouden overtuigen.

Toen de hoorzitting eindigde gingen wij en alle andere bezoekers weg, maar de projectmanager, bomenexpert, en juridisch medewerker bleven met de leden van de commissie zitten. Het gaf de indruk dat ze alles onderling nog even zouden nabespreken of dat er dingen gezegd zouden worden die niet voor onze oren bestemd waren. De onpartijdigheid van een bezwaarcommissie is sowieso al lastig te beoordelen, aangezien het medewerkers van eenzelfde organisatie betreft die vergunning aanvragen, vergunning toekennen, en bezwaren tegen die toekenning beoordelen, medewerkers die elkaar in de gangen tegen komen, een praatje maken, misschien zelfs samen lunchen. Door te blijven zitten werd er niet eens een poging gedaan om de schijn van onpartijdigheid op te houden...

Laatste pogingIn afwachting van de uitslag van de hoorzitting deed ik tegen beter weten in nog een laatste poging om de projectmanager te overtuigen. Ik nam contact op met de groenafdeling van de Gemeente Utrecht om, gezien hun ervaring met essentaksterfte, te zien of zij de Gemeente Hoeksche Waard advies zouden kunnen geven. Ik hoopte dat een reactie van iemand van een andere gemeente misschien meer gewicht zou hebben dan wetenschappelijke studies en een second opinion onderzoek. Ik ontving een reactie van de bomenexpert uit Utrecht die voor terughoudendheid pleitte bij de kap van bomen met essentaksterfte, zeker van deze leeftijd, afhankelijk van aantastingsgraad, ecologie, beeld, functievervulling, etc. Hij erkende dat gemeenten verschillende afwegingen maken, maar gaf de volgende input:

“Is het zo dat de bomen zijn aangetast dan kijken wij of de boom te snoeien is en veilig is te maken, uiteraard houden we daarbij rekening dat de boom na snoei er nog wel uitziet als een boom met de daarbij behorende functies. Mocht dit niet zo zijn dan zullen ook wij overgaan tot verwijderen en vervanging. Afgaande op de bijgevoegde foto, zouden wij bomen van dat formaat en ogenschijnlijk redelijk conditie ten allertijden trachten te behouden. [...] Bomen van deze omvang en problematieken zouden in Utrecht zeker het voordeel van de twijfel krijgen, het snoeien van overlast veroorzakende taken zou zeker af en overwogen worden.” Ik mocht zijn antwoord doorsturen naar onze gemeente en deed dat op 20 november met de vraag of ze, los van de bezwaarprocedure, toch echt niet bereid zouden zijn om de kap te heroverwegen, en met de mededeling dat zowel de bomenexpert van de Gemeente Utrecht als die van onze second opinion graag vragen zouden beantwoorden en zouden willen meedenken om tot de best mogelijke oplossing te komen. Natuurlijk kreeg ik weer geen reactie.

Uiteindelijk, nadat de bezwaarcommissie in een brief van 27 november mijn bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en nadat de fractievoorzitter van GroenLinks mijn klachten over de onbereidheid tot gesprek op 7 december bij de portefeuillehouder had neergelegd kreeg ik op diezelfde 7 december ineens toch een reactie van de projectmanager, als mosterd na de maaltijd. Hij haakte in op de mogelijkheid dat de snoei van de overlastgevende takken te drastisch zou zijn en zei het volgende:

“Het voorstel om de bomen te snoeien is bij ons uiteraard ook overwogen. De bomen zijn echter al zo ver teruggesnoeid in het verleden, dat hier geen mogelijkheid meer toe is, zonder (ik citeer de gemeente Utrecht) “dat de boom na snoei er nog wel uitziet als een boom met de daarbij behorende functies” . Kijkend naar bijvoorbeeld de eerste 2 bomen vanaf de Tuinweg: De over de stoep en tuinen hangende takken afzagen, levert een dermate grote aantasting op van de boomkroon, dat de stabiliteit (en daarmee de veiligheid en vitaliteit) van de bomen in het geding komt en er van een normale boomvorm geen sprake meer is.” Had hij een punt? De expert van het second opinion onderzoek zag deze snoei wel als oplossing. Op dit moment had de projectmanager voor mij allang iedere geloofwaardigheid verloren. Als ik mij in een soortgelijke situatie zou bevinden en geen mogelijkheid zag om bomen te behouden terwijl ik dat wel graag zou willen, en er zouden experts zijn die oplossingen zagen en bereid waren mee te denken, dan zou ik op zijn minst in gesprek gaan om te zien of zij inzichten en ervaringen konden delen waar ik tot nu toe geen toegang toe had gehad. Die kans werd niet benut en dat zei voor mij genoeg.

Afwijzing &amp; kap van de bomenOp 28 november ontving ik de brief met de beslissing van de bezwaarcommissie dat mijn bezwaar niet-ontvankelijk was verklaard. Op dat moment twijfelde ik nog sterk of ik in beroep zou gaan via de rechtbank. Ik wilde natuurlijk eerst een reactie van mijn jurist afwachten. De week erna hoorde ik van haar dat ze geen hoop had dat de rechtbank anders zou oordelen en dus dat de rechtsbijstand een beroep niet zou steunen. Mocht ik het zelf willen ondernemen zou ze me hierbij wel op weg kunnen helpen. Aangezien het me €184 voor een beroep én €184 voor een nieuw vovo verzoek zou kosten én aangezien ik weinig steun had van andere buurtbewoners (en door sommigen met de nek werd aangekeken) besloot ik er vanaf te zien en te accepteren dat de bomen gekapt zouden worden. Een beroep zou er waarschijnlijk hooguit toe leiden dat het project nog enigszins vertraagd zou worden, maar de niet-ontvankelijkheid zou dan binnen enkele weken in een vovo zitting alsnog worden bevestigd. En los van de ontvankelijkheid was het ook waarschijnlijk dat zowel een bezwaarcommissie als een rechtbank op inhoudelijke gronden in het voordeel van de gemeente zouden beslissen, simpelweg omdat er in de praktijk niet zo veel voor nodig is om kap te rechtvaardigen én omdat de zwakke Bomenverordening van de Hoeksche Waard ook geen houvast zou bieden. Dus ook al had ik nog vechtlust en was ik natuurlijk ontzettend gefrustreerd over de houding en het gemanipuleer van de gemeente leek het me niet de moeite waard om verder te gaan. De bomen zouden op woensdag 13 december gekapt worden.

Als laatste actie besloot ik nog wel een follow-up artikel in het AD te regelen zodat de kap niet stilletjes zou plaatsvinden. Helaas presenteert het artikel de situatie als een conflict tussen buurtbewoners, word ik door voorstanders van de kap neergezet als doorgeslagen klimaatactivist die niet eens in de straat woont (terwijl andere bewoners in de straat zelf ook tegen de kap waren), en krijgt de gemeente de mogelijkheid om zonder wederhoor te overdrijven over veiligheidsrisico&#039;s. Maar het verhaal is openbaar en dat wilde ik in ieder geval bereiken.

Terwijl de kap voor woensdag 13 december gepland was zag ik op dinsdag 12 december, de dag van de publicatie van het AD artikel, ineens dat ze al begonnen waren. Blijkbaar was er enige nervositeit dat het artikel tot last-minute weerstand zou kunnen leiden. Toch wel weer typisch dat de kap van 15 meter hoge bomen plaatsvond zonder dat het trottoir was afgesloten voor voetgangers, dat terwijl onze gemeente zich zo druk maakt over de veiligheid van bewoners en de mogelijkheid van vallende takken op kinderwagens met tweelingen...

Belangrijkste observatiesIk wil nog even een aantal observaties die ik tijdens het bezwaarproces heb gemaakt op een rijtje zetten. Sommige punten heb ik hierboven al min of meer behandeld, maar wil ik nogmaals benadrukken. Andere punten zijn bredere realisaties over het bezwaarproces en bomenbeleid en -beheer in het algemeen.

∙ De gemeente heeft erkend dat de kap van de bomen alleen werd overwogen omdat de straat gerenoveerd zou worden. De bomen stonden niet in de weg en de werkzaamheden hadden zonder kap uitgevoerd kunnen worden, maar de gemeente zag het als een goed moment om ze meteen weg te halen. Als er geen renovatie was geweest waren de bomen niet voor kap in aanmerking gekomen. Dit betekent dus dat alle andere argumenten die aangevoerd werden (afgenomen vitaliteit, overlast, takbreuk; later ook essentaksterfte en veiligheid) op zichzelf geen redenen waren geweest om te kappen.

∙ De kap was uiteindelijk vooral een bezuiniging op toekomstige onderhoudskosten, al werd dit nergens zodanig geformuleerd. Door de renovatie was er budget beschikbaar om de bomen weg te halen en dus op de langere termijn geld te besparen op onderhoud. Oudere bomen hebben meer onderhoud nodig dan nieuwe jonge aanplant en deze bomen hadden iets meer aandacht nodig ivm essentaksterfte. Terwijl onze expert met een second opinion aangaf dat de renovatie juist een goed moment was om de gezondheid van de bomen te verbeteren én tegelijkertijd overlast voor omwonenden te verminderen, en dat dit binnen hetzelfde budget gedaan zou kunnen worden, werd dit door de gemeente verworpen. Er werden allerlei tegenargumenten aangedragen (te duur, niet mogelijk) en er was geen interesse in een inhoudelijk gesprek. Ook al stelde de gemeente voor behoud van oudere bomen te zijn werd hier alles op alles gezet om die langere-termijn bezuiniging te realiseren door middel van kap. Al mijn pogingen om de gemeente te overtuigen voor behoud met literatuur en input van experts waren tegen dovemansoren gericht.

∙ Dat de bomen het niet waard waren om behouden te worden kon (naast de uitgevoerde second opinion) weerlegd worden door beleidsadviezen en handleidingen van de Universiteit Wageningen en de Gemeente Utrecht die adviseren tegen de kap van volwassen essen met beperkte aantasting van essentaksterfte. Het behoud van oudere bomen heeft nu eenmaal budget nodig en dus politieke wil om er budget voor uit te trekken. Hier schort het blijkbaar aan in de Gemeente Hoeksche Waard.

∙ Als bezwaarmakers tegen de kap werden wij tegenover bewoners vóór de kap gezet en werd de suggestie gewekt dat wij met het tegenhouden van de kap de veiligheid van omwonenden in gevaar brachten. Aangezien de Bomenverordening van de Gemeente Hoeksche Waard expliciet zegt dat overlast op zich geen reden is om over te gaan tot kap werd deze overlast al snel gereframed als een veiligheidsissue. Ondanks dat de bomen veilig waren verklaard en er in het afgelopen jaar misschien twee takken zijn gevallen in situaties van storm en extreme droogte (momenten dat er in het hele dorp vele en veel grotere takken van bomen vielen), werd er nu gesproken alsof je je leven niet zeker was als je onder de bomen door moest lopen. Als dit een serieus gevaar was zouden de bomen ook gekapt worden zonder de renovatie van de straat, wat dus niet het geval was.

∙ Het argument dat grote overlastgevende takken die over erfgrenzen heen hingen niet gesnoeid zouden kunnen worden omdat het tot een te grote aantasting van de boomkroon en mogelijk de instabiliteit van de bomen zou leiden roept de vraag op hoe de gemeente dit probleem had opgelost als er geen renovatie was geweest, aangezien de bomen dan niet voor kap in aanmerking waren gekomen. Het lijkt er sterk op dat er in dat geval helemaal niets gedaan zou zijn om maatwerk voor desbetreffende bewoners te leveren. Dit soort lastige beslissingen werden namelijk al jaren uit de weg gegaan.

∙ Naast het verdeel-en-heers gestook over overlast en veiligheid is er doelbewust informatie toegevoegd aan data uit inspectierapporten van de bomen om ze zieker te doen lijken dan ze waren. Deze actie alleen al suggereert dat de gezondheid van de bomen niet overtuigend slecht was om kap te rechtvaardigen. Daarbij is het zeer zorgwekkend dat gesjoemel niet geschuwd wordt om bezwaarmakers tegen te werken.

∙ De originele tekst ter onderbouwing van de noodzaak van de kap in de vergunningaanvraag was dusdanig beneden niveau dat er blijkbaar geen druk werd ervaren om dit goed te doen. De ecologische en sociale waardes van de bomen werden op geen enkele manier benoemd en er was geen structurele afweging van factoren. Er werd duidelijk niet geanticipeerd op kritische evaluatie van de vergunningaanvraag of op bezwaarmakers uit de omgeving. Hieruit zou je kunnen opmaken dat het bomenbeleid in de gemeente niet heel veeleisend is en dat de meeste bewoners zich hier ook niet al te veel zorgen over maken. Dit is niet zo verbazend als je kijkt naar het hoge gehalte betegeling in de lokale tuintjes: er heerst een stevige netheidscultuur. Toch is er regelmatig flinke ophef over grote operaties in de gemeente waarbij honderden bomen worden gekapt. Maar uiteindelijk komt het zelden voor dat zulke ophef leidt tot het intrekken van vergunningen of het serieus aanpassen van de plannen.

∙ Het hele bezwaarproces is een voorbeeld van de slager keurt zijn eigen vlees. De gemeente is vergunninghouder, vergunningverlener, en bezwaarcommissie. Het gaat weliswaar om verschillende personen, maar die zijn allemaal werkzaam voor de gemeente en komen elkaar tegen in de wandelgangen en aan de lunchtafel. Het is lastig vertrouwen te hebben in onpartijdigheid en er werd in de praktijk ook weinig moeite gedaan om de schijn op te houden. De gemeente verborg zich achter de bezwaarprocedure en had er duidelijk vertrouwen in dat onze bezwaren zouden worden afgewezen. Daarom was er geen motivatie om onze zorgen en onze second opinion serieus te nemen en in gesprek te gaan. Deze ervaring kan er toe leiden dat burgers gedemotiveerd raken om zich uit te spreken, maar ik zou willen benadrukken dat het toch ontzettend belangrijk is om dit te blijven doen. Ook al krijgt de bezwaarmaker geen gelijk kan het proces wel bijdragen aan veranderingen in publieke opinie en druk op de lokale politiek voor verandering.

∙ De status van belanghebbende is dusdanig nauw gedefinieerd dat het lastig is om in aanmerking te komen. Dit lijkt een algehele bestuurlijke beweging om de lastige burger de mond te snoeren. Ik heb verschillende rechtszaken bekeken en het komt zeer weinig voor dat de bezwaarmaker alsnog gelijk krijgt. Er is wel enige tegenbeweging hierin, maar er is nog geen echte omslag in zicht. Daarom is het waarschijnlijk toch waardevol dat mensen in beroep blijven gaan tegen nauwe toepassingen van het begrip door bezwaarcommissies (bij de rechtbank) en zelfs door rechtbanken (bij de Raad van State) om op die manier druk te zetten op verandering. Hier is wel een lange adem voor nodig en er komen bovendien kosten bij kijken. Dan is het zeker handig om juridische, financiële, en morele steun te krijgen van bomenorganisaties en andere bomenliefhebbers en activisten. Overigens is het nog de vraag of, en zo ja hoe, de nieuwe Omgevingswet die in januari 2024 in werking treedt het bezwaarproces zal gaan beïnvloeden.

∙ Een hoopgevend lichtpuntje: er zijn gemeenten die het wel goed doen! Ik zag een bezwaarcommissie in de Gemeente Epe besluiten om een extra ruime definitie van belanghebbende toe te passen; ik zag diepgaande onderzoeken door de Gemeente Zaanstad om bomenbeleid zorgvuldig te informeren; ik zag stroomschema’s (p. 15-16) in gebruik bij de Gemeente Utrecht die ervoor zorgden dat beslissingen over de toekomst van een boom op een consequente manier genomen zouden worden; en ik zag dat de Gemeente Rotterdam specifiek investeerde in groeiplaatsverbetering zodat bomen groot en oud zouden kunnen worden. Eigenlijk zou er een soort van database moeten worden opgezet van goede voorbeelden waar gemeenten en activisten uit kunnen putten om elders ook verbeteringen aan te brengen.

∙ De Bomenverordening van de Hoeksche Waard 2022 zal begin 2024 worden herzien, dus hopelijk gaat dat tot verbeteringen leiden. Momenteel bevat onze bomenverordening namelijk geen specifieke toetsingskaders om te bepalen of een kapvergunning wel of niet verleend kan worden. Mijn jurist refereerde aan het beleid van de Gemeente Soest als een goed voorbeeld van vooruitstrevend bomenbeleid (zie Algemene Plaatselijke Verordening Soest 2022 en Nota Bescherming en Kap van Bomen 2012). Ik heb ook een publicatie gevonden van de Stichting Bomenmakelaar en de Stichting Groenkeur “Bouwstenen voor Bomenbeleid” wat een handige leidraad lijkt te zijn (ik heb het zelf nog niet gelezen).

∙ Helaas hangt lokaal bomenbeleid erg af van lokale politiek en dus ook van de bewoners en wat zij belangrijk vinden als ze naar de stembus gaan. Dit is waarom het kan lonen om de media te betrekken bij situaties van onnodige bomenkap. Artikelen over dit soort onderwerpen zijn helaas wel vaak erg oppervlakkig, hebben de neiging om sensatie te scheppen, en delen eenzijdige verklaringen van gemeenten zonder kritische vragen. Het wordt al gauw een belichting van verschillende kanten zonder enige waarheidsbevinding. Je kunt je dus afvragen of zulke artikelen veel waarde hebben in het verhogen van bewustwording over het belang van bomen en goed bomenbeleid. Op zijn minst zorgen ze ervoor dat bomenkap zichtbaar wordt gemaakt en niet stilletjes wordt uitgevoerd. Ook kunnen ze tot nieuwe allianties leiden en de lokale beweging versterken.

∙ Toen ik onderzoek deed naar bomenkap en wetgeving in Nederland ontdekte ik dat het Klimaatakkoord van 2019 stelt dat gemeenten moeten streven naar 1% meer bomen per jaar tot 2030. Het is geen harde eis en de Bossenstrategie van 2020 erkent dat veel gemeenten niet eens bekend zijn met deze verwachting. Ook al is het een behoorlijk slap beleidspunt is het belangrijk om dit bij gemeenten aan de orde te stellen, ze te bevragen over de voortgang en de plannen om dit te bereiken. Helaas zegt deze 1% helemaal niets over het belang van het behoud van oudere bomen en zou kap en herplant met jonge sprietjes dus geen verschil maken. Maar het is een extra stok achter de deur om aantallen bomen op peil te houden en uit te breiden.

ConclusieIk kan nog een algehele conclusie aan bovenstaande opsomming toevoegen, namelijk dat beslissingen over bomenbehoud vragen om durf en creativiteit bij beleidsmakers en -uitvoerders. Het zijn juist de bomen die in dat grote grijze gebied vallen, tussen gezond en onherstelbaar ziek of gevaarlijk, waar een oprechte wil om bomen zoveel mogelijk te behouden kan bijdragen aan vooruitstrevend beheer. Er is altijd die aanname dat behoud duurder en lastiger is dan kappen, maar die wordt eigenlijk nooit met feiten onderbouwd. Nieuwe aanplant krijgt vaak niet de juiste verzorging waardoor jonge boompjes het niet redden en later alsnog vervangen moeten worden. Daarbij is het verlies van ecosysteemwaarden van oudere bomen in deze tijden zeker niet in geld uit te drukken.

Veel Nederlanders houden van maakbaarheid, van controle, en van netheid. Ik kan me nog goed de college&#039;s en excursies als studente biologie herinneren, waarbij de creatie van landschappen en biodiversiteit werd geprezen en gevierd als een geweldige prestatie. Toen al had ik moeite met de vreselijke koloniale drang naar controle waar alles voor moest wijken, inclusief dat wat al bestond. Dit karakteriseert nog steeds veel lanschapsbeheer waarbij al vele bestaande bomen, bossen, en ecosystemen zijn gesneuveld omdat ze niet voldeden aan de verwachtingen voor biodiversiteit. Vaak gaat het dan om oude eentonige productiebossen, maar wordt er niet voldoende erkend dat die ook belangrijke ecologische en sociale functies zijn gaan vervullen, noch dat er andere manieren zijn om naar meer biodiversiteit toe te werken zonder meteen alles tegen de vlakte te gooien. Natuurlijk begrijp ik als biologe het grote belang van biodiversiteit, maar ik zie ook een geweldige arrogantie en disrespect voor de manier waarop de natuur haar eigen weg vindt. Laten we eindelijk eens uitvinden hoe we het beste met bestaande natuur mee kunnen werken in plaats van altijd maar weer een schone lei te willen maken om helemaal naar onze eigen visie iets nieuws neer te kunnen zetten.</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Gefrustreerd Idealisme</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7605435/gefrustreerd-idealisme/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7605435/gefrustreerd-idealisme/</link>
                <description>Oorspronkelijk gepubliceerd op 11 augustus 2023; herzien, bijgewerkt, en hier geplaatst op 9 augustus 2025

&quot;Het is geen teken van gezondheid om goed aangepast te zijn aan een ernstig zieke maatschappij.&quot;
Naast de korte tekst over mezelf, wil ik hier wat realistischer zijn en een aantal van mijn worstelingen tijdens mijn professionele loopbaan delen. Mijn CV lijkt misschien fascinerend en enigszins indrukwekkend, of dat heb ik tenminste gehoord, maar de opmaak verbergt een pad vol frustraties en afwijzingen in mijn pogingen om een betekenisvolle carrière na te streven. We praten hier niet vaak over, omdat we ons schamen voor mislukkingen en afwijzingen. Ik beschouw mezelf echter als een echte antropoloog en zie daarom waardevolle informatie in deze ervaringen. Het persoonlijke is immers politiek en onze persoonlijke worstelingen vertellen ons dingen over hoe de maatschappij functioneert. Mijn carrière illustreert vooral hoe moeilijk het is om je eigen pad te vinden als je kritisch bent over de manier waarop maatschappelijke problemen worden geanalyseerd en beheerd. Het laat zien dat onze instellingen zo sterk op kapitalistische principes zijn gebouwd dat ze niet langer bereid of in staat zijn om de wortels van de grote existentiële crises waarmee onze samenlevingen worden geconfronteerd, aan te pakken.

Geen kritisch denken op de universiteitToen ik midden tot eind jaren 90 biologie studeerde aan de universiteit in Nederland, verveelde ik me enorm en was ik het grootste deel van de tijd ongeïnspireerd. Ik had een sterke interesse in natuurbehoud, maar ontdekte dat de natuurbeschermingsbiologie zich onkritisch richtte op &#039;duurzame ontwikkeling&#039; in het Zuiden en arme zelfvoorzienende boeren de schuld gaf van de vernietiging van de natuur, zonder enige reflectie op de verwoestingen die onze eigen consumptiemaatschappij aanrichtte. Men ging ervan uit dat technologische innovatie alles zou oplossen. Hoewel ik een solide basiskennis had opgebouwd op het gebied van biologie in het algemeen, vond ik dat mijn studie me niet de analytische instrumenten en mogelijkheden bood om problemen rond de vernietiging van de natuur op een manier aan te pakken die goed voelde. Ik voltooide het programma met drie stages van 6-7,5 maanden, één over de ecologie van motten, één over het gedrag van primaten, en één over de internationale handel in levende beren en in lichaamsdelen van beren als jachttrofeeën of voor Aziatische geneeskunde.

Geen financiering voor onderzoek naar controversiële onderwerpenNa het afronden van mijn masteropleiding probeerde ik een onderzoeksproject op te zetten om het probleem van de toenemende aanvallen van beren op mensen in India te bestuderen, die leidden tot veel verwondingen en leiden, maar ook tot sterfgevallen. Ik had over dit probleem gehoord van een Indiase onderzoeker van het Wildlife Institute of India, die er een presentatie over gaf op een internationale berenconferentie in Roemenië, die ik had bijgewoond als onderdeel van mijn laatste stage. Ik boekte een reis naar India en bracht enkele weken met hem en zijn team door om meer te leren over het probleem van mensen die het leefgebied van beren binnendringen en niet weten hoe ze ontmoetingen met beren het beste kunnen vermijden of aanpakken. Vervolgens heb ik twee jaar lang allerlei subsidies voor natuurbehoud aangevraagd om een jaar veldonderzoek te kunnen doen, maar ik kreeg geen geld en moest uiteindelijk mijn inspanningen opgeven. Hoewel er ongetwijfeld verschillende redenen waren waarom mijn voorstellen werden afgewezen, vermoedde ik ook dat het controversiële onderwerp van beschermde dieren die arme mensen aanvallen, niet iets was waar natuurbeschermingssubsidies zich graag mee bezig hielden. De meeste projecten die financiering ontvingen, richtten zich op de ecologie van wilde dieren en het beheer van beschermde gebieden in plaats van op de complexiteit van conflicten tussen mens en dier.

De bureaucratische wereld van NGO&#039;sIn de tussentijd kreeg ik een baan als onderzoeksmedewerker bij de NGO TRAFFIC Europe in Brussel, waar ik me bezighield met de analyse en regulering van de internationale handel in bedreigde diersoorten, in nauwe samenwerking met nationale overheden en de Europese Commissie. Tijdens mijn studie had ik al stage gelopen bij deze organisatie, waar ik onderzoek deed naar de internationale handel in levende beren en delen van beren. Als fulltime medewerker werkte ik aan diverse projecten, van de handel in levende reptielen tot, meer in het algemeen, de implementatie van relevante EU-wetgeving in lidstaten en kandidaat-lidstaten. Het was een fascinerende baan en achteraf gezien had ik er misschien mee moeten doorgaan, maar ik raakte gefrustreerd door de bureaucratie, de strakke opmaak van onze onderzoeksrapporten en het taalgebruik, en de grote afstand tussen ons nogal theoretische werk en de daadwerkelijke problemen ter plaatse. Ik vond mezelf niet voldoende in staat om internationaal beleid te informeren, terwijl ik niet de veldervaring had om de gevolgen van dergelijk beleid ter plaatse te overzien. Daarom besloot ik promotieonderzoek te gaan doen.

Geweldige kennis heeft een hoge prijsDoor een vreemd maar gelukkig toeval kwam ik in 2003 terecht bij een &quot;four-fields&quot; antropologie afdeling aan de Universiteit van Illinois in Urbana-Champaign in de VS. Hoewel ik begon als biologisch antropoloog en fascinerend vooronderzoek deed naar de ecologie van bonobo&#039;s (dwergchimpansees) in de Democratische Republiek Congo, bleef ik meer geïnteresseerd in complexe natuurbeschermingsvraagstukken. De kennismaking met culturele antropologie opende mijn ogen en gaf me de gereedschappen en antwoorden waar ik al die tijd onbewust naar had verlangd. De pijnlijke geschiedenis van de rol van antropologie in de koloniale agenda en het wetenschappelijk racisme door de aanname van raciale hiërarchieën heeft uiteindelijk geleid tot de opkomst van postmoderne antropologische reflectie op de illusie van objectiviteit, op machtsposities van onderzoekers, op raciale en mondiale ongelijkheden, op het voortbestaan van koloniale instellingen, praktijken en overtuigingen, enzovoort.

Deze benaderingen motiveerden me om over te stappen naar culturele antropologie en uiteindelijk richtte ik mijn eigen onderzoek op de morele onderhandelingen in het ontwerp en de implementatie van bestuur op het gebied van natuurbehoud en ontwikkeling door verschillende internationale, nationale, en lokale organisaties die rond een nationaal park in Oeganda werken. Dus in plaats van te kijken naar manieren om duurzame ontwikkeling in Afrika het beste te bereiken, zoals mijn biologiedocenten graag hadden gezien, keek ik nu terug naar de instellingen die dergelijk bestuur vormgaven en studeerde ik &#039;omhoog&#039; om inzicht te krijgen in de reproductie van problematische aannames over arme zelfvoorzienende boeren in het Zuiden, die op de een of andere manier de grootste bedreiging voor de natuur op deze planeet zouden vormen.

Hoewel ik me enorm gelukkig voelde dat ik de kans had gekregen om mijn kritisch denkvermogen en theoretische basis te ontwikkelen, had dat wel een hoge prijs. Een PhD in de VS betekent over het algemeen dat je jezelf moet onderhouden met zwaar onderbetaalde parttime assistentschappen in het onderwijs die niet altijd even betrouwbaar en consistent beschikbaar zijn. Bovendien wordt van antropologen verwacht dat ze externe financiering vinden voor hun veldonderzoeksjaar via zeer competitieve externe subsidies. Hoewel ik een paar kleine subsidies wist te bemachtigen, slaagde ik er niet in om een echte subsidie toegekend te krijgen voor het hele veldwerk. Ik heb een lening van mijn ouders afgesloten om door te kunnen gaan, anders had ik met een tweede masterdiploma moeten vertrekken. Ik deed de investering in de verwachting dat de PhD mijn carrière zou helpen, maar realiseerde me nog niet dat het buiten de academische wereld vrijwel waardeloos zou zijn.

Het koloniale karakter van bestuur in OegandaIk heb twee periodes van twee maanden en elf maanden veldonderzoek gedaan in Oeganda. Tijdens de tweede periode, in 2008, nam ik een veldassistent aan en woonden we in tenten op de terreinen van acht verschillende gastgezinnen in drie dorpen grenzend aan het nationale park. Het doel was om participerende observatie te doen vanuit het perspectief van de dorpelingen, en onderzoek te doen naar het beheer van natuurbehoud en ontwikkeling waaraan zij de afgelopen twee decennia waren onderworpen. Dit beheer werd sterk beïnvloed door de enorme toestroom van internationale donoren en financiering toen Yoweri Museveni in 1986 president werd, evenals door de onderzoekers, NGO&#039;s en toeristen die volgden. Het omvatte de gewelddadige uitzetting van 30.000 mensen in 1992, vóór de oprichting van het park, waarbij mensen werden onteigend, huizen werden verbrand, vrouwen werden verkracht, mensen werden vermoord, en mensen stierven van honger en ziekte in de nasleep. Het omvatte ook een breed scala aan projecten voor natuurbehoud, het planten van bomen voor koolstofkredieten, ontwikkeling via inkomsten-genererende programma&#039;s, voorwaardelijke overeenkomsten voor het gebruik van hulpbronnen, enzovoort. Het resultaat was een scherpe grens tussen natuur en mens, een controle op wie het park mocht betreden (toeristen, onderzoekers, boomplanters en rangers) en wie niet (de meeste lokale bewoners), en een toegenomen sociaaleconomische ongelijkheid in de aangrenzende dorpen. Sommige lokale bewoners profiteerden enorm van het wonen in de buurt van het park, terwijl anderen te lijden hadden onder de uitzettingen, het verlies van toegang tot natuurlijke hulpbronnen, en de olifanten en apen die oogsten plunderden en vertrapten, waarvoor ze geen compensatie ontvingen.

Ik ontdekte dat er zeker potentieel was voor interessante en creatieve alternatieve benaderingen voor bosbehoud en het genereren van inkomsten voor lokale gemeenschappen, die bovendien democratischer en egalitairder zouden zijn. Het zou echter vereisen dat de verschillende organisaties die betrokken waren bij het bestuur, een groot deel van hun macht, verantwoordelijkheid, en financiering aan de gemeenschappen zouden overdragen, en zouden luisteren en ondersteunen in plaats van te preken en te criminaliseren, iets wat zeer onwaarschijnlijk was. Ik bracht ooit het geweld en de onrechtvaardigheid van de uitzettingen ter sprake tijdens een onderzoeksbijeenkomst in het park en er werd met verontwaardiging en beschuldigingen van overdrijving gereageerd, ondanks het feit dat ik had geciteerd uit een officieel overheidsonderzoek. De uitzettingen waren in de meeste geschriften over het park grotendeels uitgewist of gebagatelliseerd en gedepolitiseerd. Een medewerker van de organisatie die verantwoordelijk is voor nationale parken in Oeganda onderwierp mij en mijn onderzoek zelfs aan een &#039;onderzoek&#039;, met de dreiging dat mijn onderzoeksvergunning zou worden ingetrokken als ik niet beter zou samenwerken...

Uiteindelijk concludeerde ik dat de bron van de problemen vrijwel volledig te vinden was in de racistische, koloniale, en kapitalistische opvattingen van voornamelijk blanke, Euro-Amerikaanse natuurbeschermers en donoren, die met hun geld en programma&#039;s alles ter plaatse aanstuurden en beïnvloedden. Daarom besloot ik dat het meest zinvolle wat ik kon doen, was die academische carrière nastreven, doorgaan met schrijven en lesgeven over mijn onderzoek, en hopelijk een nieuwe generatie maatschappelijk betrokken studenten de handvatten geven voor reflectie en kritisch denken, en de motivatie om radicale sociale rechtvaardigheid na te streven in onze benadering van maatschappelijke problemen. Ik zou de toegang tot de inzichten, gereedschappen, en inspiratie vergemakkelijken die voor mij in mijn eigen opleiding zo lang onbereikbaar waren geweest. Het zou echter blijken dat zo&#039;n academische carrière voor mij niet haalbaar was.

Een dieptepunt en behandeld als een parasietNa het veldwerk schreef ik mijn proefschrift, deels in Nederland en deels terug in de VS, en begon ik te solliciteren naar academische banen. Maar geen van ons, promovendi, was voldoende voorbereid op de extreme concurrentie op de academische arbeidsmarkt. We konden ons ook geen banen buiten de academische wereld voorstellen, laat staan onszelf op die manier in de markt zetten. De neoliberalisering van de universiteit in de VS en elders heeft geleid tot een overproductie van promovendi. Zij zijn belangrijk voor onderzoeksafdelingen als bron van vitaliteit en goedkope arbeidskrachten. En hoewel het begrijpelijk is dat een academische carrière niet voor iedereen met een PhD beschikbaar zal zijn, vind ik het bijzonder verontrustend dat de maatschappij als geheel geen waarde hecht aan de geproduceerde kennis en dat veel promovendi terechtkomen in banen die volledig losstaan van hun onderzoeksgebied. Het systeem biedt over het algemeen geen ruimte voor mensen die moeilijke fundamentele vragen stellen, voor mensen die de olifanten in de kamer willen aanpakken. Ik solliciteerde naar bijna 100 academische banen in de VS en de EU en kreeg uiteindelijk een parttime aanstelling als docent voor een jaar aan de Appalachian State University in North Carolina, zonder kans op verlenging. Omdat de toekomstmogelijkheden en visumvooruitzichten er somber uitzagen en mijn moeder op 63-jarige leeftijd Alzheimer kreeg, besloot ik in 2013 terug te keren naar Nederland.

Daar solliciteerde ik met toenemende wanhoop naar nog eens minstens honderd banen, van universitair docent tot studentenadministratie tot postbezorging. De arbeidsmarkt was destijds verschrikkelijk; ik kreeg slechts een paar sollicitatiegesprekken en geen enkele aanbieding. In de tussentijd moest ik een bijstandsuitkering aanvragen om te overleven en werd ik verplicht deel te nemen aan een programma voor zogenaamde participatie, waarbij je een aantal maanden lang een dag per week zwerfvuil van straat moest ruimen. Het was bedoeld om mensen te ontmoedigen een uitkering aan te vragen, vanuit de veronderstelling dat het opruimen van afval een vernederende activiteit is en de associatie met taakstraf een overeenkomst suggereert tussen mensen die een uitkering nodig hebben en mensen die een misdrijf hebben gepleegd. Ondertussen verdrong deze onbetaalde arbeid de echte werknemers die voor de vuilnisophaaldienst werkten voor een salaris met secundaire arbeidsvoorwaarden. In de loop van dat jaar werd ik steeds meer onder druk gezet om een baan te vinden, of anders zou ik verplicht worden om 20 uur per week de huizen van mensen schoon te maken onder een vergelijkbare onbetaalde regeling, in ruil voor het ontvangen van een uitkering. Ik zag mijn redding toen ik hoorde over een programma voor mensen met een uitkering om een eigen bedrijf te starten, met een cursus om een bedrijfsplan te schrijven en een inkomensaanvulling tot uitkeringsniveau voor de eerste drie jaar. Ik solliciteerde en werd aangenomen.

De barrières voor klein sociaal ondernemerschapMijn tijd in Oeganda had me geïnspireerd om me te verdiepen in zelfvoorzienend leven en ik speelde met het idee om een stuk grond te kopen en een ecodorp te beginnen. Maar omdat ik volledig blut was, begon ik bij mijn terugkeer in Nederland met een moestuin op een gehuurd perceel, samen met mijn moeder. Ik deed veel onderzoek naar permacultuur en stortte me op het maken van zeep. Nadat ik verschillende experimenten met mijn eigen recepten had gedaan en de mogelijkheid zag om via het gemeente programma een bedrijf te starten, besloot ik te beginnen met het produceren en verkopen van natuurlijke, ambachtelijke zepen, gegeurd met etherische oliën. Ik kreeg opnieuw een lening van mijn ouders (ja, ik herken het privelege) en dook in de wereld van het kleinschalige ondernemerschap. Het was een steile leercurve om een klantenbestand op te bouwen, de meest betrouwbare en betaalbare leveranciers te vinden, de efficiëntie en schaal van de productie te vergroten, en voldoende omzet en marges te genereren om de overheadkosten te dekken en wat inkomen voor mezelf te creëren. Als antikapitalist werd ik plotseling gedwongen om het kapitalistische spel te spelen en ik had een hekel aan de jacht op geld. Ik moest mijn inkomen vaak aanvullen met klusjes, freelance onderzoek, en ondernemerssubsidies. Na de eerste paar jaar raakte ik steeds meer betrokken bij de zero-wastebeweging en ontwikkelingen in de circulaire economie. Hoewel ik altijd sceptisch was over beide, omdat er veel greenwashing plaatsvond, ging ik uiteindelijk zelf aan de slag met circulaire ingrediënten en verhuisde ik mijn bedrijf Kusala naar BlueCity, een voormalig zwemparadijs waar veel circulaire bedrijven gevestigd zijn en samenwerken.

Ik zou waarschijnlijk nog een proefschrift kunnen schrijven over de Kusala-jaren, maar voor nu wil ik graag een aantal observaties delen van systemische krachten die in het nadeel werken van kleine sociale ondernemers die zich willen bezighouden met maatschappelijke problemen en die impact belangrijker vinden dan winst.

∙ Kapitalistische externalisering van ecologische en sociale kosten: een stuk zeep uit de supermarkt is goedkoper dan een stuk circulaire zeep van Kusala, omdat de supermarktzeep vaak gemaakt wordt met palmolie en goedkope arbeid. De ecologische kosten van ontbossing voor palmplantages worden betaald door de maatschappij als geheel, evenals de maatschappelijke kosten van uitbuiting van mensen voor arbeid. Elke beslissing om een product duurzamer en rechtvaardiger te maken, is een internalisering van kosten en zorgt ervoor dat de prijs stijgt. Daarom zijn biologische en fairtradeproducten veel duurder, terwijl ze eigenlijk goedkoper zouden moeten zijn.

∙ Grote bedrijven nemen het over: Onze samenlevingen zijn steeds afhankelijker geworden van grote bedrijven die onze markten overspoelen. Door een grotere schaal van productie en verkoop kunnen ze grotere hoeveelheden ingrediënten en materialen tegen betere prijzen inkopen en hyperefficiënt worden met machines en gestroomlijnde processen. Ze hebben veel kleine bedrijven weggeconcurreerd door betere prijzen te bieden.

∙ Greenwashing verwart klanten: Veel bedrijven met een serieus marketingbudget kunnen een fantastisch groen imago van hun producten neerzetten door bepaalde positieve aspecten te overdrijven en de negatieve te verdoezelen. Kleine, idealistische bedrijven kunnen zich vaak niet veel marketing veroorloven en aarzelen om het op een manier te gebruiken die manipulatief en oneerlijk aanvoelt. Voor klanten is het echter niet eenvoudig om greenwashing te herkennen en kan het lastig zijn om kleine, bewuste merken te vinden of te bereiken.

∙ Behoeftecreatie in het nastreven van inkomen: In veel gevallen zou het beter zijn voor het milieu en voor de mens als bepaalde bedrijven en hun producten helemaal niet zouden bestaan. Zelfs de meest idealistische mensen zullen uiteindelijk troep produceren en verkopen die de maatschappij eigenlijk niet nodig heeft, simpelweg omdat ze een manier moesten vinden om een inkomen voor zichzelf te genereren. Misschien is deze troep gemaakt van gerecycled plastic, maar we zouden er nog steeds gemakkelijk helemaal zonder kunnen. Natuurlijk zijn de grootste spelers in dit spel van behoeftecreatie de grote merken die op jacht zijn naar het grote geld en inspelen op onze angsten en verlangens, maar sociaal ondernemers trappen vaak ook in deze valkuil. Pakken ze echt een maatschappelijk probleem aan of hadden ze eerst een inkomen nodig en probeerden ze dat pas op een ethische manier te doen? Stel je de mogelijkheden voor als inkomens gegarandeerd waren en onze economieën voornamelijk behoeftegedreven waren...

∙ Overheidsbeleid bevoordeelt grote vervuilende bedrijven: Hoewel de Nederlandse overheid zich heeft gecommitteerd aan een halvering van het gebruik van primaire grondstoffen in 2030 en een volledige circulaire economie in 2050, loopt ze ernstig achter in het realiseren daarvan (zie PBL 2023). Ik heb veel innovatieve startups zien mislukken door een gebrek aan financiële steun en begeleiding. Ondertussen subsidieert diezelfde overheid nog steeds de fossiele-brandstofindustrie met €30 miljard per jaar en blijft ze bedrijven die verantwoordelijk zijn voor extreme vervuiling, zoals Tata Steel en Chemours, mild aanpakken, wat zeer ernstige bedreigingen vormt voor de gezondheid van burgers en het milieu.

∙ Investeerders die bedrijven opschalen en ontsporen: ik heb gemerkt dat zelfs kleine, idealistische ondernemers de kapitalistische visie op ondernemerssucces omarmen, waarbij opschaling een rol speelt, meestal met de hulp van investeerders. Ik heb startups miljoenen euro&#039;s aan investeringen zien binnenhalen zonder een solide bedrijfsmodel, om vervolgens enkele jaren later failliet te gaan. Hoewel er zeker iets te zeggen valt voor het opschalen van circulaire en duurzame oplossingen, belemmeren de bovengenoemde barrières de kans op succes al aanzienlijk. Bovendien moeten de motieven en voorwaarden van investeerders altijd zorgvuldig worden geëvalueerd voordat je ze een grote macht over de toekomst van je bedrijf geeft.

Laat ik eerst benadrukken dat het leven als ondernemer niet alleen ongelooflijk uitdagend en onzeker was, maar ook enorm fascinerend en lonend. Het was geweldig om iets vanaf nul op te bouwen en de waardering van terugkerende klanten te ervaren. Het merk Kusala is in de loop der tijd volwassener en professioneler geworden en de verkoop steeg elk jaar een beetje, zelfs tijdens het eerste jaar van Covid in 2021. Toen Rusland begin 2022 Oekraïne binnenviel en de brandstofprijzen en daarmee de prijzen van alles en nog wat de pan uit rezen, merkte ik echter een grote verandering en voelde ik dat het weer moeilijker zou worden. Uitgeput na jaren van zwoegen om te overleven, bang dat het kleine beetje spaargeld dat ik had opgebouwd weer zou worden opgeslokt door een haperende onderneming, besloot ik in het najaar van 2023 te stoppen met de zeepproductie, het huurcontract van de keuken en het kantoor op te zeggen, en het einde van Kusala aan te kondigen.

Toewijding aan het verzetIk solliciteerde in die tijd naar een paar onderzoeksfuncties bij universiteiten, denktanks, en NGO&#039;s, maar realiseerde me al snel dat die wereld gewoon niet bij me past. Ik moest denken aan mijn tijd bij de NGO TRAFFIC Europe in Brussel, waar ik me zo beperkt voelde in mijn onderzoeksactiviteiten en de verwachte output. Laten we eerlijk zijn: betaalde banen waar je je expliciet kunt inzetten voor systeemverandering zijn uiterst zeldzaam. Zelfs aan universiteiten en bij NGO&#039;s wordt veel werk gedicteerd, aangespoord of op zijn minst beperkt door donateurs. Ik kon me onmogelijk voorstellen dat ik 40 uur per week op kantoor zou zitten om onderzoek te doen dat ik onkritisch vond en dus vrij nutteloos. Ik besloot wat tijd vrij te nemen om te reflecteren, te lezen, te schrijven, en me te concentreren op activisme.

In deze periode las ik heel wat boeken, waarvan er drie een grote invloed hadden op mijn perspectief en de beslissingen die ik nam om mijn toekomst vorm te geven, en dan vooral het boek van Klee, een inheemse anarchist die zijn hele leven vocht tegen de extractieve industrieën die het land van zijn voorouders verwoestten en vervuilden:

∙ No Spiritual Surrender: Indigenous Anarchism in Defense of the Sacred, door Klee Benally (2024)
∙ The Revolution Will Not Be Funded: Beyond the Non-Profit Industrial Complex, door INCITE! Women of Color Against Violence (2007)
∙ Direct Action: An Ethnography, door David Graeber (2008)

Ik zal waarschijnlijk een andere keer uitgebreider over deze boeken schrijven, maar ik wil hier alleen benadrukken dat ze me ertoe hebben aangezet om elke sluimerende wens naar een carrière volledig de kop in te drukken en in plaats daarvan manieren te vinden om me zo goed mogelijk in te zetten voor het verzet, voor activisme, onbesmet door kapitalistische krachten en persoonlijke statusdrang. Dit leidde ertoe dat ik een parttime baan in financiële administratie aannam voor drie dagen per week, waarmee ik de huur en boodschappen kon betalen en genoeg tijd overhield om te besteden aan wat ik maar wilde en waardevol vond.

Ik was sinds 2018 actief in klimaatactivisme en had deelgenomen aan een flink aantal demonstraties, sit-ins, en wegblokkades, voornamelijk via Extinction Rebellion. Nu ik geen overwerkte ondernemer meer was, kon ik meer tijd besteden aan de activistische wereld en raakte ik meer betrokken bij de XR Justice Now! gemeenschap. XR Justice Now! pleit voor de noodzaak om de focus op rechtvaardigheid te integreren in de klimaatbeweging, met name de genocide door Israël op de Palestijnen, iets dat helaas zeer controversieel is voor veel activisten. De afgelopen twee jaar hebben we echter een broodnodige verschuiving gezien in de erkenning dat de klimaatcrisis verbonden is met vele andere problemen in de wereld, waaronder de uitbuiting, onderdrukking, en genocide van mensen, meestal mensen van kleur en/of mensen in het Mondiale Zuiden.

Er is enorm veel werk te doen en de wereld begint zich te realiseren hoe gruwelijk de toenemende militarisering van het kapitalisme is. We zien dit gebeuren in Palestina, maar ook in de VS, door de massale ontvoeringen van iedereen die op een immigrant lijkt. Nu de ineenstorting van het klimaat aan het versnellen is en steeds meer verwoestende klimaatrampen veroorzaakt, evenals een bezwijking van de voedselzekerheid, kunnen we verwachten dat de elites van deze wereld zich voorbereiden om dezelfde genocidale militaire macht en technologie die momenteel op Palestijnen wordt getest in te zetten om opstanden te onderdrukken en de massa te controleren. Veel te veel mensen zijn nog steeds diep en comfortabel in slaap.

Ik zal zeker blijven deelnemen aan acties, met name acties die gebaseerd zijn op de principes van directe actie (zie Hoe Verzetten), maar ik zie ook de noodzaak om verder te gaan dan reactief activisme dat vaak tot burn-out leidt. Dit betekent werken aan de groei van de beweging, het beter strategisch uitwerken van onze activiteiten, en het ontwikkelen van een duidelijkere visie op de soort samenleving die we willen creëren. Daaraan wil ik met Fist &amp; Fern bijdragen door onderzoek, schrijven, activisme, en ondernemerschap te integreren, op manieren die in de loop van de tijd duidelijker zullen worden. Werk in uitvoering!</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Contact</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7536312/contact/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7536312/contact/</link>
                <description>Postbus 109
9670AC Winschoten
info@fistandfern.nl
KVK: 60870176
BTW: NL001639487B39
Stuur ons een berichtje:</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Algemene Voorwaarden</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7536318/algemene-voorwaarden/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7536318/algemene-voorwaarden/</link>
                <description></description>
            </item>
                    <item>
                <title>Privacy Beleid</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7536321/privacy-beleid/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7536321/privacy-beleid/</link>
                <description>Over ons privacybeleid

Fist &amp; Fern geeft veel om uw privacy. Wij verwerken daarom uitsluitend gegevens die wij nodig hebben voor (het verbeteren van) onze dienstverlening en gaan zorgvuldig om met de informatie die wij over u en uw gebruik van onze diensten hebben verzameld. Wij stellen uw gegevens nooit voor commerciële doelstellingen ter beschikking aan derden.

Dit privacybeleid is van toepassing op het gebruik van de website en de daarop ontsloten dienstverlening van Fist &amp; Fern. De ingangsdatum voor de geldigheid van deze voorwaarden is 30/03/2020, met het publiceren van een nieuwe versie vervalt de geldigheid van alle voorgaande versies. Dit privacybeleid beschrijft welke gegevens over u door ons worden verzameld, waar deze gegevens voor worden gebruikt en met wie en onder welke voorwaarden deze gegevens eventueel met derden kunnen worden gedeeld. Ook leggen wij aan u uit op welke wijze wij uw gegevens opslaan en hoe wij uw gegevens tegen misbruik beschermen en welke rechten u heeft met betrekking tot de door u aan ons verstrekte persoonsgegevens.

Als u vragen heeft over ons privacybeleid kunt u contact opnemen met onze contactpersoon voor privacyzaken, u vindt de contactgegevens aan het einde van ons privacybeleid.

Over de gegevensverwerking

Hieronder kunt u lezen op welke wijze wij uw gegevens verwerken, waar wij deze (laten) opslaan, welke beveiligingstechnieken wij gebruiken en voor wie de gegevens inzichtelijk zijn.

Webwinkelsoftware

MijnWebwinkel: Onze webwinkel is ontwikkeld met software van MijnWebwinkel. Persoonsgegevens die u ten behoeve van onze dienstverlening aan ons beschikbaar stelt, worden met deze partij gedeeld. MijnWebwinkel heeft toegang tot uw gegevens om ons (technische) ondersteuning te bieden, zij zullen uw gegevens nooit gebruiken voor een ander doel. MijnWebwinkel is op basis van de overeenkomst die wij met hen hebben gesloten verplicht om passende beveiligingsmaatregelen te nemen. MijnWebwinkel maakt gebruik van cookies om technische informatie te verzamelen met betrekking tot uw gebruik van de software, er worden geen persoonsgegevens verzameld en/of opgeslagen.

Webhosting

MijnWebwinkel: Wij nemen webhosting- en e-maildiensten af van MijnWebwinkel. MijnWebwinkel verwerkt persoonsgegevens namens ons en gebruikt uw gegevens niet voor eigen doeleinden. Wel kan deze partij metagegevens verzamelen over het gebruik van de diensten. Dit zijn geen persoonsgegevens. MijnWebwinkel heft passende technische en organisatorische maatregelen genomen om verlies en ongeoorloofd gebruik van uw persoonsgegevens te voorkomen. MijnWebwinkel is op grond van de overeenkomst tot geheimhouding verplicht.

MijnWebwinkel: Wij maken voor ons reguliere zakelijke e-mailverkeer gebruik van de diensten van MijnWebwinkel. Deze partij heeft passende technische en organisatorische maatregelen getroffen om misbruik, verlies en corruptie van uw en onze gegevens zoveel mogelijk te voorkomen. MijnWebwinkel heeft geen toegang tot ons postvak en wij behandelen al ons e-mailverkeer vertrouwelijk.

Payment processors

Mollie: Voor het afhandelen van een (deel van) de betalingen in onze webwinkel maken wij gebruik van het platform van Mollie. Mollie verwerkt uw naam, adres en woonplaatsgegevens en uw betaalgegevens zoals uw bankrekening- of creditcardnummer. Mollie heeft passende technische en organisatorische maatregelen genomen om uw persoonsgegevens te beschermen. Mollie behoudt zich het recht voor uw gegevens te gebruiken om de dienstverlening verder te verbeteren en in het kader daarvan (geanonimiseerde) gegevens met derden te delen. Alle hierboven genoemde waarborgen met betrekking tot de bescherming van uw persoonsgegevens zijn eveneens van toepassing op de onderdelen van Mollie’s dienstverlening waarvoor zij derden inschakelen. Mollie bewaart uw gegevens niet langer dan op grond van de wettelijke termijnen is toegestaan.

PayPal: Voor het afhandelen van een (deel van) de betalingen in onze webwinkel maken wij gebruik van het platform van PayPal. PayPal verwerkt uw naam, adres en woonplaatsgegevens en uw betaalgegevens zoals uw bankrekening- of creditcardnummer. PayPal heeft passende technische en organisatorische maatregelen genomen om uw persoonsgegevens te beschermen. PayPal behoudt zich het recht voor uw gegevens te gebruiken om de dienstverlening verder te verbeteren en in het kader daarvan (geanonimiseerde) gegevens met derden te delen. PayPal deelt in het geval van een aanvraag voor een uitgestelde betaling (kredietfaciliteit) persoonsgegevens en informatie met betrekking tot uw financiële positie met kredietbeoordelaars. Alle hierboven genoemde waarborgen met betrekking tot de bescherming van uw persoonsgegevens zijn eveneens van toepassing op de onderdelen van PayPal&#039;s dienstverlening waarvoor zij derden inschakelen. PayPal bewaart uw gegevens niet langer dan op grond van de wettelijke termijnen is toegestaan.

Verzenden en logistiek

MyParcel en PostNL: Als u een bestelling bij ons plaatst is het onze taak om uw pakket bij u te laten bezorgen. Wij maken gebruik van de diensten van MyParcel en PostNL voor het uitvoeren van de leveringen. Het is daarvoor noodzakelijk dat wij uw naam, adres en woonplaatsgegevens met MyParcel en PostNL delen. MyParcel en PostNL gebruiken deze gegevens alleen ten behoeve van het uitvoeren van de overeenkomst. In het geval dat MyParcel en PostNL onderaannemers inschakelen, stellen MyParcel en PostNL uw gegevens ook aan deze partijen ter beschikking.

Facturatie en boekhouden

E-Boekhouden: Voor het bijhouden van onze administratie en boekhouding maken wij gebruik van de diensten van E-Boekhouden. Wij delen uw naam, adres en woonplaatsgegevens en details met betrekking tot uw bestelling. Deze gegevens worden gebruikt voor het administreren van verkoopfacturen. Uw persoonsgegevens worden beschermd verzonden en opgeslagen. E-Boekhouden is tot geheimhouding verplicht en zal uw gegevens vertrouwelijk behandelen. E-Boekhouden gebruikt uw persoonsgegevens niet voor andere doeleinden dan hierboven beschreven.

Externe verkoopkanalen

Etsy: Wij verkopen (een deel van) onze artikelen via het platform van Etsy. Als u via dit platform een bestelling plaatst dan deelt Etsy uw bestel- en persoonsgegevens met ons. Wij gebruiken deze gegevens om uw bestelling af te handelen. Wij gaan vertrouwelijk met uw gegevens om en hebben passende technische en organisatorische maatregelen getroffen om uw gegevens te beschermen tegen verlies en ongeoorloofd gebruik.

Doel van de gegevensverwerking

Algemeen doel van de verwerking

Wij gebruiken uw gegevens uitsluitend ten behoeve van onze dienstverlening. Dat wil zeggen dat het doel van de verwerking altijd direct verband houdt met de opdracht die u verstrekt. Wij gebruiken uw gegevens niet voor (gerichte) marketing. Als u gegevens met ons deelt en wij gebruiken deze gegevens om - anders dan op uw verzoek - op een later moment contact met u op te nemen, vragen wij u hiervoor expliciet toestemming. Uw gegevens worden niet met derden gedeeld, anders dan om aan boekhoudkundige en overige administratieve verplichtingen te voldoen. Deze derden zijn allemaal tot geheimhouding gehouden op grond van de overeenkomst tussen hen en ons of een eed of wettelijke verplichting.

Automatisch verzamelde gegevens

Gegevens die automatisch worden verzameld door onze website worden verwerkt met het doel onze dienstverlening verder te verbeteren. Deze gegevens (bijvoorbeeld uw IP-adres, webbrowser en besturingssysteem) zijn geen persoonsgegevens.

Medewerking aan fiscaal en strafrechtelijk onderzoek

In voorkomende gevallen kan Fist &amp; Fern op grond van een wettelijke verplichting worden gehouden tot het delen van uw gegevens in verband met fiscaal of strafrechtelijk onderzoek van overheidswege. In een dergelijk geval zijn wij gedwongen uw gegevens te delen, maar wij zullen ons binnen de mogelijkheden die de wet ons biedt daartegen verzetten.

Bewaartermijnen

Wij bewaren uw gegevens zolang u cliënt van ons bent. Dit betekent dat wij uw klantprofiel bewaren totdat u aangeeft dat u niet langer van onze diensten gebruik wenst te maken. Als u dit bij ons aangeeft zullen wij dit tevens opvatten als een vergeetverzoek. Op grond van toepasselijke administratieve verplichtingen dienen wij facturen met uw (persoons)gegevens te bewaren, deze gegevens zullen wij dus voor zolang de toepasselijke termijn loopt bewaren. Medewerkers hebben echter geen toegang meer tot uw cliëntprofiel en documenten die wij naar aanleiding van uw opdracht hebben vervaardigd.

Uw rechten

Op grond van de geldende Nederlandse en Europese wetgeving heeft u als betrokkene bepaalde rechten met betrekking tot de persoonsgegevens die door of namens ons worden verwerkt. Wij leggen u hieronder uit welke rechten dit zijn en hoe u zich op deze rechten kunt beroepen. In beginsel sturen wij om misbruik te voorkomen afschriften en kopieën van uw gegevens enkel naar uw bij ons reeds bekende e-mailadres. In het geval dat u de gegevens op een ander e-mailadres of bijvoorbeeld per post wenst te ontvangen, zullen wij u vragen zich te legitimeren. Wij houden een administratie bij van afgehandelde verzoeken, in het geval van een vergeetverzoek administreren wij geanonimiseerde gegevens. Alle afschriften en kopieën van gegevens ontvangt u in de machineleesbare gegevensindeling die wij binnen onze systemen hanteren. U heeft te allen tijde het recht om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens als u vermoedt dat wij uw persoonsgegevens op een verkeerde manier gebruiken.

Inzagerecht

U heeft altijd het recht om de gegevens die wij (laten) verwerken en die betrekking hebben op uw persoon of daartoe herleidbaar zijn, in te zien. U kunt een verzoek met die strekking doen aan onze contactpersoon voor privacyzaken. U ontvangt dan binnen 30 dagen een reactie op uw verzoek. Als uw verzoek wordt ingewilligd sturen wij u op het bij ons bekende e-mailadres een kopie van alle gegevens met een overzicht van de verwerkers die deze gegevens onder zich hebben, onder vermelding van de categorie waaronder wij deze gegevens hebben opgeslagen.

Rectificatierecht

U heeft altijd het recht om de gegevens die wij (laten) verwerken en die betrekking hebben op uw persoon of daartoe herleidbaar zijn, te laten aanpassen. U kunt een verzoek met die strekking doen aan onze contactpersoon voor privacyzaken. U ontvangt dan binnen 30 dagen een reactie op uw verzoek. Als uw verzoek wordt ingewilligd sturen wij u op het bij ons bekende e-mailadres een bevestiging dat de gegevens zijn aangepast.

Recht op beperking van de verwerking

U heeft altijd het recht om de gegevens die wij (laten) verwerken die betrekking hebben op uw persoon of daartoe herleidbaar zijn, te beperken. U kunt een verzoek met die strekking doen aan onze contactpersoon voor privacyzaken. U ontvangt dan binnen 30 dagen een reactie op uw verzoek. Als uw verzoek wordt ingewilligd sturen wij u op het bij ons bekende e-mailadres een bevestiging dat de gegevens tot u de beperking opheft niet langer worden verwerkt.

Recht op overdraagbaarheid

U heeft altijd het recht om de gegevens die wij (laten) verwerken en die betrekking hebben op uw persoon of daartoe herleidbaar zijn, door een andere partij te laten uitvoeren. U kunt een verzoek met die strekking doen aan onze contactpersoon voor privacyzaken. U ontvangt dan binnen 30 dagen een reactie op uw verzoek. Als uw verzoek wordt ingewilligd sturen wij u op het bij ons bekende e-mailadres afschriften of kopieën van alle gegevens over u die wij hebben verwerkt of in opdracht van ons door andere verwerkers of derden zijn verwerkt. Naar alle waarschijnlijkheid kunnen wij in een dergelijk geval de dienstverlening niet langer voortzetten, omdat de veilige koppeling van databestanden dan niet langer kan worden gegarandeerd.

Recht van bezwaar en overige rechten

U heeft in voorkomende gevallen het recht bezwaar te maken tegen de verwerking van uw persoonsgegevens door of in opdracht van Fist &amp; Fern. Als u bezwaar maakt zullen wij onmiddellijk de gegevensverwerking staken in afwachting van de afhandeling van uw bezwaar. Is uw bezwaar gegrond dat zullen wij afschriften en/of kopieën van gegevens die wij (laten) verwerken aan u ter beschikking stellen en daarna de verwerking blijvend staken. U heeft bovendien het recht om niet aan geautomatiseerde individuele besluitvorming of profiling te worden onderworpen. Wij verwerken uw gegevens niet op zodanige wijze dat dit recht van toepassing is. Bent u van mening dat dit wel zo is, neem dan contact op met onze contactpersoon voor privacyzaken.

Cookies

We gebruiken alleen noodzakelijke cookies voor het functioneren van de website. We verzamelen geen statistieken over het verkeer op deze site en we delen geen informatie met partners voor advertenties en sociale media.

Wijzigingen in het privacybeleid

Wij behouden te allen tijde het recht ons privacybeleid te wijzigen. Op deze pagina vindt u echter altijd de meest recente versie. Als het nieuwe privacybeleid gevolgen heeft voor de wijze waarop wij reeds verzamelde gegevens met betrekking tot u verwerken, dan brengen wij u daarvan per e-mail op de hoogte.

Contactgegevens

Fist &amp; Fern
Postbus 109
9670AC Winschoten
Nederland
T +31 (0) 614161152
E info@fistandfern.nl
Contactpersoon voor privacyzaken:
Karin Berkhoudt</description>
            </item>
                    <item>
                <title>Verzending &amp; Retourneren</title>
                <guid>https://www.fistandfern.nl/c-7536327/verzending-retourneren/</guid>
                <link>https://www.fistandfern.nl/c-7536327/verzending-retourneren/</link>
                <description>Verzending
Bestellingen worden binnen 48 uur verzonden met PostNL. Verzendkosten voor bestellingen met bestemmingen binnen Nederland zijn €3,95 voor producten die in een brievenbuspakje passen, €6,50 voor grotere pakjes, en gratis bij bestellingen vanaf €100. Verzendkosten met bestemmingen buiten Nederland variëren. Verzendkosten naar België zijn €9,50 en naar Duitsland €8,50 (ook gratis vanaf €100). Voor andere bestemmingen zijn de kosten te zien bij het uitcheckproces.

Retourneren
Een bestelling of deel van een bestelling terugsturen kan als je dit binnen 14 dagen na aankoop aangeeft (dit kan via e-mail info@fistandfern.nl). Vervolgens moeten de producten in ongebruikte en onbeschadigde staat binnen 14 dagen worden teruggestuurd. De kosten voor het terugzenden zijn voor de consument. Fist &amp; Fern zal dan binnen 14 dagen na ontvangst van de retour het factuurbedrag inclusief de initiële verzendkosten aan de consument terugbetalen.</description>
            </item>
            </channel>
</rss>
